Slider
< terug naar nieuwsbrief

Winkelverhalen


Elke zaterdag werkt docent en neerlandicus Oliver Gee in onze winkel. In deze rubriek leest u wat een boekverkoper allemaal meemaakt.

Onze winkel is gewoon open. De boeken worden geleverd en de verlokkende koopwaar ligt gewoon in de etalage. Maar tegelijk is er niets gewoons aan, daarbinnen. De vloer is voorzien van pijlen, de pinautomaat baadt in ontsmettingsmiddel, en klanten en personeel voeren op anderhalve meter van elkaar een ingewikkeld ballet op. Het is coronatijd, en voorzichtigheid is geboden.

Men gebruikt onze bezorgservice, of komt het quarantaine-leesvoer contactloos betalen, om dan weer snel de stille straat in te stappen. Onder deze omstandigheden zijn ook mijn collega’s, zoals zovelen, meer thuis.

Omdat ik me begon af te vragen wat ze daarginds toch allemaal uitvreten, heb ik maar eens inlichtingen ingewonnen.

Al snel werd duidelijk dat de thuiszitters uiteenvallen in twee categorieën: degenen die nu niet veel te doen hebben, en zij die nu drukker zijn dan ooit. Zo viel mij op dat sommigen hun overzicht van bezigheden vooral in negatieve zin formuleerden: zo zingt Welmoet op dit moment niet in haar koor, bespreekt zij geen boeken met haar leesclub en past ze niet met haar man op de kleinkinderen. Toch ziet Welmoet het zonnig in: ze leest lekker veel in het stille Friesland.

Dat het afstand houden niet iedereen bevalt, toont Herman aan: de rechtbank is feitelijk dicht, en als bestuurslid van de Walburgiskerk ziet hij lijdzaam toe dat die kerk ‘nu gewoon leeg staat te staan.’ Hij haalt de Chileense dichter Pablo Neruda aan, die voorschreef ‘van tijd tot tijd een grafbad’ te nemen.

Op een wellicht wat minder morbide manier is ook Monica bezig met leegte: ze ruimt de ‘oude fietsen, hockeysticks, verlepte voetballen en gesloopte brommers’ op die in haar garage liggen opgetast. Bovendien leest ze dagelijks haar kleinzoon online voor uit Jip en Janneke.

Die kinderen kunnen anderzijds juist de aanleiding zijn tot extra drukte. ‘Om muiterij te voorkomen,’ legt Jacinthe bijvoorbeeld uit, ‘schrijft school een vast dagritme voor.’ In het klasje dat ‘s ochtends stipt om half negen aan tafel verschijnt, zitten ook de kinderen van twee bevriende huisartsen. Na een les spelling en rekenen ‘wordt er fanatiek coronatikkertje gespeeld: wie getikt wordt, is besmet.’

Met pubers in huis ligt dat iets anders. Tatjana’s thuisonderwijs aan haar twee kinderen klinkt knap lastig: ‘ik zit nu filmpjes over parabolen en kwadratische vergelijkingen te kijken om zoonlief te begeleiden met zijn huiswerk.’ Ze is ‘eigenlijk drukker dan ooit.’

Jet en Sara werken nu juist veel in de winkel en bezorgen boeken. Beide meisjes koken thuis voor hun familie. Jet beluistert daarbij de online lessen van school via de koptelefoon, Sara neemt pauze door er af en toe met de hond op uit te gaan…mét voldoende afstand natuurlijk.

Als docent geef ik ook les, al zitten mijn leerlingen ieder in hun eigen huis. Niet de onrust in het digitale lokaal is nu een probleem, maar juist die griezelige stilte. Op mijn vraag of ik het al verloren heb van computerspelletjes, klinkt het dan: ‘Nee hoor! We zijn gewoon hard aan het werk!’

En eigenares Ine zelf? Die verklaart dat er ‘geen leven buiten de boekhandel’ bestaat. Ze staat met haar werk op en ze gaat ermee naar bed. Er is maar één iemand die haar kan overtuigen even te pauzeren, en dat is teckel Tsjip. De regelmaat van dat hondenleventje gaat gewoon door: corona of geen corona.

Oliver Gee (1982) studeerde kort Theologie in Utrecht en daarna Nederlandse letterkunde in Amsterdam. Doordeweeks is hij docent Nederlands in Arnhem, op zaterdag staat hij bij Van Someren & Ten Bosch in de winkel. Oliver woont sinds vier jaar met zijn vriend in Brummen, waar hij hun huis volstouwt met negentiende-eeuwse boeken.

Inschrijven nieuwsbrief