Slider
< terug naar eerdere favorieten

Welmoet over ‘Ik doe krant’

Als een AMA ( alleenstaande minderjarige asielzoeker) achttien jaar wordt, ontvangt hij de volgende brief: ‘U dient het land te verlaten’. Afzender: de Nederlandse rechtstaat.’ Op een dag staat een jonge asielzoeker aan de deur van het kantoortje van Françoise Kist en vraagt haar: ‘Kan u me helpen?’ Françoise heeft als zestiger net afscheid genomen van haar uitgeverij en besluit impulsief in te gaan op zijn vraag. Daarmee opent ze de deur voor jonge vreemdelingen die geen vreemdeling meer heten: nieuwkomers, statushouders, nieuwe Nederlanders.

In haar zoektocht naar oplossingen voor Boucabar en Ouri uit Guinee, Abdikadir uit Somalië, Sobir uit Afghanistan, Osama uit Soedan, Carolina uit Bolivia en vele anderen gaat ze ver. Ze zamelt geld in, trekt langs ambtelijke instanties, zorgt voor een tandarts, en zet zelfs een bedrijf voor internationale handel naar Guinee op.

Met humor, compassie en nuchterheid beschrijft ze de wereld van de uitgeprocedeerden. Doel is: helpen bij de terugkeer naar- en opbouwen van een bestaan in het land van herkomst. Helaas, terug in het land van herkomst storten opgebouwde bedrijven als een kaartenhuis in elkaar. Dat kan cynisch maken of boos. Ook Françoise wordt overvallen door twijfel. Wat heeft haar bemoeienis opgeleverd? Helaas zijn er geen simpele antwoorden op de vraag: helpen of niet. Culturen verschillen, maar zijn niet goed of slecht. Nederland is een land van wetten en regels, en rijk. Afrika is een land van gastvrijheid en vriendschappen boven regels, en vaak arm.

Françoise besluit haar boek met de woorden: ieder mens moet gezien en gehoord kunnen worden. Heel gewoon. Dat heeft ze voor mij gedaan met dit boek.

Inschrijven nieuwsbrief