Banner trap
< terug naar nieuwsbrief

Tip van uw boekhandel

Foto © Annabel Oosteweechel


Ine over De wand van Marlen Haushofer

Een vrouw alleen in de ruige natuur; het lijkt tegenwoordig wel mode om daarover te schrijven. Maar het ultieme wildernisboek, De wand van de Oostenrijkse Marlen Haushofer, verscheen al in de jaren zestig en werd onlangs opnieuw uitgegeven. Marja Pruis voorzag de nieuwe uitgave van een inleiding (die je beter als uitleiding kunt lezen) en noemt het boek ‘om te huilen zo mooi’.
Het verhaal is simpel. Tijdens een logeerpartij in een afgelegen jachthuis raakt een vrouw afgesneden van alles en iedereen. Plotseling staat er een ondoordringbare glazen wand aan de rand van het woud. Samen met een hond, een koe en een kat probeert ze te overleven. Ze schrijft alles op wat ze in haar dagelijkse, hardvochtige bestaan meemaakt; geen poëtisch geneuzel maar puur, precies en concreet. Hoe kom je aan eten als alle voorraden op zijn, hoe houd je je huis warm zonder kachel, hoe help je een koe die een kalf krijgt?
Geduld, volharding en acceptatie van verlies zijn de onnadrukkelijke lessen van dit onvergetelijke boek. Het allermooist is de band tussen de vrouw en haar dieren. Liefdevoller en hartverscheurender lees je het zelden. Toen ik het uit had, ben ik meteen opnieuw begonnen.

De Oostenrijkse Marlen Haushofer (1920-1970) schreef De wand in de jaren zestig. Ze had toen al meerdere boeken op haar naam staan en werd gewaardeerd. Maar na haar overlijden dreigde ze vergeten te raken. Tegenwoordig wordt ze beschouwd als een van de belangrijkste schrijvers van Oostenrijk, met De wand als hoogtepunt in haar oeuvre.

In deze weergaloze roman vertelt een vrouw hoe ze geheel onverwacht op zichzelf is teruggeworpen in de ruige natuur. Er is niemand om mee te praten. Er is niemand die voor haar kan zorgen. Het enige gezelschap dat ze heeft zijn een hond, een koe en een kat. Aanvankelijk lijkt het leven overzichtelijk en tamelijk ongecompliceerd. Er is nog voldoende eten. De koe staat in de boswei, hond Luchs is in haar buurt, de poes slaapt op haar bed. Ze leert zichzelf hout zagen en ontdekt dat ze dat een prettig karwei vindt. Maar als er geen groente en fruit meer is, moet ze brandnetels eten en kauwt ze op sparrentoppen. Ze heeft een allesoverheersende behoefte aan zoetigheid, wordt mager en hoekig, haar gezicht zit vol kleine rimpels, haar handen zijn bedekt met blaren en eelt. Ze realiseert zich dat ze in haar oude leven niets heeft geleerd wat ze nu kan gebruiken.

Langzaam leert ze zich aanpassen aan het bos. ‘Je kunt jarenlang in nerveuze haast in de stad leven, het verwoest weliswaar je zenuwen maar je kunt het lang volhouden. Maar geen mens kan langer dan een paar maanden in nerveuze haast bergen beklimmen, aardappels poten, houthakken of maaien.’

Langzaam verandert ze ook in een andere persoon. Soms heeft ze een bijna mystieke ervaring. ‘Het was bijna onmogelijk om in de zoemende stilte van de wei onder de grote hemel een apart op zichzelf staand ik te blijven, een klein, blind, eigenzinnig leven dat zich niet in de gemeenschap wilde voegen. Eens was het mijn trots geweest dat ik zo’n leven was, maar op de alm kwam het me opeens heel armzalig en belachelijk voor, een opgeblazen niets.’

De wand is een superieure vertelling, hoe de mens kan leren zijn lot te aanvaarden. Angst, eenzaamheid, natuurgeweld, fysieke uitputting, en het allerergste: het verlies van dierbare dieren ˗ alles gaat zoals het gaat.

Hoe zou het mij vergaan, moederziel alleen in het bos, is een vraag die nog lange tijd in je hoofd blijft na smeulen. Om te huilen zo mooi, dit boek, en om nooit meer te vergeten.

Ine Soepnel studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, werkte jarenlang in de uitgeverij en is sinds 1 februari 2015 boekhandelaar in de stad waarin ze al sinds 1985 woont.

Inschrijven nieuwsbrief