Slider
< terug naar eerdere favorieten

Tatjana over Wolgakinderen

De Russische titel van Wolgakinderen is ‘Дети мои’ (Deti moi) dat letterlijk vertaald ’Kinderen mijn’ betekent. Zo verwelkomde keizerin Catharina II de Duitse boeren die per schip in Kronstadt aankwamen om op haar uitnodiging een leven in Rusland op te bouwen. Deze Duitse kolonisten stichten tussen 1764 en 1773 105 kolonies aan de Beneden-Wolga en over één van deze kolonisten gaat dit epische verhaal.

Zijn naam is Jakob Ivanovitsj Bach en hij is Schulmeister in het dorpje Gnadenthal aan de Wolga, diep in het Russische binnenland. Zijn levensverhaal beslaat de jaren van 1918 tot 1938, een periode onder Stalin van repressie en honger. Hoewel de dictator nooit bij naam wordt genoemd duikt hij af en toe op in het verhaal en krijgt de lezer een huiveringwekkend kijkje in zijn innerlijk leven. Op deze manier schetst Guzel Jachina de waanzin van die tijd, die je hierdoor veel sterker beleeft dan wanneer ze zich tot de historische feiten had beperkt.

Jachina houdt van metaforen. En waar ze bij andere schrijvers vaak gekunsteld overkomen, zijn ze bij Jachina beeldend en zintuiglijk. Je ziet en hoort het kraken van ijsschotsen in de smeltende Wolga. Je voelt en ruikt de steppe in de verzengende zomerzon. Zo weet ze het kluizenaarsleven van Bach om te vormen tot een magisch realistisch sprookje. En hierbij gaat ook alle lof uit naar Arthur Langeveld, die er een prachtige vertaling van maakte.

Inschrijven nieuwsbrief