Slider
< terug naar eerder van ad ten bosch

November 2016, De rivier

Op een herfstachtige dag aan het begin van de middag liep een oudere Indischman haast ongemerkt de winkel binnen. Zijn lichaamstaal gaf aan dat hij met rust gelaten wilde worden en ik liet het dan ook bij een eenvoudige begroeting, in de trant van ‘Goedemiddag,’ of zoiets, meer niet. Hij bleef lang snuffelen in de kast Stad & Streek, doorzocht toen de kast Aardrijkskunde en eindigde bij de landkaarten. Kennelijk kon hij niet vinden wat hij zocht, knikte naar me en verliet de winkel.

Een uurtje later keerde hij terug en wachtte tot ik een klant had geholpen. Hij sprak met een zwaar Indisch accent, vroeg iets wat ik nauwelijks kon verstaan. Er ging iets tegenstrijdigs van de man uit, met zijn moeizame wijze van praten eiste hij de volle aandacht terwijl zijn hele houding bescheidenheid uitstraalde, als wilde hij er liever niet zijn, of zich excuseren voor de ruimte die hij innam, hetgeen niks voorstelde want hij was klein en broodmager. Ik ging dichter bij hem staan. Hij was veel ouder dan ik aanvankelijk had gedacht en er hing een sterke geur van tabak om hem heen.

Hij zocht een landkaart met daarop de Drentsche Aa. Ik kon hem niet meteen antwoord geven, ik wist eigenlijk niet precies waar die rivier liep. De man kwam sympathiek op mij over en ik besloot meer dan normaal mijn best voor hem te doen; als eerste sloeg ik er de Bosatlas op na. Toen ik even later met mijn vingers tussen de stafkaarten liep, merkte hij op dat hij ook wel een boek over die rivier wilde hebben. Dat zou hij graag mee terugnemen naar Indonesië. Hij was voor het eerst in Nederland, op bezoek bij zijn tweelingzus die met een Nederlander was getrouwd en hier al een halve eeuw woonde. Samen zouden ze naar de rivier gaan.

Ik moest de man teleurstellen. Ik kon hem niet helpen, maar ik was ervan overtuigd dat hij in de buurt van de rivier wel zou slagen. Hij had me echter zo nieuwsgierig naar de reden voor dit bezoek gemaakt dat ik hem vroeg wat hem zo in de rivier aantrok?

Zijn ogen boorden zich in die van mij. Na enige tijd meende ik een begin van een glimlach om zijn mondhoeken te zien. Alvorens te spreken haalde hij diep adem. Op een lagere school in Batavia was hij vijfenzestig jaar geleden genadeloos met een rottinkje op zijn vingers geslagen, omdat hij op een kaart van Nederland de Drentsche Aa niet had kunnen aanwijzen. Nu hij dan toch in Nederland was…

Inschrijven nieuwsbrief