Banner trap

Nieuwsbrief

Onze favorieten

Anna

Anna over het Verzameld werk van Carl Friedman

Tot voor kort had ik nog nooit iets van Carl Friedman gelezen. Ik kende haar als auteur van twee romans die in mijn middelbareschooltijd veel gelezen werden, vooral vanwege hun geringe omvang. Bij het verschijnen van haar Verzameld werk las ik dan eindelijk die twee beroemde novelles. Het ontroerende Twee koffers vol, over de joodse Chaja die als oppas in Antwerpen werkt, en het aangrijpende, rauwe Tralievader, over een getraumatiseerde vader die in een concentratiekamp heeft gezeten en die nu ‘kamp heeft’.

Naast deze twee novelles, schreef Friedman nog veel meer wat de moeite waard is: korte verhalen, tijdloze columns over haar (schoon)familie, en de (helaas onvoltooide) roman Zwemmers in de nacht, over vertaalster Emma die verliefd wordt op de Russische charmeur Joeri, waaruit blijkt dat Friedman uitstekend in staat was om over meer te schrijven dan alleen het jodendom.

Friedmans stijl is sober, ze formuleert scherp en zorgvuldig, en weet zelfs de meest tragische momenten te verlichten door haar sublieme gevoel voor onderkoelde humor.

Anna Krans groeide op tussen de boeken, werkte als scholier bij Van Someren & Ten Bosch en studeerde Spaans en Europese studies. Tegenwoordig is ze verantwoordelijk voor de verkoop bij uitgeverij Van Oorschot, werkt ze als freelance redacteur voor diverse uitgeverijen en is ze één dag in de week boekverkoper in onze winkel.

bram van den berg 300

Bram over In mijn mand van Lieke Marsman

De bundel In mijn mand van Lieke Marsman was mijn eerste kennismaking met onze Dichter des Vaderlands. Ik was meteen zo enthousiast dat ik ook twee eerdere bundels van haar las: Man met hoed, verzamelde gedichten uit 2005-2017 en De volgende scan duurt vijf minuten, gedichten en essays die ze schreef over en na de periode waarin ze de diagnose kanker kreeg.

Haar ervaring met een onzeker en naderend einde kruipt ook in haar nieuwste bundel en geeft gewicht aan de woorden, ook wanneer de gedichten niet over de dood gaan.
Hoewel je de woede en de angst soms door het papier heen hoort schreeuwen, is de bundel niet zwaar of droevig. Lieke Marsman weet vaak met één humoristische of zoete zin het gedicht weer om te buigen naar iets lichts.

In het titelgedicht ‘In mijn mand’, mijn favoriet, komen alle emoties en gedachtes op een prachtige manier samen.

Deze bundel nodigt uit om opnieuw en opnieuw te lezen:

eerst als tragedie en dan als klucht//

En daarna als elegie//

Bram van den Berg studeert natuur- en sterrenkunde. Daarnaast verdiept hij zich in taal en literatuur. Hij werkt op zaterdag in onze boekhandel.

Herman_nb27

Herman over De laatste heer van Astrid Schutte

In De laatste heer – Hoe de bevoorrechte klasse in Nederland plaatsmaakte voor de gewone man beschrijft Astrid Schutte  de geschiedenis van twee mannen, haar vader, de arme pachterszoon Jan Schutte, en Werner Helmich,  niemand minder dan de heer van Baak. Maar zoals de titel al verklapt: het zou de laatste heer van Baak zijn. En de arme tuinderszoon? Die werd bankdirecteur. Ze beschrijft die geschiedenissen met een fijn oog voor details, en telkens tegen de achtergrond van de veranderende maatschappij als geheel.

De veranderingen zijn soms relatief: de grootvader van Werner Helmich wordt in Baak ingehaald met een escorte van 90 of misschien wel 150 ruiters, terwijl Werner het moet doen met een escorte van 10 (twee herauten op schimmels en 8 ruiters op Gelders vossen). De veranderingen zijn vaker fundamenteel: de groei van de kredieten van de (boerenleen-)banken, de ontkerkelijking, het definitieve einde van de onderhorigheid van pachters, schaalvergroting en, hoofdmoot van het boek, natuurlijk de nieuwe mogelijkheid voor de een om hogerop te komen en de onmogelijkheid voor de ander om te blijven teren op oud familiebezit.

Voor mij zat het leesplezier vooral in de lokale geschiedenis en in de persoonlijke verhalen. Van de lokale geschiedenis komt onder meer het tuindersdorp de Hoven voorbij, de tramlijn Zutphen-Emmerik, de plaatselijke bank en de pachtcontracten.

Sinds 1987 is Herman Krans advocaat in Zutphen. Hij houdt zijn hele leven al van boeken (‘Wat is er leuker dan boeken?’) en werkt met groot genoegen op vrijdagavond en zaterdag in de winkel van zijn vrouw Ine.

Jacinthe 195vertaald uit het Afrikaans door Rob van der Veer

Jacinthe over De belofte van Damon Galgut

Met De belofte schreef de Zuid-Afrikaan Damon Galgut – in Nederland nog relatief onbekend – alweer zijn achtste roman. Vanaf de allereerste pagina’s van deze indringende geschiedenis maakt Galgut ons deelgenoot van de geheimen en het gekissebis tussen de gezinsleden van de familie Swart, ‘een stelletje doodnormale witte Zuid-Afrikanen’.

Op haar sterfbed laat Amor Swarts moeder haar man plechtig beloven dat hun zwarte hulp Salomé als dank voor jarenlange trouwe dienst haar eigen huis krijgt. De vraag of deze belofte zal worden ingelost, zweeft het hele boek als een vloek boven de pagina’s.

Razendknap schakelend tussen verschillende perspectieven laat Galgut zien hoe de positie van de Afrikaner familie vanaf de afschaffing van de apartheid in 1986 steeds meer haarscheurtjes begint te vertonen. Steeds weer wisselt hij tussen een alwetende verteller en verschillende personages, en kiest een enkele keer zelfs voor de invalshoek van een toevallig passerende dakloze of jakhals. Ook de lezer krijgt zo nu en dan een veeg uit de pan: ‘[…] en als Salomés geboortedorp nog niet eerder is genoemd komt dat omdat je er niet naar hebt gevraagd, het interesseerde je niet.’ Toch voelt het verhaal nergens gekunsteld en blijft het door Galguts scherpe ironie lichtvoetig. Keer op keer probeert de stille, bescheiden Amor haar familieleden aan hun belofte te herinneren, maar eenmaal aan zet lijkt zij door de tijd te zijn ingehaald.

Jacinthe Sykora studeerde Franse taal- en letterkunde en werkte als vertaalster, onder meer bij het ministerie van Defensie. Na een verblijf van twee jaar in Italië kwam ze te werken in een boekhandel in Drenthe en vervolgens in Zutphen. Met twee jonge dochters zit ze thuis volop in de kinderboeken.

Foto © Jacinthe Sykora

vertaald uit het Engels door Paul van der Lecq

Tatjana over Het proces van Sören Qvist van Janet Lewis

Het proces van Sören Qvist is de tweede roman van Janet Lewis van een drieluik waarin ze beruchte rechtszaken uit de zeventiende eeuw beschrijft. Van het eerste deel De vrouw van Martin Guerre was ik al onder indruk, en ook deze keer maakt Lewis de verwachtingen waar.

Het verhaal speelt zich af in Jutland, Denemarken, en begint met de komst van een bedelaar bij de parochie in het dorp Aalsö. Hij zegt dat hij Niels Bruus is, de knecht die verondersteld werd eenentwintig jaar geleden na een twist met predikant Sören Qvist te zijn vermoord. Hoewel de predikant volhoudt dat hij het niet heeft gedaan, keert alle bewijslast zich tegen hem.

Naast dat Lewis, door haar prachtige (vaak natuur-) beschrijvingen, iedere gebeurtenis levendig weet neer te zetten, zijn het de dilemma’s die ze schetst die haar verhalen zo indrukwekkend maken. In De vrouw van Martin Guerre werd de vraag gesteld of de waarheid verkozen moet worden boven de liefde. In dit boek geeft ze een beschouwing over hoe geloof zwaarder kan wegen dan de waarheid.

U snapt dat ik reikhalzend uitkijk naar haar derde roman.

Tatjana Stuckelschwaiger studeerde Russische taal- en letterkunde in Leiden en werkte jarenlang bij het ministerie van Defensie. Ze woont met haar gezin in Zutphen. Naast de klassieke ‘Russen’ leest ze graag historische romans.

Tess 197brandon 197

Tess over The Final Empire van Brandon Sanderson

Als eerste tip voor de winkel leek het me passend om iets aan te raden voor de beginnende fantasylezer. Er zijn heel veel schrijvers die hiervoor in aanmerking komen, maar voor mij is Brandon Sandersons The Final Empire, het eerste boek in de Mistborn-trilogie, de ultieme kennismaking.

Waar veel mensen tegenaan lopen als ze bijvoorbeeld met Tolkien beginnen, is de bloemrijke schrijfstijl. Die van Sanderson, daarentegen, is toegankelijk en recht-toe-recht-aan. Bovendien is de magie in zijn wereld simpel en intrigerend.

En, niet onbelangrijk: het boek heeft een aantrekkelijk plot, ook voor mensen die niet zo van klassieke queeste-fantasy houden. Het vertelt het verhaal van Vin, een wees die leeft op de straten van Luthadel. Luthadel is de vervallen hoofdstad van een wereld waarin de ‘bad guy’ heeft gewonnen. Vin wordt opgepikt door Kelsier en zijn bende om de Lord Ruler (de schurk in kwestie) van zijn troon te stoten. Gaandeweg komt ze erachter wie ze is en wat ze kan.

Deze brute fantasyroman is al met al een mooie introductie tot wat fantasy kan zijn.

Tess Masselink studeerde Engelse taal en cultuur en literair vertalen. Ze leest het liefst fantasy en sciencefiction en wandelt, fietst en doet aan yoga. Sinds juni 2021 werkt ze in onze boekhandel.

Inschrijven nieuwsbrief