Slider

Nieuwsbrief

Onze favorieten

vertaald uit het Amerikaans door Peter Bergsmavertaald uit het Amerikaans door Esther Ottens

Jacinthe over Het boek van Jongen van Catherine Gilbert Murdock

Geiten, wolven, een ridder te paard, een haan die onder de rokken van een non vandaan fladdert, een galjoen en de vele torens van Rome; de houtsnede-achtige illustraties op het omslag van Het boek van Jongen beloven veel goeds. De Amerikaanse Murdock – in Nederland nog onbekend – won met dit middeleeuwse avontuur de Newbery Honor (vergelijkbaar met de Zilveren Griffel).

In het door de pest geteisterde Frankrijk van 1350 slijt een trouwhartige, argeloze jongen (‘Niet “een” jongen. “Jongen”. Zo heet ik.’) zijn dagen als gebochelde geitenhoeder tot hij de knecht wordt van Secundus; een mysterieuze pelgrim die bezig is aan een voettocht naar Rome. Samen moeten zij zeven heilige voorwerpen (rib, tand, duim, scheen, stof, hoofd, graf) zien te verzamelen die Secundus toegang zullen verschaffen tot het paradijs. Jongen zegt toe in de hoop in Rome van zijn bochel te worden genezen. Maar waarom stinkt Secundus zo naar zwavel? En nog raadselachtiger; waarom eet Jongen niet? Hoe komt het dat hij met dieren kan praten? ‘Laat jezelf nooit zien’, is de enige les die zijn opvoeder pater Petrus hem heeft meegegeven. Gaandeweg komt hij erachter dat de bochel misschien niet zijn grootste probleem is. Een barok verhaal over goed en kwaad, zowel lief als woest en mooi eenvoudig opgeschreven. Vanaf 10 jaar.

Jacinthe Sykora studeerde Franse taal- en letterkunde en werkte als vertaalster, onder meer bij het ministerie van Defensie. Na een verblijf van twee jaar in Italië kwam ze te werken in een boekhandel in Drenthe en vervolgens in Zutphen. Met twee jonge dochters zit ze thuis volop in de kinderboeken.

vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Kitty Pouwels

Oliver over Op de klippen van Jane Gardam

In Op de klippen voert Jane Gardam je binnen in de burgerlijke wereld van een Engels badplaatsje in de jaren dertig. Dat decor wordt bevolkt door een kleurrijke cast. De kreukloze vader, de naïeve moeder en het volkse dienstmeisje: ze blijken gaandeweg stuk voor stuk menselijker dan Gardam je aanvankelijk wilde doen geloven.

Het is de vroegwijze achtjarige Margaret Marsh die het onwetende middelpunt vormt van de stormachtige verwikkelingen waarin deze volwassenen zich al snel verliezen. Dit perspectief maakt dat je als lezer indirect wel te weten komt, wat het kind zelf nog niet kan begrijpen. Ontroering en spanning zijn het gevolg, maar ook regelmatig hilarische scènes. De thema’s van Op de klippen kennen we uit Gardams andere romans: de toevallige beslissing die een leven voor altijd verandert, en hoe de redding soms toch mogelijk blijkt.

Of u nou de hele Old Filth-trilogie heeft gelezen, of juist net kennismaakt met de taalmagiër die Jane Gardam heet: deze roman zal een eyeopener zijn.

Oliver Gee (1982) studeerde kort Theologie in Utrecht en daarna Nederlandse letterkunde in Amsterdam. Doordeweeks is hij docent Nederlands in Arnhem, op zaterdag staat hij bij Van Someren & Ten Bosch in de winkel. Oliver woont sinds vier jaar met zijn vriend in Brummen, waar hij hun huis volstouwt met negentiende-eeuwse boeken.

Foto © Jacinthe Sykora

vertaald uit het Engels door Anne Jongeling en Carla Hazewindus

Sara over De mooiste tijd van ons leven van Claire Lombardo

Voor de mij-krijgt-u-voorlopig-niet-van-deze-stoel-vakantievierder is deze debuutroman van Claire Lombardo ideaal leesvoer; met deze pil van 661 bladzijdes verzekert u zich van uren sedentair tijdverdrijf.

De mooiste tijd van ons leven gaat over David, Marilyn en de vier dochters die ze samen krijgen. Alle puberleed, ouderlijke ergernissen en volwassenheidskwalen die deze levens met zich meebrengen worden uitvoerig beschreven. Ook de onderlinge verhoudingen tussen de gezinsleden (inclusief een groot geheim tussen twee van de vier zussen) komen aan bod.

Het boek is, ondanks de lengte, beslist niet langdradig, omdat Lombardo met veel vaart schrijft en passages uit het verleden afwisselt met het heden.

De mooiste tijd van ons leven is vooral lekker vakantievoer; fijn ongecompliceerd, soms aan de dramatische kant (uiteraard in de meest positieve zin van het woord – denk hierbij aan een foute ‘Rom-Com’ als Mamma Mia! en u begrijpt wat ik bedoel: hysterisch, maar toch vermakelijk) en met een fijnbesnaarde, warme ondertoon.

Sara Jelijs (2001) rondde zomer 2019 haar gymnasium af. Sinds augustus werkt ze met veel plezier bij boekhandel Van Someren & Ten Bosch. Naast lezen houdt Sara ervan om in haar vrije tijd piano te spelen, te zingen en lange wandelingen te maken met hond Skip.

Foto © Jacinthe Sykora

vertaald uit het Russisch door Arthur Langevelt

Tatjana over Wolgakinderen van Guzel Jachina

De Russische titel van Wolgakinderen is ‘Дети мои’ (Deti moi) dat letterlijk vertaald ’Kinderen mijn’ betekent. Zo verwelkomde keizerin Catharina II de Duitse boeren die per schip in Kronstadt aankwamen om op haar uitnodiging een leven in Rusland op te bouwen. Deze Duitse kolonisten stichten tussen 1764 en 1773 105 kolonies aan de Beneden-Wolga en over één van deze kolonisten gaat dit epische verhaal.

Zijn naam is Jakob Ivanovitsj Bach en hij is Schulmeister in het dorpje Gnadenthal aan de Wolga, diep in het Russische binnenland. Zijn levensverhaal beslaat de jaren van 1918 tot 1938, een periode onder Stalin van repressie en honger. Hoewel de dictator nooit bij naam wordt genoemd duikt hij af en toe op in het verhaal en krijgt de lezer een huiveringwekkend kijkje in zijn innerlijk leven. Op deze manier schetst Guzel Jachina de waanzin van die tijd, die je hierdoor veel sterker beleeft dan wanneer ze zich tot de historische feiten had beperkt.

Jachina houdt van metaforen. En waar ze bij andere schrijvers vaak gekunsteld overkomen, zijn ze bij Jachina beeldend en zintuiglijk. Je ziet en hoort het kraken van ijsschotsen in de smeltende Wolga. Je voelt en ruikt de steppe in de verzengende zomerzon. Zo weet ze het kluizenaarsleven van Bach om te vormen tot een magisch realistisch sprookje. En hierbij gaat ook alle lof uit naar Arthur Langeveld, die er een prachtige vertaling van maakte.

Tatjana Stuckelschwaiger studeerde Russische taal- en letterkunde in Leiden en werkte jarenlang bij het ministerie van Defensie. Ze woont met haar gezin in Zutphen. Naast de klassieke ‘Russen’ leest ze graag historische romans.

vertaald uit het Estisch door Ronald Jonkers

Welmoet over De gek van de Tsaar van Jaan Kross

Een gevaarlijke gek of een bevlogen held, dat is de vraag waar het in deze historische roman van Jaan Kross om draait. De gek van de Tsaar vertelt het verhaal van de adellijke Timotheus von Bock en zijn uit de boerenstand afkomstige vrouw Eeva. In het negentiende-eeuwse Estland belooft Timo aan tsaar Alexander ‘altijd en in alles de zuivere waarheid te zeggen…’. Hij ontwerpt een nieuwe grondwet, stuurt deze naar de tsaar en weet dat hij daarmee zijn doodvonnis velt. In een prachtige passage plaatst Kross tsaar Alexander en Timotheus tegenover elkaar; Alexander kiest voor de macht, Timotheus voor vrijheid van denken.

Na negen jaar wordt Timo vrijgelaten onder het mom van zijn ‘gekte’. De verteller van het boek volgt Timo en Eeva in de jaren die volgen, waarin hun liefde voor elkaar en hun overtuigingen opnieuw zwaar op de proef gesteld worden.

De gek van de Tsaar is een meeslepend boek over liefde, trouw, idealen en de vernietigende kracht van de macht; thema’s ook van deze tijd.

Welmoet Glaubitz werkte jarenlang als psychotherapeut en relatietherapeut in een eigen praktijk. Op 1 januari 2017 is zij met pensioen gegaan en sinds september van dat jaar werkt ze op maandagmiddag in de boekwinkel. Lezen is voor haar van jongs af aan een bron van geluk geweest en heeft voeding gegeven aan haar begrip voor de mens en zijn of haar omgeving.

Inschrijven nieuwsbrief