Slider

Nieuwsbrief

Onze favorieten

Foto © Moniek Polak

Herman over De Bourgondiërs

Bart Van Loo schreef met De Bourgondiërs een nieuw en overtuigend verhaal over het ontstaan van de Lage Landen als staatkundige eenheid; niet langer hoeven we als konijnen in het lamplicht naar Willem van Oranje te kijken, maar we mogen, nee móeten verder terug naar de Bourgondiërs; die zijn onze ware aartsvaders.

Dankzij een vooruitexemplaar las ik De Bourgondiërs in de kerstvakantie en ik popelde om er een stukje over te schrijven. Maar toen kwamen de recensies en zonk de moed mij in de schoenen. De ene recensie (‘meesterwerk!’) was nog lovender dan de ander (‘nu al beste geschiedenisboek van 2019!’). Een stukje hoefde ik niet meer te schrijven, maar de vraag drong zich als vanzelf op: hoe komt het dat, vrijwel zonder uitzondering, iedereen zo vreselijk enthousiast is over Bart van Loo en zijn Bourgondiërs?

Mijn antwoord-idee op die vraag: Bart Van Loo heeft, naast talent en discipline, een missie: hij moet en hij zal het verhaal dat hij van de feiten heeft gemaakt, met je delen en bij je naar binnen krijgen. Hij vangt je vooral door het verhaal zo te vertellen dat je persoonlijk meeleeft met de hoofd- en bijrolspelers, tegelijkertijd een al even intens oog krijgt voor de lijnen van de geschiedenis en, misschien wel het belangrijkste, heel vaak vergeet dat je leest. De recensies zijn terecht, wat een zeldzaam leesplezier geeft dit boek.

Sinds 1987 is Herman Krans advocaat in Zutphen. Hij houdt zijn hele leven al van boeken (‘Wat is er leuker dan boeken?’) en werkt met groot genoegen op vrijdagavond en zaterdag in de winkel van zijn vrouw Ine.

Ine over Het meisje en de geleerde

Zodra je het nieuwe boek van Gerdien Verschoor openslaat, valt je oog op de eerste hoofdstuktitel: ‘De geboorte van een reuzin’. Je hebt meteen zin om verder te lezen. In Het meisje en de geleerde komen alle kwaliteiten van de Zutphense schrijfster samen: haar mooie, beeldende pen, haar kennis van Polen en haar kunsthistorische achtergrond.

Die reuzin is Karolina Lanckorońska, een boomlange Poolse gravin die de wetenschap verkoos boven een echtgenoot en haar leven wijdde aan de kunst, vooral aan die van Michelangelo, haar grote passie. De kunst sleepte haar ook door de hel van Ravensbrück.

Subtiel verweeft Gerdien het indrukwekkende levensverhaal van deze dappere dame met de ongelooflijke reis dwars door Europa van twee Rembrandts, van de ene eigenaar naar de volgende, van grachtenhuis naar paleis, van paleis naar bunker, tot ze in Karolina’s kluis belandden.

Het meisje en de geleerde is een triomfantelijke ode aan het leven en de kunst. Prachtig!

Ine studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, werkte jarenlang in de uitgeverij en is sinds 1 februari 2015 boekhandelaar in de stad waarin ze al sinds 1985 woont.

Jacinthe over Het mysterie van niks en oneindig veel snot

Ooit zag ik door de telescoop van een klasgenootje Saturnus: niet meer dan een erwtje met een ringetje eromheen, maar toch. Vervuld van een diep ontzag voor het heelal ging ik naar huis.

Wie Het mysterie van niks en oneindig veel snot – het derde boek in de non-fictie reeks van Jan Paul Schutten en Floor Rieder – leest, wordt onmiddellijk door eenzelfde soort verwondering bevangen. Niet voor niets geldt Schutten in kinderboekenland als de koning van de non-fictie. Met een aanstekelijke vrolijkheid – als je lievelingsleraar die ineens bij je aan de keukentafel zit- behandelt hij de alleringewikkeldste vraagstukken uit de natuur- en sterrenkunde. Donkere materie, tijdreizen, quantumdeeltjes (‘raarheidsniveau matig’), geen fenomeen zo vreemd of Schutten weet het met raak gekozen voorbeelden inzichtelijk te maken, daarbij geholpen door de vindingrijke illustraties en stripverhaaltjes vol grapjes van Floor Rieder. Net als de eerdere delen is dit boek schitterend uitgegeven (linnen rug, goud op snee); heerlijk om steeds opnieuw te lezen en te bekijken.

Leeftijd vanaf 10 jaar.

Jacinthe studeerde Franse taal- en letterkunde en werkte als vertaalster, onder meer bij het ministerie van Defensie. Na een verblijf van twee jaar in Italië kwam ze te werken in een boekhandel in Drenthe en vervolgens in Zutphen. Met twee jonge dochters zit ze thuis volop in de kinderboeken.

Foto © Jacinthe Sykora

vertaald uit het Duits door Wil Hansen

Tatjana over Onder de Drachenwand

Er lijkt maar geen einde te komen aan boeken over de Tweede Wereldoorlog en ook komen er steeds meer verhalen over hoe het was om in die periode ‘aan de andere kant’ te leven. Zo ook in het boek Onder de Drachenwand van Arno Geiger.

Hoofdpersoon is de jonge Weense soldaat Veit Kolbe die na de gruwelijkheden aan het Oostfront gewond terugkeert naar Oostenrijk. Omdat hij thuis bij zijn ouders niet meer kan aarden, gaat hij voor zijn herstel naar Mondsee, een rustig dorpje gelegen aan het gelijknamige meer onder de Drachenwand. Hij probeert in het alledaagse dorpsleven ver van de oorlog tot zichzelf te komen en leert hier ook de liefde kennen. Omdat hij de waanzin van de oorlog heeft meegemaakt probeert hij zijn terugkeer naar het front zolang mogelijk uit te stellen.

Door het verhaal heen volg je in briefvorm nog drie andere levens: van een Weens Joods gezin op de vlucht, van een moeder uit Darmstadt, dat zwaar wordt gebombardeerd en van een jongen wiens vriendin is vermist. Prachtig hoe Geiger op deze wijze de verschillende kanten van de oorlog belicht en de absurditeit van de oorlog weet te verwoorden zonder heel expliciet te worden. Een aanrader!

Tatjana studeerde Russische taal- en letterkunde in Leiden en werkte jarenlang bij het ministerie van Defensie. Ze woont met haar gezin in Zutphen. Naast de klassieke ‘Russen’ leest ze graag historische romans.

Inschrijven nieuwsbrief