Slider

Nieuwsbrief

Onze favorieten

Foto © Jacinthe Sykora

vertaald uit het Amerikaans door Marijke Versluys

Tatjana over Opnieuw Olive van Elizabeth Strout

Reikhalzend keken we in de boekhandel uit naar het vervolg van Olive Kitteridge (2008) van Elizabeth Strout. In Opnieuw Olive (weer prachtig vertaald) volgen we wederom het leven van Olive Kitteridge en maken we kennis met andere inwoners van het plaatsje Crosby in Maine.

Eigenlijk had ik geen enkele twijfel of het vervolg wel net zo goed zou zijn, want voor mij is Elizabeth Strout een schrijver van de buitencategorie. Of het nou de diepgang in een beschrijving van een alledaags moment is, de terloopsheid in een dialoog over doodgaan, de beeldende beschrijving van het februarilicht, Strout kan het allemaal. En zo subtiel en daarom des te krachtiger.

Ik kan alleen maar een klein voorproefje geven:

‘Olive begreep werkelijk niet hoe het kwam dat ze met het klimmen der jaren harder was gaan oordelen over haar man. Maar ze kon er niets tegen doen, alsof de slingerende muur die tijdens hun lange huwelijk tussen hen in gestaan had – een muur die hen had gescheiden maar die ook onverwachte openingen had geboden: bemoste, warme plekken waar de zon tussen hen in schitterde door een onverwacht lachje van verstandhouding – hoog en hard was geworden en in de scheuren geen bloemen toonde maar harde ijzel.’

Tatjana Stuckelschwaiger studeerde Russische taal- en letterkunde in Leiden en werkte jarenlang bij het ministerie van Defensie. Ze woont met haar gezin in Zutphen. Naast de klassieke ‘Russen’ leest ze graag historische romans.

krant

Welmoet over ‘Ik doe krant’ van Françoise Kist

Als een AMA ( alleenstaande minderjarige asielzoeker) achttien jaar wordt, ontvangt hij de volgende brief: ‘U dient het land te verlaten’. Afzender: de Nederlandse rechtstaat.’ Op een dag staat een jonge asielzoeker aan de deur van het kantoortje van Françoise Kist en vraagt haar: ‘Kan u me helpen?’ Françoise heeft als zestiger net afscheid genomen van haar uitgeverij en besluit impulsief in te gaan op zijn vraag. Daarmee opent ze de deur voor jonge vreemdelingen die geen vreemdeling meer heten: nieuwkomers, statushouders, nieuwe Nederlanders.

In haar zoektocht naar oplossingen voor Boucabar en Ouri uit Guinee, Abdikadir uit Somalië, Sobir uit Afghanistan, Osama uit Soedan, Carolina uit Bolivia en vele anderen gaat ze ver. Ze zamelt geld in, trekt langs ambtelijke instanties, zorgt voor een tandarts, en zet zelfs een bedrijf voor internationale handel naar Guinee op.

Met humor, compassie en nuchterheid beschrijft ze de wereld van de uitgeprocedeerden. Doel is: helpen bij de terugkeer naar- en opbouwen van een bestaan in het land van herkomst. Helaas, terug in het land van herkomst storten opgebouwde bedrijven als een kaartenhuis in elkaar. Dat kan cynisch maken of boos. Ook Françoise wordt overvallen door twijfel. Wat heeft haar bemoeienis opgeleverd? Helaas zijn er geen simpele antwoorden op de vraag: helpen of niet. Culturen verschillen, maar zijn niet goed of slecht. Nederland is een land van wetten en regels, en rijk. Afrika is een land van gastvrijheid en vriendschappen boven regels, en vaak arm.

Françoise besluit haar boek met de woorden: ieder mens moet gezien en gehoord kunnen worden. Heel gewoon. Dat heeft ze voor mij gedaan met dit boek.

Welmoet Glaubitz werkte jarenlang als psychotherapeut en relatietherapeut in een eigen praktijk. Op 1 januari 2017 is zij met pensioen gegaan en sinds september werkt ze op maandagmiddag in de boekwinkel. Lezen is voor haar van jongs af aan een bron van geluk geweest en heeft voeding gegeven aan haar begrip voor de mens en zijn of haar omgeving.

vertaald uit het Engels door Nico Groen

Jacinthe over De Tuinjungle van Dave Goulson

‘Verbeter de wereld, begin in je tuin,’ luidt de optimistische boodschap van de Britse bioloog en natuurschrijver Dave Goulson in De tuinjungle. Als lamgeslagen milieubeschermer besluit hij moed te putten uit de kleinschalige overwinningen die hij op zijn eigen lapje grond in Sussex behaalt.

Belangrijk is wel hoe dat tuinieren wordt aangepakt, zo laat Goulson in zijn boek zien. Wie van een gladgeschoren gazon en borders vol platgespoten exoten houdt, zal niet veel bijdragen aan de biodiversiteit. Maar ook uit meer onverwachte hoek dreigt gevaar. De argeloos aangeschafte lavendel blijkt soms ineens een sluipmoordenaar; zelfs planten die in grote tuincentra als ‘bijvriendelijk’ worden verkocht, zitten vol met insecticiden.

Toch is De tuinjungle mede door Goulsons gevoel voor humor vooral een vrolijk en inspirerend boek. Anekdotes over ondergewaardeerde oor- en regenwormen, spectaculaire motten en doortastende metsel- en zandbijen worden afgewisseld met handige tips voor een zo natuurlijk mogelijke (moes)tuin – alles begint met de juiste planten! Achterin is dan ook een lijst te vinden van soorten die bij bestuivers en vogels favoriet zijn. Kortom, het ideale boek voor wie zich tijdens de donkere wintermaanden wil voorbereiden op een gonzend nieuw tuinseizoen.

Jacinthe studeerde Franse taal- en letterkunde en werkte als vertaalster, onder meer bij het ministerie van Defensie. Na een verblijf van twee jaar in Italië kwam ze te werken in een boekhandel in Drenthe en vervolgens in Zutphen. Met twee jonge dochters zit ze thuis volop in de kinderboeken.

Foto © Moniek Polak

Herman over Verzamelde gedichten van Menno Wigman

Heb je last van de zorgen van alle tijden rond liefde en dood, lees dan Wigman; geen liefdesleed of Wigman dichtte erger, geen doodsangst of Wigman schreef zwarter. Bijvoorbeeld in de regel: Straks lig ik daar en wordt mijn haar gekamd.

Gelukkig word je niet van de gedichten van Menno Wigman. Denk maar aan zijn beroemde regel: Waarom houdt men steeds korter van elkaar? Hij leefde trouwens ook ongelukkig kort. Hij overleed vorig jaar op de leeftijd van 51 jaar.

Gelukkig word je er niet van, maar literatuur máákt ook niet gelukkig, aldus Adriaan van Dis in zijn feestrede voor onze boekhandel. Literatuur kan je wel losscheuren van je nietszeggend comfortabele rosé met ochtendkrant, en literatuur kan je weerbaar maken. Dit laatste nu doen de gedichten van Menno Wigman.

Het ritme is eenvoudig, de woorden zijn eenvoudig en als je ooit zelf een beetje ritme aan wat woorden hebt proberen te geven, dan weet je hoe ontzettend moeilijk dat is en hoe weinig mensen dichterlijke Jip en Janneke-taal kunnen schrijven. Wigman kon het.

Zoals F. Starik (ook al dood) het zei bij de gedichten die Wigman voor eenzame doden maakte: ‘Ook die laatste jaren, dat hij gebukt ging onder een snel verslechterende gezondheid, dat hij nauwelijks nog schreef, vond hij altijd de ruimte om een gedicht voor een eenzame dode te schrijven. Dat ging steevast gepaard met een hoop aarzelingen, zuchten en tegenzin, maar hij schreef altijd een gedicht om in te lijsten, met van die gebeeldhouwde zinnen, die lezen alsof ze er altijd al waren, alsof ze niet eerst hoefden worden opgeschreven.’

En zo is het maar net: zinnen die lezen alsof ze er altijd al waren. Nu het toch herfst is de eerste drie regels van het gedicht Mala Sombra (uit de bundel Zwart als kaviaar):

November. Roken en de dag doorkomen,
niemand die je mist. Het jaar wordt oud
en ruikt naar doorgeroest verdriet.

De Verzamelde gedichten zijn bezorgd door Neeltje Maria Min en Rob Schouten en zijn prachtig uitgegeven bij Prometheus. We mogen er best eventjes heel gelukkig van worden.

Sinds 1987 is Herman Krans advocaat in Zutphen. Hij houdt zijn hele leven al van boeken (‘Wat is er leuker dan boeken?’) en werkt met groot genoegen op vrijdagavond en zaterdag in de winkel van zijn vrouw Ine.

Foto © Jacinthe Sykora

Sara over De pruimenpluk van Dimitri Verhulst

In De pruimenpluk lezen we hoe hoofdpersoon Mattis, moe van de mens, in afzondering leeft in een klein dorpje met welgeteld 23 inwoners. Als groot fan van de diepvriesmaaltijd kan Mattis het zich permitteren zo min mogelijk zijn huis te verlaten voor burgerlijke wantoestanden als het struinen door tl-verlichte supermarktketens. Zijn huis is gelegen aan een meer waarover op een dag een vrouw aan komt varen in een kano. Deze vrouw verbreekt Mattis’ eenzaamheid, maar zorgt ervoor dat zich een nieuw probleem voordoet: hoe kan Mattis ooit concurreren met Elma’s overleden echtgenoot voor wie haar liefde nooit bekoelen zal?

Verhulst stelt nooit teleur als het aankomt op magisch mooie woordspelingen, eigenaardige personages en verrassende wendingen. Ook in dit boek slaagt hij er weer in de tragiek van het leven op schitterende wijze onder woorden te brengen. Hij doet dit zodanig, dat er geen duisternis over het verhaal heen valt, maar juist een aangename lichtheid, die acceptatie van de nutteloosheid en nietigheid van het bestaan oproept. Door Verhulst zijn zotte humor en woordkunstenarij was het een absoluut genoegen dit boek te lezen.

Sara Jelijs (2001) rondde afgelopen schooljaar haar gymnasium af. Sinds augustus werkt ze met veel plezier bij boekhandel Van Someren & Ten Bosch. Naast lezen houdt Sara ervan om in haar vrije tijd piano te spelen, te zingen en lange wandelingen te maken met hond Skip. 

Inschrijven nieuwsbrief