Slider

Nieuwsbrief

Onze favorieten

Tatjana2

Foto © Jacinthe Sykora

vertaald uit het Frans door Rokus Hofstede

Tatjana over De grote angst in de bergen

In één adem las ik De grote angst in de bergen van de Zwitserse auteur Charles-Ferdinand Ramuz  (vertaald door en met een prachtig nawoord van Rokus Hofstede). Wat een bijzonder boek!

In dit meesterwerk uit 1926 raak je als lezer nauw betrokken bij een kleine dorpsgemeenschap in de Zwitserse Alpen. Voor het eerst na twintig jaar gaat een groepje mannen weer naar Sasseneire, een alpenweide boven in de bergen, om er de koeien te laten grazen tijdens de zomermaanden. Volgens de oudere dorpsbewoners een slecht besluit, want zij hebben destijds meegemaakt dat er daarboven vreemde ongelukken gebeurden. Ze geloven dat het er vervloekt is. Sindsdien durft niemand er meer te komen.

Wanneer de koeien besmet raken met ‘de ziekte’ worden de kudde en hun herders in quarantaine geplaatst. Ze beginnen vreemde dingen te ontwaren en worden steeds banger, zeker nadat het eerste slachtoffer is gevallen.

Met de bergen als dreigend decor voltrekt zich in dit zorgvuldig opgebouwde verhaal langzaam een catastrofe. Ramuz hanteert een voor zijn tijd vernieuwende stijl die uniek is en naar mijn mening ijzersterk. Perspectief en tijden wisselen elkaar af en versterken het unheimische gevoel dat je krijgt naarmate het verhaal vordert.

Tatjana studeerde Russische taal- en letterkunde in Leiden en werkte jarenlang bij het ministerie van Defensie. Ze woont met haar gezin in Zutphen. Naast de klassieke ‘Russen’ leest ze graag historische romans.

Monica

Foto © Jacinthe Sykora

vertaald uit het Duits door Gerrit Bussink

Monica over Icarië

Uwe Timm (1940) werd geïnspireerd tot het schrijven van zijn roman Icarië door de eugenetica van de nazi’s. Centraal hierin staat het leven van de excentrieke gangmaker van de Duitse eugenetica, dr. Alfred Ploetz (1860-1940).

De hoofdpersoon in het boek, Michael Hansen, een jonge officier van het Amerikaanse leger in Duitsland,  krijgt de opdracht het archief van de in 1940 overleden Ploetz in beslag te nemen. Hansen moet een vroegere vriend van Ploetz, de bejaarde Wagner, ondervragen over zijn relatie met hem.

Wagner is een sociaaldemocraat, die in 1933 door de SA in Dachau wordt opgesloten. Dankzij Ploetz’ bemiddeling komt hij vrij. Daarna duikt hij onder in de kelder van een antiquariaat vol met boeken van verboden schrijvers zoals Bertolt Brecht, Heinrich Mann, Alfred Doblin en Franz Kafka. Wagner symboliseert het goede Duitsland, dat zich twaalf jaar lang koest moest houden.

Icarië is een historische roman waarin feiten en fictie op een bijzondere manier met elkaar verweven worden. Veel scènes zijn mooi en beeldend beschreven: ‘De ontmoeting met gemeenteraadsleden van Coburg van wie er een onder zijn neus een zeer lichte plek heeft waar hij twee dagen geleden eerder zijn ‘snotrem’, zijn kleine zwarte Hitlersnorretje, heeft afgeschoren.’

Monica studeerde pedagogiek, maar toen ze in 1999 de kans kreeg bij Boekhandel Van Someren & Ten Bosch te komen werken, greep ze die met beide handen aan. Ze is lid van twee leesclubs, haar voorkeur gaat uit naar toegankelijke geschiedenisboeken.

Jacinthe over Afrit Akersloot

Afrit Akersloot is een stevig lesje beter observeren. In deze bundel verhalen die eerder in NRC Handelsblad verschenen, ontdekken journalisten Carola Houtekamer en Freek Schravesande het Nederland waar je altijd wel komt, maar nooit echt goed kijkt. ‘Als je maar lang genoeg ergens rondhangt,’ schrijven ze, ‘blijkt het normale bijna altijd knotsgek te zijn’. Belangrijk is wel dat je zonder vooropgezet plan gaat en met de juiste mensen spreekt – dus geen voorlichters of managers! Achter een gemiddeld industrieterrein als De Liesbosch bij Nieuwegein blijkt een wetteloze jungle van bordelen, autodealers en wietplantages schuil te gaan. Tegelijkertijd doet het bordeel meer voor de openbare orde dan de politie.

Ook verkennen ze de wereld van Van der Valk-hotel Akersloot aan de A9: ‘Een plek voor iedereen. Voor de vertegenwoordiger die zijn relaties warm houdt, voor de directeur die zijn secretaresse warm houdt, [..] voor de kinderen uit de buurt die zwemles krijgen in het zwembad, en voor de Duitse saunamannen die ondanks die zwemles én het waarschuwingsbordje én een sloot ontstelde ouders langs de kant, weigeren een zwembroek aan te trekken.’ Een bijzonder boek boordevol prachtige observaties voor wie de grijze plekken op de kaart wil leren kennen.

Jacinthe studeerde Franse taal- en letterkunde en werkte als vertaalster, onder meer bij het ministerie van Defensie. Na een verblijf van twee jaar in Italië kwam ze te werken in een boekhandel in Drenthe en vervolgens in Zutphen. Met twee jonge dochters zit ze thuis volop in de kinderboeken.

Herman

Foto © Moniek Polak

vertaald uit het Engels door Maarten van der Werf

Herman over Stadsleven

Zoals je heerlijk kunt verdwalen in een stad, zo kun je ook heerlijk verdwalen in dit boek van socioloog Richard Sennett. In dit kleine stukje valt zijn boek onmogelijk samen te vatten, maar misschien is een opsomming van onderwerpen en referenties wel genoeg om zowel liefhebbers als stadsbestuurders nieuwsgierig te maken.

Hoe verover je als nieuwkomer een stad? Wat is het verschil tussen een harde en een zachte ingreep in de gebouwde omgeving? Hoe moet de stedenbouwkundige rekening houden met de complexiteit van de stad? Welke dramatische gevolgen kregen idealen van stedelijke bouwmeesters? Wat is het verschil tussen het centrum en de randen van de stad?

En bij dat alles refereert Sennett aan woorden en daden van zeer uiteenlopende mensen. Van Aristoteles tot Zuckerberg, van Proust tot Gropius en van Levinas tot Mao Zedong.

Ik zou zeggen: verdwaal eerst in dit boek voor je een plan voor je stad maakt.

Sinds 1987 is Herman Krans advocaat in Zutphen. Hij houdt zijn hele leven al van boeken (‘Wat is er leuker dan boeken?’) en werkt met groot genoegen op vrijdagavond en zaterdag in de winkel van zijn vrouw Ine. 

vertaald uit het IJslands door Marcel Otten

Ine over Het verhaal van Ásta

Het verhaal van Ásta was mijn eerste kennismaking met het werk van de IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson. Ik viel meteen voor zijn associatieve pen, de prachtige personages, de bijzondere compositie en het fenomenale IJslandse decor. In deze breed opgezette familiesaga verweeft hij de levens van een vader en een dochter. Maar verwacht geen traditionele vertelling, Stefánsson springt heen en weer in perspectief en tijd en strooit met losse zinnen en overpeinzingen.

‘Het is natuurlijk onmogelijk (…) lineair over het leven van een individu te verhalen, van de wieg tot het graf, zoals het heeft plaatsgevonden. (…) Zodra de eerste herinnering zich in het bewustzijn heeft geworteld, houden we op lineair waar te nemen en te denken en daarna leven we net zo goed in wat is geweest als in dat wat nu gebeurt.’

Aan het eind knoopt Stefánsson alle verhalen aan elkaar en laat ook veel ongezegd. Een hartverscheurend prachtig boek, dat je meteen wéér wilt lezen om al die mooie, wijze woorden te onthouden.

Ine studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, werkte jarenlang in de uitgeverij en is sinds 1 februari 2015 boekhandelaar in de stad waarin ze al sinds 1985 woont.

Inschrijven nieuwsbrief