Slider

Nieuwsbrief

Onze favorieten

Anna

Anna over Wij zijn licht van Gerda Blees

Een paar jaar geleden kocht ik voor een paar euro op de Uitmarkt een verhalenbundel van een mij onbekende auteur, met de intrigerende titel Aan doodgaan dachten we niet. Al na het eerste verhaal – over een jongetje, een pingpongbal en een naderende krooshekreiniger – wist ik: van Gerda Blees wil ik meer lezen.

Dit jaar verscheen dan eindelijk haar langverwachte debuutroman, Wij zijn licht, gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Blees vertelt over de bewoners van woongroep Klank en Liefde, die besluiten te leven van het licht, totdat een van hen aan een gebrek aan voedsel overlijdt en de andere drie op verdenking van dood door schuld worden aangehouden. In vijfentwintig korte hoofdstukken laat ze zien hoe het zover heeft kunnen komen. Het meest bijzondere is de manier waarop ze dat doet: ieder hoofdstuk is geschreven vanuit een ander perspectief, en begint met ‘Wij zijn…’. De buren, een cello en zelfs iets abstracts als de plaats delict of een sinaasappelgeur geven hun visie op het gebeuren en langzaam vallen de puzzelstukjes op hun plaats.

Op subtiele wijze, vol onderkoelde, bijna terloopse humor zet Blees ons aan het denken over hoe eenvoudig je soms compleet in de ban kunt raken van een ander, en over hoe gemakkelijk het is om zonder voorkennis te oordelen over anderen. Wij zijn onder de indruk van dit debuut.

Anna Krans groeide op tussen de boeken, werkte als scholier bij Van Someren & Ten Bosch en studeerde Spaans en Europese studies. Tegenwoordig is ze verantwoordelijk voor de verkoop bij uitgeverij Van Oorschot, werkt ze als freelance redacteur voor diverse uitgeverijen en is ze één dag in de week boekverkoper in onze winkel.

Foto © Moniek Polak

Herman over Het landschap, de mensen van Auke van der Woud

Als u sentimenteel wordt bij het tuinpad van mijn vader of bij de hoge bomen (Wim Sonneveld Het dorp) dan leest u liever niet Het landschap, de mensen van Auke van der Woud. De tranen zouden u over de wangen lopen. Maar als u wilt weten hoe van 1850 tot 1940 ons landschap radicaal veranderde onder nuttigheidsdenken en hoe ook de mensen anders gingen leven, anders gingen denken, dan kunt u zich geen betere gids wensen dan Auke van der Woud. Net als in zijn eerdere boeken combineert Van der Woud wetenschappelijke kennis met een fijne, levendige pen.

Zo beschrijft hij ‘de wereld van verschil’ tussen de plaggenhut en het arbeidershuisje volgens de woningwet van 1901 en bijvoorbeeld ook hoe de Heidemaatschappij cultuurtechniek zowel wetenschappelijk als praktisch van groot belang vond en zichzelf zelfbewust bij ieder mogelijk jubileumjaar met een gedenkboek feliciteerde.

Een enkele slotalinea besteedt Van der Woud aan het landschap na 1940 en het landschap na nu, met als kernboodschap: als álles gericht blijft op waardecreatie dan houden we níets meer over.

Sinds 1987 is Herman Krans advocaat in Zutphen. Hij houdt zijn hele leven al van boeken (‘Wat is er leuker dan boeken?’) en werkt met groot genoegen op vrijdagavond en zaterdag in de winkel van zijn vrouw Ine.

Jacinthe 206

Jacinthe over Russische sprookjes van Thé Tjong-Khing

Deze maand verscheen bij uitgeverij Gottmer Russische sprookjes van de inmiddels 87-jarige maar nog altijd uiterst productieve Thé Tjong-Khing. Voor dit vierde deel in de reeks De sprookjesverteller verzamelde hij veertien bekende – zoals het sprookje over de vuurvogel of de heks Baba Jaga – maar vooral ook minder bekende Russische verhalen.

‘Spelen op papier’, noemt Khing het tekenen dat bij hem meer levenswijze dan ambacht is geworden. En inderdaad: ook bij deze nieuwe sprookjes spat het tekenplezier van de pagina’s.
Maar behalve illustrator is Khing ook een fijne verteller. Toen hij tijdens het voorlezen van zijn kleinzoon Tobias merkte dat die bij de oorspronkelijke, ingewikkelde vertaling van de sprookjes afhaakte, besloot hij deze speciaal voor hem te herschrijven. En dat voel je: de tekst heeft veel vaart en geregeld mengt de verteller zich met geestige, laconieke tussenzinnetjes in het verhaal.

Dat alles maakt de sprookjes aantrekkelijk om voor te lezen aan jongere kinderen. Wat overigens niet wil zeggen dat de verhalen niet vol lugubere gebeurtenissen (van verkoolde stiefmoeders tot gekookte tsaren) zitten, maar daar zijn het nu eenmaal sprookjes voor. Bovendien zijn gelukkige mensen volgens Khing dodelijk saai om te tekenen; slechteriken zijn veel leuker. Voorlezen vanaf 5 à 6 jaar.

Jacinthe Sykora studeerde Franse taal- en letterkunde en werkte als vertaalster, onder meer bij het ministerie van Defensie. Na een verblijf van twee jaar in Italië kwam ze te werken in een boekhandel in Drenthe en vervolgens in Zutphen. Met twee jonge dochters zit ze thuis volop in de kinderboeken.

Foto © Jacinthe Sykora

vertaald uit het Engels door Els de Roon Hertoge en Annelies de Hertogh

Tatjana over Verdwijnende aarde van Julia Phillips

Kamtsjatka, waar de inheemse volkeren ’s zomers hun kuddes over de toendra jagen en waar ’s winters je wimpers vastvriezen van de kou is misschien niet voor iedereen de meest voor de hand liggende bestemming. De Amerikaanse schrijfster Julia Phillips koos voor haar debuutroman Verdwijnende aarde dit ruige en mysterieuze Siberische schiereiland aan de Beringzee als decor voor haar verhaal.

Het boek begint met de verdwijning van twee zusjes en beschrijft het jaar dat op deze traumatische gebeurtenis volgt, de hoofdstukken verdeeld in maanden. Elke maand maakt de lezer kennis met een aantal inwoners van Kamtsjatka, zowel Russen als inheemse bewoners, die, al is het maar met een dun draadje, met elkaar verbonden zijn door de verdwijning van de meisjes. In een stijl die beeldend maar zonder opsmuk is, beschrijft Phillips hun verlangens, twijfels en angsten en maakt ze de sociale en etnische spanningen voelbaar. Zo schetst ze een beeld van het harde leven in die verre uithoek van Rusland met zijn dichte wouden en rokende vulkanen. Toen ik het boek uit had, dacht ik: Kamtsjatka, daar moet ik toch echt eens naar toe.

Tatjana Stuckelschwaiger studeerde Russische taal- en letterkunde in Leiden en werkte jarenlang bij het ministerie van Defensie. Ze woont met haar gezin in Zutphen. Naast de klassieke ‘Russen’ leest ze graag historische romans.

vertaald uit het Amerikaans door Piet Dal, Arjanne van Luipen, Pon Ruiter, Ineke van den Elskamp, Rob Kuitenbrouwer en Sjaak de Jong

Welmoet over Deze waarheden van Jill Lepore

In deze waanzinnige wereld waarin fake news en intimidatie de presidentsverkiezingen in Amerika beheersen, probeer ik het hoofd koel te houden en te begrijpen hoe het in de VS (en bij ons) zover heeft kunnen komen. Gelukkig biedt Jill Lepore in Deze waarheden een geweldig overzicht van de Amerikaanse geschiedenis, van de ‘ontdekking’ van Amerika door Columbus tot aan de verkiezing van Donald Trump.

Lepore ontleent de titel van haar boek aan een strofe uit de Amerikaanse grondwet: Wij achten deze waarheden vanzelfsprekend, dat alle mensen gelijk geschapen zijn, dat ze door hun Schepper begiftigd zijn met zekere onvervreemdbare Rechten, dat daaronder zijn Leven, Vrijheid en het nastreven van Geluk. Helaas werden slaven, zwarten, vrouwen, Chinezen en Japanners tot ver in de vorige eeuw van deze onvervreemdbare rechten uitgesloten.

Enkele constanten duiken steeds in het boek op: de onvoorstelbare discriminatie van de zwarte bevolking, de macht van het Hooggerechtshof, het grenzeloze geloof van de Amerikanen in techniek, de invloed van campagneteams en marketingtechnieken.

Nee, het is geen boek dat vrolijk maakt. Ik heb het ettelijke keren verontwaardigd weggelegd om het even later toch weer gretig op te pakken; het is immers voor een groot deel ook onze geschiedenis.

Welmoet Glaubitz werkte jarenlang als psychotherapeut en relatietherapeut in een eigen praktijk. Op 1 januari 2017 is zij met pensioen gegaan en sinds september van dat jaar werkt ze in de boekwinkel. Lezen is voor haar van jongs af aan een bron van geluk geweest en heeft voeding gegeven aan haar begrip voor de mens en zijn of haar omgeving.

Inschrijven nieuwsbrief