Banner trap

Nieuwsbrief

Onze favorieten

Annavertaald uit het Engels door Mariëlle Steinpatz

Anna over Eén. Pan, plaat, planeet van Anna Jones

Gemiddeld wordt er uit ieder kookboek twee keer gekookt. Met Eén. Pan, plaat, planeet van de Britse Anna Jones had ik dat gemiddelde al na een week overschreden. Een mooi vormgegeven boek met recepten die er heerlijk uitzien, uit ingrediënten bestaan die je in iedere supermarkt kunt vinden (geen Ottolenghi-praktijken dus, met eindeloze zoektochten naar Urfa-chilivlokken of geelwortelpoeder) en in een oogwenk op tafel staan.

Alle gerechten zijn vegetarisch, met volop veganistische suggesties, tips om verspilling tegen te gaan (vries eens overgebleven chilipepers of stukken gember in), en aandacht voor duurzaamheid.

Ik maakte tot nu toe onder andere een ovenschotel met citroen, asperges en parelcouscous, shakshuka met tuinbonen en groene kruiden, sobanoedels met limoen en dubbele gember, en blader regelmatig watertandend door het boek, op zoek naar nieuwe inspiratie. Het zijn recepten die echt iedereen kan maken, en waar je van blijft dooreten.

Anna Krans groeide op tussen de boeken, werkte als scholier bij Van Someren & Ten Bosch en studeerde Spaans en Europese studies. Tegenwoordig is ze verantwoordelijk voor de verkoop bij uitgeverij Van Oorschot, werkt ze als freelance redacteur voor diverse uitgeverijen en is ze één dag in de week boekverkoper in onze winkel.

bram van den berg 300vertaald uit het Russisch door Hans Boland

Bram over Misdaad en straf van Fjodor Dostojevski

Ondanks of misschien wel dankzij mijn jonge leeftijd ben ik benieuwd naar de wereldliteratuur: Melville, Dante, Ovidius, te veel om op te noemen. En nu Dostojevski. Na De gebroeders Karamazov las ik onlangs de klassieker Misdaad en straf, in een nieuwe vertaling van Hans Boland. Een verhaal over hoe de jonge student Raskolnikov (raskol= scheur, raskolniki= scheurmaker) een moord pleegt en hoe hij hierna met de psychische gevolgen ervan moet leven.

Wat opvalt is hoe goed Dostojevski zijn taalgebruik weet aan te passen aan de persoon die aan het woord is: een wat elitaire rechercheur praat nou eenmaal ‘esoterisch’ (= kennis alleen voor ingewijden), dat is toch een beetje ‘comme il faut’ (= zoals het hoort). Vertaler Hans Boland neemt dit fantastisch over, met als gevolg dat ik een grote hoeveelheid nieuwe woorden heb geleerd.

Dat opvallende taalgebruik maakt het boek extra indrukwekkend en zorgde ervoor dat ik mij zo goed met de personages kon identificeren: ik leefde mee met de wat arrogante hoofdpersoon die (natuurlijk) totaal niet op mijzelf leek. Ik kroop in de huid van de misdadiger en begreep elke zet die hij deed. Het deed mij zo nu en dan samen met de hoofdpersoon uit een stoel opspringen om luid te schreeuwen: ‘Wat heeft dit te betekenen?’ Hoewel Raskolnikov het dan met (on)gegronde paranoïa roept en ik met een (on)gewilde nieuwsgierigheid.

Bram van den Berg studeert natuur- en sterrenkunde. Daarnaast verdiept hij zich in taal en literatuur. Hij werkt op zaterdag in onze boekhandel.

Foto: Annabel Oosteweeghel

vertaald uit het Engels door Inge Kok

Ine over Twee weken weg van R.C. Sherriff

Zoals een generaal zich opmaakt voor een veldtocht, zo stippelt meneer Stevens, kantoorbediende en vader van drie kinderen, zijn vakantie uit. Tot in de allerkleinste details, je krijgt er bijna rillingen van. Hij noemt zijn dichtbeschreven lijsten ‘marsorders’. Elk jaar gaat alles precies eender: de voorbereidingen, de reis, het verblijf in badplaats Bognor. Maar het wonderlijke is dat meneer Stevens en zijn familie de lezer nergens irriteren, wel af en toe verwonderen en vooral ontroeren.

R.C. Sherriff, een herontdekte Engelse schrijver, publiceerde in 1931 The Fortnight in September (Twee weken weg in de frisse vertaling van Inge Kok), een roman waarin niets bijzonders gebeurt, maar die geen seconde verveelt. De personages zijn levensecht en de schrijver zet ze niet als zielige figuren neer, maar als sympathieke mensen, die in hun bijna naïeve opgewektheid toch heel herkenbaar zijn. Sherriff brengt subtiel kleine rimpelingen en barstjes aan en strooit geraffineerd met sprekende details. De scherpe teennagel van meneer Stevens die een versleten laken scheurt, de angst van mevrouw Stevens voor de zee, ‘dat grote, gladde slijmerige oppervlak’, de raad die dochter Mary van een vakantievriendin krijgt: ‘Kijk uit voor mannen die alleen op pad zijn.’

Het is niet voor niets dat ook Kazuo Ishiguro en Mensje van Keulen grote bewonderaars van dit heerlijke boek zijn.

Ine Soepnel studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, werkte jarenlang in de uitgeverij en is sinds 1 februari 2015 boekhandelaar in de stad waarin ze al sinds 1985 woont.

Jacinthe 206

Jacinthe over De hemel van Heivisj van Benny Lindelauf

De hemel van Heivisj is een boek waarin alles klopt. Het indrukwekkende Hele verhalen voor een halve soldaat, dat onlangs bekroond werd met de Woutertje Pieterse Prijs, maakte mij nieuwsgierig naar de (jeugd)roman waarvoor Lindelauf in 2011 ook al deze prijs kreeg. Een ouwetje dus, maar voor wie het nog niet kent: lees het! Ook als je al volwassen bent.

De inval van de Pruuse (Duitsers) maakt een einde aan de kindertijd van de zusjes Boon die een eind buiten de stad in een huis wonen dat ‘bokkig met de rug naar de wereld’ staat. Toch is dit boek meer dan het zoveelste oorlogsverhaal.

Lindelauf baseerde zijn verhaal op de jeugdherinneringen van zijn Limburgse oma. In een prachtige zintuigelijke taal bouwt hij een haast magische wereld met sprookjesachtige landschappen en een bonte stoet aan personages: de onverwoestbare oma Mei met haar tollende ‘uilenoog’, de welgestelde Sigarenkoning, het onberekenbare nichtje van de Pruusin, en natuurlijk Heivisj, het paard dat na een leven lang in de mijnen bang voor het donker is. Via razendknap in elkaar grijpende verhaallijnen, waarin zowel paard als nichtje een cruciale rol spelen, vertelt Lindelauf een overweldigende familiegeschiedenis over afkomst, verzet en verraad.

Jacinthe Sykora studeerde Franse taal- en letterkunde en werkte als vertaalster, onder meer bij het ministerie van Defensie. Na een verblijf van twee jaar in Italië kwam ze te werken in een boekhandel in Drenthe en vervolgens in Zutphen. Met twee jonge dochters zit ze thuis volop in de kinderboeken.

lena 195vertaald uit het Duits door Gerda Baardman

Lena over Hard land van Benedict Wells

Missouri, 1985. Hard Land, de nieuwe grote roman van de Duitse schrijver Benedict Wells gaat over de vijftienjarige Sam, een buitenbeentje. Zijn moeder is ziek en met zijn werkloze vader kan hij maar moeilijk praten. Wanneer Sam in de zomervakantie gaat werken bij een oude bioscoop breken gelukkigere tijden aan. Hij maakt vrienden, hoort eindelijk ergens bij en wordt voor het eerst verliefd.

De manier waarop Sam opgroeit, is niet te vergelijken met mijn eigen jeugd. Maar na het lezen van dit boek lijkt het haast of sommige van de beschreven momenten onderdeel van mijn eigen herinneringen zijn geworden. Voor mij is deze tijd nog maar pas geleden en zo merkte ik dat Benedict Wells de essentie en onzekerheden van het volwassen worden aan de hand van Sams verhaal heel goed op papier heeft gezet. Terwijl Sam zichzelf ontwikkelt en zijn eigen identiteit probeert te vinden leren wij hem als lezer ook steeds beter kennen.

Hoe verder ik in het boek kwam, hoe meer het me beviel. Dit verhaal liet me weer eens inzien dat ietwat eigenaardige mensen, als je even bij ze stilstaat, toch echt ‘liebenswert’ kunnen zijn.

Ik heb zelf dit boek in de originele taal gelezen. De Nederlandse vertaling verschijnt 15 juni 2021 onder dezelfde titel.

Lena van Halen (2002) heeft in 2020 haar vwo-diploma gehaald en brengt met veel plezier haar tussenjaar in de boekhandel door. Ze houdt zich graag bezig met dansen, creatieve activiteiten, het lezen van boeken en is erg gefascineerd door het dierenrijk. Ze is van plan om biologie te gaan studeren en zich te specialiseren in het gedrag van dieren. 

Foto © Jacinthe Sykora

vertaald uit het Engels door Hans Kloos

Tatjana over Ik ben een eiland van Tamsin Calidas

Ik ben altijd geïntrigeerd door mensen die het roer radicaal om durven te gooien met de daarbij behorende ontberingen, in de hoop dat dit hen uiteindelijk iets zal opleveren. In Ik ben een eiland beschrijft Tamsin Calidas wat zo’n besluit daadwerkelijk inhoudt, wanneer zij en haar man Rab hun drukke Londense bestaan achter zich laten om zich op een van de eilanden van de Schotse Hebriden te vestigen.

‘Als ik uitstap en me uitrek, houd ik mijn adem in. Over de baai vliegen de ganzen regelrecht het centrum van dat broze licht in, een leistenen vlaag miezer als een gordijn waar de horizon de zee in valt. Zodra ik de ganzen hoor roepen, hun stemmen die lucht openbreken, weet ik dat ik weer moet ademhalen. De lucht in Schotland verschilt van de schrale lucht in Londen. Ik adem mijn longen vol met die schone, zoete, frisse, natte bries.’

Op zoek naar rust, stilte en een leven dicht bij de natuur, ontdekt ze dat het moed en volharding kost om zo’n leven te leiden. Door de enorme teleurstellingen in haar leven, de teisterende elementen, en met name de traditionele patriarchale cultuur van het eiland, voelt ze zich steeds meer op zichzelf aangewezen. Ze zoekt troost in een innige vriendschap en houvast in de seizoenen. In poëtisch proza beschrijft ze haar tegenslagen, maar ook die prachtige wilde natuur, die ervoor zorgt dat ze haar plek op het eiland weet te vinden.

Tatjana Stuckelschwaiger studeerde Russische taal- en letterkunde in Leiden en werkte jarenlang bij het ministerie van Defensie. Ze woont met haar gezin in Zutphen. Naast de klassieke ‘Russen’ leest ze graag historische romans.

Inschrijven nieuwsbrief