Nieuwsbrief

Tip van uw boekhandel


Oliver over Het lichaam – Een reisgids van Bill Bryson

Elke zaterdag werkt docent en neerlandicus Oliver Gee in onze winkel. In deze rubriek leest u wat een boekverkoper allemaal meemaakt.

Ruim tien jaar geleden zei een vriend tegen me: ‘Oliver, jij begrijpt geen snars van dingen die met cijfertjes te maken hebben, maar dit moet je lezen.’ De dikke paperback die hij mij met die nogal aanmatigende woorden in de handen stopte, was Bill Brysons bestseller Een kleine geschiedenis van bijna alles. En ik was vanaf de eerste bladzijde verkocht.

Brysons nieuwste boek, Het lichaam – een reisgids, is weer zo’n ambitieus populairwetenschappelijk project. Als Bryson je ergens over vertelt, is het alsof er een vriendelijke en bijzonder belezen oom tegenover je zit. Hij is een rasverteller en daarbij heeft hij vooral oog voor het amusante en voor de sterke verhalen. Een groot deel van de charme van zijn boeken ligt in zijn talent, de menselijke kant van de wetenschapsgeschiedenis te tonen. Niet (alleen) de formules, maar juist ook het verhaal van degenen die ze ontwierpen.

Net als in Een huis vol, zijn geschiedenis van het dagelijks leven, bouwt hij dit boek op aan de hand van een geheugenpaleis. In het eerdere boek hing hij zijn verhaal op aan de kamers van het huis, nu aan de delen van het lichaam. En over al die nagels en botten, vliezen en aderen heeft hij de meest fascinerende en onderhoudende feiten vergaard. De reis gaat van de bevruchting (die ‘stoethaspels’, de zaadcellen, zouden er ‘zonder hulp van buitenaf […] tien minuten over doen om een afstand zo breed als de woorden op deze pagina zwemmend af te leggen.’), via het hart (‘Er is uitgerekend (en Joost mag weten hoe), dat het hart in de loop van een mensenleven genoeg werk verricht om een object met een gewicht van 1 ton 240 kilometer in de lucht te tillen.’), tot aan de dood (‘Jeanne Louise Calment uit Arles […] overleed op de zeer gevorderde leeftijd van 122 jaar […] en pochte op hoge leeftijd nog trots en charmant: ‘Ik heb nooit meer dan één rimpel gehad, en daar zit ik op.’’), en alles wat daartussen ligt.

En zoals die oom je ook altijd iets van zijn goed bedoelde levenswijsheid aan de hand wil doen, heeft Bryson die bijbedoeling ook. Zijn (niet al te opdringerige) boodschap: we moeten wat minder eten en wat meer bewegen. Je moet minder lang op dat ‘verleidelijke kussen van je grote bilspier’ zitten, en niet meer ‘de stappenteller om de poot van je hond doen’. Want dat laatste is blijkbaar in Amerika dé truc om indruk op je collega’s te maken.

Kortom: een boeiende reis door ons eigen lijf, voorzien van een leerzaam en hilarisch commentaar.

Oliver Gee (1982) studeerde kort Theologie in Utrecht en daarna Nederlandse letterkunde in Amsterdam. Doordeweeks is hij docent Nederlands in Arnhem, op zaterdag staat hij bij Van Someren & Ten Bosch in de winkel. Oliver woont sinds vier jaar met zijn vriend in Brummen, waar hij hun huis volstouwt met negentiende-eeuwse boeken.

Inschrijven nieuwsbrief