Banner trap

Nieuwsarchief

Eerdere favorieten

vertaald uit het Engels door Mariëlle Steinpatz

Anna over Eén. Pan, plaat, planeet

Gemiddeld wordt er uit ieder kookboek twee keer gekookt. Met Eén. Pan, plaat, planeet van de Britse Anna Jones had ik dat gemiddelde al na een week overschreden. Een mooi vormgegeven boek met recepten die er heerlijk uitzien, uit ingrediënten bestaan die je in iedere supermarkt kunt vinden (geen Ottolenghi-praktijken dus, met eindeloze zoektochten naar Urfa-chilivlokken of geelwortelpoeder) en in een oogwenk op tafel staan.

Alle gerechten zijn vegetarisch, met volop veganistische suggesties, tips om verspilling tegen te gaan (vries eens overgebleven chilipepers of stukken gember in), en aandacht voor duurzaamheid.

Ik maakte tot nu toe onder andere een ovenschotel met citroen, asperges en parelcouscous, shakshuka met tuinbonen en groene kruiden, sobanoedels met limoen en dubbele gember, en blader regelmatig watertandend door het boek, op zoek naar nieuwe inspiratie. Het zijn recepten die echt iedereen kan maken, en waar je van blijft dooreten.

vertaald uit het Russisch door Hans Boland

Bram over Misdaad en straf

Ondanks of misschien wel dankzij mijn jonge leeftijd ben ik benieuwd naar de wereldliteratuur: Melville, Dante, Ovidius, te veel om op te noemen. En nu Dostojevski. Na De gebroeders Karamazov las ik onlangs de klassieker Misdaad en straf, in een nieuwe vertaling van Hans Boland. Een verhaal over hoe de jonge student Raskolnikov (raskol= scheur, raskolniki= scheurmaker) een moord pleegt en hoe hij hierna met de psychische gevolgen ervan moet leven.

Wat opvalt is hoe goed Dostojevski zijn taalgebruik weet aan te passen aan de persoon die aan het woord is: een wat elitaire rechercheur praat nou eenmaal ‘esoterisch’ (= kennis alleen voor ingewijden), dat is toch een beetje ‘comme il faut’ (= zoals het hoort). Vertaler Hans Boland neemt dit fantastisch over, met als gevolg dat ik een grote hoeveelheid nieuwe woorden heb geleerd.

Dat opvallende taalgebruik maakt het boek extra indrukwekkend en zorgde ervoor dat ik mij zo goed met de personages kon identificeren: ik leefde mee met de wat arrogante hoofdpersoon die (natuurlijk) totaal niet op mijzelf leek. Ik kroop in de huid van de misdadiger en begreep elke zet die hij deed. Het deed mij zo nu en dan samen met de hoofdpersoon uit een stoel opspringen om luid te schreeuwen: ‘Wat heeft dit te betekenen?’ Hoewel Raskolnikov het dan met (on)gegronde paranoïa roept en ik met een (on)gewilde nieuwsgierigheid.

vertaald uit het Engels door Inge Kok

Ine over Twee weken weg

Zoals een generaal zich opmaakt voor een veldtocht, zo stippelt meneer Stevens, kantoorbediende en vader van drie kinderen, zijn vakantie uit. Tot in de allerkleinste details, je krijgt er bijna rillingen van. Hij noemt zijn dichtbeschreven lijsten ‘marsorders’. Elk jaar gaat alles precies eender: de voorbereidingen, de reis, het verblijf in badplaats Bognor. Maar het wonderlijke is dat meneer Stevens en zijn familie de lezer nergens irriteren, wel af en toe verwonderen en vooral ontroeren.

R.C. Sherriff, een herontdekte Engelse schrijver, publiceerde in 1931 The Fortnight in September (Twee weken weg in de frisse vertaling van Inge Kok), een roman waarin niets bijzonders gebeurt, maar die geen seconde verveelt. De personages zijn levensecht en de schrijver zet ze niet als zielige figuren neer, maar als sympathieke mensen, die in hun bijna naïeve opgewektheid toch heel herkenbaar zijn. Sherriff brengt subtiel kleine rimpelingen en barstjes aan en strooit geraffineerd met sprekende details. De scherpe teennagel van meneer Stevens die een versleten laken scheurt, de angst van mevrouw Stevens voor de zee, ‘dat grote, gladde slijmerige oppervlak’, de raad die dochter Mary van een vakantievriendin krijgt: ‘Kijk uit voor mannen die alleen op pad zijn.’

Het is niet voor niets dat ook Kazuo Ishiguro en Mensje van Keulen grote bewonderaars van dit heerlijke boek zijn.

Jacinthe over De hemel van Heivisj

De hemel van Heivisj is een boek waarin alles klopt. Het indrukwekkende Hele verhalen voor een halve soldaat, dat onlangs bekroond werd met de Woutertje Pieterse Prijs, maakte mij nieuwsgierig naar de (jeugd)roman waarvoor Benny Lindelauf in 2011 ook al deze prijs kreeg. Een ouwetje dus, maar voor wie het nog niet kent: lees het! Ook als je al volwassen bent.

De inval van de Pruuse (Duitsers) maakt een einde aan de kindertijd van de zusjes Boon die een eind buiten de stad in een huis wonen dat ‘bokkig met de rug naar de wereld’ staat. Toch is dit boek meer dan het zoveelste oorlogsverhaal.

Lindelauf baseerde zijn verhaal op de jeugdherinneringen van zijn Limburgse oma. In een prachtige zintuigelijke taal bouwt hij een haast magische wereld met sprookjesachtige landschappen en een bonte stoet aan personages: de onverwoestbare oma Mei met haar tollende ‘uilenoog’, de welgestelde Sigarenkoning, het onberekenbare nichtje van de Pruusin, en natuurlijk Heivisj, het paard dat na een leven lang in de mijnen bang voor het donker is. Via razendknap in elkaar grijpende verhaallijnen, waarin zowel paard als nichtje een cruciale rol spelen, vertelt Lindelauf een overweldigende familiegeschiedenis over afkomst, verzet en verraad.

vertaald uit het Duits door Gerda Baardman

Lena over Hard land

Missouri, 1985. Hard Land, de nieuwe grote roman van de Duitse schrijver Benedict Wells gaat over de vijftienjarige Sam, een buitenbeentje. Zijn moeder is ziek en met zijn werkloze vader kan hij maar moeilijk praten. Wanneer Sam in de zomervakantie gaat werken bij een oude bioscoop breken gelukkigere tijden aan. Hij maakt vrienden, hoort eindelijk ergens bij en wordt voor het eerst verliefd.

De manier waarop Sam opgroeit, is niet te vergelijken met mijn eigen jeugd. Maar na het lezen van dit boek lijkt het haast of sommige van de beschreven momenten onderdeel van mijn eigen herinneringen zijn geworden. Voor mij is deze tijd nog maar pas geleden en zo merkte ik dat Benedict Wells de essentie en onzekerheden van het volwassen worden aan de hand van Sams verhaal heel goed op papier heeft gezet. Terwijl Sam zichzelf ontwikkelt en zijn eigen identiteit probeert te vinden leren wij hem als lezer ook steeds beter kennen.

Hoe verder ik in het boek kwam, hoe meer het me beviel. Dit verhaal liet me weer eens inzien dat ietwat eigenaardige mensen, als je even bij ze stilstaat, toch echt ‘liebenswert’ kunnen zijn.

Ik heb zelf dit boek in de originele taal gelezen. De Nederlandse vertaling verscheen onder dezelfde titel.

vertaald uit het Engels door Hans Kloos

Tatjana over Ik ben een eiland

Ik ben altijd geïntrigeerd door mensen die het roer radicaal om durven te gooien met de daarbij behorende ontberingen, in de hoop dat dit hen uiteindelijk iets zal opleveren. In Ik ben een eiland beschrijft Tamsin Calidas wat zo’n besluit daadwerkelijk inhoudt, wanneer zij en haar man Rab hun drukke Londense bestaan achter zich laten om zich op een van de eilanden van de Schotse Hebriden te vestigen.

‘Als ik uitstap en me uitrek, houd ik mijn adem in. Over de baai vliegen de ganzen regelrecht het centrum van dat broze licht in, een leistenen vlaag miezer als een gordijn waar de horizon de zee in valt. Zodra ik de ganzen hoor roepen, hun stemmen die lucht openbreken, weet ik dat ik weer moet ademhalen. De lucht in Schotland verschilt van de schrale lucht in Londen. Ik adem mijn longen vol met die schone, zoete, frisse, natte bries.’

Op zoek naar rust, stilte en een leven dicht bij de natuur, ontdekt ze dat het moed en volharding kost om zo’n leven te leiden. Door de enorme teleurstellingen in haar leven, de teisterende elementen, en met name de traditionele patriarchale cultuur van het eiland, voelt ze zich steeds meer op zichzelf aangewezen. Ze zoekt troost in een innige vriendschap en houvast in de seizoenen. In poëtisch proza beschrijft ze haar tegenslagen, maar ook die prachtige wilde natuur, die ervoor zorgt dat ze haar plek op het eiland weet te vinden.

Anna over het Verzameld werk

Tot voor kort had ik nog nooit iets van Carl Friedman gelezen. Ik kende haar als auteur van twee romans die in mijn middelbareschooltijd veel gelezen werden, vooral vanwege hun geringe omvang. Bij het verschijnen van haar Verzameld werk las ik dan eindelijk die twee beroemde novelles. Het ontroerende Twee koffers vol, over de joodse Chaja die als oppas in Antwerpen werkt, en het aangrijpende, rauwe Tralievader, over een getraumatiseerde vader die in een concentratiekamp heeft gezeten en die nu ‘kamp heeft’.

Naast deze twee novelles, schreef Friedman nog veel meer wat de moeite waard is: korte verhalen, tijdloze columns over haar (schoon)familie, en de (helaas onvoltooide) roman Zwemmers in de nacht, over vertaalster Emma die verliefd wordt op de Russische charmeur Joeri, waaruit blijkt dat Friedman uitstekend in staat was om over meer te schrijven dan alleen het jodendom.

Friedmans stijl is sober, ze formuleert scherp en zorgvuldig, en weet zelfs de meest tragische momenten te verlichten door haar sublieme gevoel voor onderkoelde humor.

Bram over In mijn mand

De bundel In mijn mand van Lieke Marsman was mijn eerste kennismaking met onze Dichter des Vaderlands. Ik was meteen zo enthousiast dat ik ook twee eerdere bundels van haar las: Man met hoed, verzamelde gedichten uit 2005-2017 en De volgende scan duurt vijf minuten, gedichten en essays die ze schreef over en na de periode waarin ze de diagnose kanker kreeg.

Haar ervaring met een onzeker en naderend einde kruipt ook in haar nieuwste bundel en geeft gewicht aan de woorden, ook wanneer de gedichten niet over de dood gaan.
Hoewel je de woede en de angst soms door het papier heen hoort schreeuwen, is de bundel niet zwaar of droevig. Lieke Marsman weet vaak met één humoristische of zoete zin het gedicht weer om te buigen naar iets lichts.

In het titelgedicht ‘In mijn mand’, mijn favoriet, komen alle emoties en gedachtes op een prachtige manier samen.

Deze bundel nodigt uit om opnieuw en opnieuw te lezen:

eerst als tragedie en dan als klucht//

En daarna als elegie//

 

vertaald uit het Afrikaans door Rob van der Veer

Jacinthe over De belofte

Met De belofte schreef de Zuid-Afrikaan Damon Galgut – in Nederland nog relatief onbekend – alweer zijn achtste roman. Vanaf de allereerste pagina’s van deze indringende geschiedenis maakt Galgut ons deelgenoot van de geheimen en het gekissebis tussen de gezinsleden van de familie Swart, ‘een stelletje doodnormale witte Zuid-Afrikanen’.

Op haar sterfbed laat Amor Swarts moeder haar man plechtig beloven dat hun zwarte hulp Salomé als dank voor jarenlange trouwe dienst haar eigen huis krijgt. De vraag of deze belofte zal worden ingelost, zweeft het hele boek als een vloek boven de pagina’s.

Razendknap schakelend tussen verschillende perspectieven laat Galgut zien hoe de positie van de Afrikaner familie vanaf de afschaffing van de apartheid in 1986 steeds meer haarscheurtjes begint te vertonen. Steeds weer wisselt hij tussen een alwetende verteller en verschillende personages, en kiest een enkele keer zelfs voor de invalshoek van een toevallig passerende dakloze of jakhals. Ook de lezer krijgt zo nu en dan een veeg uit de pan: ‘[…] en als Salomés geboortedorp nog niet eerder is genoemd komt dat omdat je er niet naar hebt gevraagd, het interesseerde je niet.’ Toch voelt het verhaal nergens gekunsteld en blijft het door Galguts scherpe ironie lichtvoetig. Keer op keer probeert de stille, bescheiden Amor haar familieleden aan hun belofte te herinneren, maar eenmaal aan zet lijkt zij door de tijd te zijn ingehaald.

Herman over De laatste heer

In De laatste heer – Hoe de bevoorrechte klasse in Nederland plaatsmaakte voor de gewone man beschrijft Astrid Schutte  de geschiedenis van twee mannen, haar vader, de arme pachterszoon Jan Schutte, en Werner Helmich,  niemand minder dan de heer van Baak. Maar zoals de titel al verklapt: het zou de laatste heer van Baak zijn. En de arme tuinderszoon? Die werd bankdirecteur. Ze beschrijft die geschiedenissen met een fijn oog voor details, en telkens tegen de achtergrond van de veranderende maatschappij als geheel.

De veranderingen zijn soms relatief: de grootvader van Werner Helmich wordt in Baak ingehaald met een escorte van 90 of misschien wel 150 ruiters, terwijl Werner het moet doen met een escorte van 10 (twee herauten op schimmels en 8 ruiters op Gelders vossen). De veranderingen zijn vaker fundamenteel: de groei van de kredieten van de (boerenleen-)banken, de ontkerkelijking, het definitieve einde van de onderhorigheid van pachters, schaalvergroting en, hoofdmoot van het boek, natuurlijk de nieuwe mogelijkheid voor de een om hogerop te komen en de onmogelijkheid voor de ander om te blijven teren op oud familiebezit.

Voor mij zat het leesplezier vooral in de lokale geschiedenis en in de persoonlijke verhalen. Van de lokale geschiedenis komt onder meer het tuindersdorp de Hoven voorbij, de tramlijn Zutphen-Emmerik, de plaatselijke bank en de pachtcontracten.

vertaald uit het Engels door Paul van der Lecq

Tatjana over Het proces van Sören Qvist

Het proces van Sören Qvist is de tweede roman van Janet Lewis van een drieluik waarin ze beruchte rechtszaken uit de zeventiende eeuw beschrijft. Van het eerste deel De vrouw van Martin Guerre was ik al onder indruk, en ook deze keer maakt Lewis de verwachtingen waar.

Het verhaal speelt zich af in Jutland, Denemarken, en begint met de komst van een bedelaar bij de parochie in het dorp Aalsö. Hij zegt dat hij Niels Bruus is, de knecht die verondersteld werd eenentwintig jaar geleden na een twist met predikant Sören Qvist te zijn vermoord. Hoewel de predikant volhoudt dat hij het niet heeft gedaan, keert alle bewijslast zich tegen hem.

Naast dat Lewis, door haar prachtige (vaak natuur-) beschrijvingen, iedere gebeurtenis levendig weet neer te zetten, zijn het de dilemma’s die ze schetst die haar verhalen zo indrukwekkend maken. In De vrouw van Martin Guerre werd de vraag gesteld of de waarheid verkozen moet worden boven de liefde. In dit boek geeft ze een beschouwing over hoe geloof zwaarder kan wegen dan de waarheid.

U snapt dat ik reikhalzend uitkijk naar haar derde roman.

brandon 197

Tess over The Final Empire

Als eerste tip voor de winkel leek het me passend om iets aan te raden voor de beginnende fantasylezer. Er zijn heel veel schrijvers die hiervoor in aanmerking komen, maar voor mij is Brandon Sandersons The Final Empire, het eerste boek in de Mistborn-trilogie, de ultieme kennismaking.

Waar veel mensen tegenaan lopen als ze bijvoorbeeld met Tolkien beginnen, is de bloemrijke schrijfstijl. Die van Sanderson, daarentegen, is toegankelijk en recht-toe-recht-aan. Bovendien is de magie in zijn wereld simpel en intrigerend.

En, niet onbelangrijk: het boek heeft een aantrekkelijk plot, ook voor mensen die niet zo van klassieke queeste-fantasy houden. Het vertelt het verhaal van Vin, een wees die leeft op de straten van Luthadel. Luthadel is de vervallen hoofdstad van een wereld waarin de ‘bad guy’ heeft gewonnen. Vin wordt opgepikt door Kelsier en zijn bende om de Lord Ruler (de schurk in kwestie) van zijn troon te stoten. Gaandeweg komt ze erachter wie ze is en wat ze kan.

Deze brute fantasyroman is al met al een mooie introductie tot wat fantasy kan zijn.

Ella over Waarom vrouwen minder verdienen

Gelijkheid tussen mannen en vrouwen is een onderwerp waar ik me al lange tijd mee bezighoud. Vrijwel iedereen is het ermee eens dat beide partijen helemaal gelijkwaardig zijn, en ook zo behandeld moeten worden. Toch zit er nog steeds een groot verschil tussen de salarissen van mannen en vrouwen.

In het boek Waarom vrouwen minder verdienen schrijft econoom Sophie van Gool over de loonkloof. Met goed onderbouwde argumenten neemt ze de lezer mee door een korte geschiedenis, vertelt ze over de loonkloof en geeft ze oplossingen.

Dit boek liet me inzien dat zelfs in Nederland de loonkloof veel groter is dan ik dacht. Ik was regelmatig verbaasd en geschrokken over de genoemde cijfers en onderzoeksresultaten. Ik kwam er bijvoorbeeld achter dat vrouwen jaarlijks maar liefst 38 procent minder verdienen dan mannen. Dit zorgt ervoor dat vrouwen in hun leven gemiddeld 300.000 euro mislopen.

Ook al is dit geen onderwerp om blij van te worden, Sophie van Gool laat de lezer zeker niet moedeloos achter. Ze geeft veel tips, verklaringen en ideeën voor het verbeteren van de situatie. Zoals het invoeren van een basisinkomen en verplicht verlof voor mannen/partners na de bevalling van hun vrouw. Van Gool geeft ook tips waarmee vrouwen zelf wat kunnen veranderen, zo raadt ze iedereen aan om te onderhandelen over je salaris.

Een goed boek voor iedereen die zich wil verdiepen in de weg naar het dichten van de loonkloof.

vertaald uit het Duits door Inge Pieters

Ine over Kroongetuige

‘Hier’, zei ze, ‘dit moet je lezen, deze vrouw heeft onze steun echt nodig.’
Een tijdje later werd ik weer aan mijn mouw getrokken. ‘Zó’n indrukwekkend boek.’
Het leek wel een complot.

Maar ze hadden gelijk. Kroongetuige van de Kazachse Sayragul Sauytbay, een persoonlijk verslag ‘uit de hel van de Chinese concentratiekampen’, is een huiveringwekkend boek, dat je in één ruk uitleest en daarna met ongeloof dichtslaat.

Aanvankelijk leest het als een exotische avonturenroman. Sauytbay wordt geboren in de Chinese provincie Xinjiang, vanouds het land van de Oeigoeren en de Kazachen. Ze groeit op tussen paarden, koeien en kamelen, in een warm nomadengezin waarin veel vrijheid is.
Maar vanaf 2017 gaat de Chinese overheid zich met hen bemoeien. Hun feesten, de inrichting van hun huis, hun kleding – alles moet op Chinese leest. Het touw wordt steeds strakker aangetrokken en in korte tijd ontwikkelt zich een krankzinnig scenario, waarin hun alle vrijheid wordt ontnomen. Sauytbay belandt in een ‘heropvoedingskamp’, hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Na haar wonderbaarlijke ontsnapping – ze woont tegenwoordig in Zweden – heeft ze nog maar één missie: de wereld waarschuwen dat in China vreselijke dingen met de Kazachen en de Oeigoeren gebeuren.

Nee, geen fijn Kerstboek, maar wel noodzakelijk om te lezen. Al is het maar om alles wat ‘made in China’ is, niet meer te willen kopen.

vertaald uit het Engels door Harm Damsma

Lieve over Harlem Shuffle

Colson Whiteheads laatste boek Harlem Shuffle trekt je mee in een wereld van raciale tegenstellingen en conflicten in het Harlem van de jaren vijftig en zestig. Met beeldende taal en humor schrijft Whitehead over Ray Carney, die met zijn gezin in een klein appartement in Harlem woont. Ray is eigenaar van een meubelwinkel, waarin hij met zijn neef Freddy onduidelijke en clandestiene handeltjes drijft. Ondertussen zit Ray klem tussen zijn criminele verleden en zijn burgerlijke dromen. De verleidingen blijken telkens weer dwingender dan hij had gedacht. Als Ray krap bij kas zit en geen andere uitweg ziet, besluit hij deel te nemen aan een overval, die vervolgens volledig uit de hand loopt. Vanaf dat moment spelen afpersers, agenten, pornografen en criminele bendes een onwelkome rol in Rays leven.

Harlem Shuffle is een verhaal over persoonlijke worstelingen en keuzes, geschreven in een verfrissend nuchtere stijl. Het geeft een mooi beeld van de machtsstrijd op verschillende niveaus in een historische periode.

Ik heb het boek met oprecht plezier en interesse gelezen, Whiteheads levendige schrijfstijl zorgt voor een meeslepend verhaal dat je niet loslaat.

vertaald uit het Amerikaans door Dirk-Jan Arensman

Tatjana over De nacht valt altijd

Je kunt mij gerust een groot fan noemen van de Amerikaanse muzikant en songwriter Willy Vlautin, die sinds zijn debuut The motel life in 2006 gelukkig ook schrijver is geworden. Sindsdien heeft hij zes boeken geschreven en deze gaan altijd over mensen aan de onderkant van de Amerikaanse samenleving en hun strijd om iets van hun leven te maken. Zo ook in zijn nieuwste boek De nacht valt altijd, waarin we hoofdpersoon Lynette volgen. In haar zoektocht naar snel geld leren we haar kennen en ontvouwt zich tevens een beeld van haar vroegere leven.

Vlautin vertelt haar verhaal alsof hij haar van een afstandje observeert:

‘Het was tien voor zes toen ze haar derde kop koffie op had en het wegrestaurant verliet. De auto startte bij de zevende poging en ze reed in noordelijke richting naar Columbia Boulevard, het industriële gedeelte van de stad in.’

Juist door deze feitelijke en gedetailleerde beschrijving wordt Lynettes situatie nog meer invoelbaar. En voor haar wanhopige pogingen om het goede te doen, het kopen van een huis voor haar moeder en haar gehandicapte broer Kenny, kun je als lezer niet anders dan begrip opbrengen.

Tess over Under the Whispering Door

Tot vorig jaar had ik nog nooit van TJ Klune gehoord, hoewel hij al vele boeken heeft uitgebracht. Zijn boek The House in the Cerulean Sea werd overladen met lof en won twee literaire prijzen. Klune wordt vooral geprezen om de levensechte manier waarop hij queer-personages en mensen met bijvoorbeeld autisme of ADHD neerzet. Mijn interesse was meteen gewekt.

Het hoofdpersonage in Under the Whispering Door is, interessant genoeg, dood. Wallace Price komt er, na een leven van hard werken en weinig liefde, achter dat de dood niet het einde is.

Tot Wallaces grote verontwaardiging wordt hij op zijn begrafenis, waar behalve de priester slechts vier mensen aanwezig zijn, opgewacht door een Reaper genaamd Mei. Zij neemt hem mee naar het excentrieke theehuis van Hugo, de veerman die hem verder moet helpen.

Klunes stijl is simpel en gevat en hij beschrijft prachtig de ontwikkeling die Wallace en de andere personages doormaken. In dit ontroerende en humoristische verhaal weet TJ Klune de op het eerste gezicht hatelijke Wallace om te toveren tot een onvergetelijk personage.

Herman over de nieuwe Bijbelvertaling

‘Ook in een seculier tijdperk als het onze blijft de Bijbel een boek dat tot de verbeelding spreekt – als religieus en cultureel icoon, als literair monument, en als bestseller.’ Aldus de inleiding op de literaire uitgave van de nieuwe Bijbelvertaling, de NBV21. De vertaling is er in verschillende uitgaven; met of zonder inleidingen, met of zonder literaire opmaak, met of zonder zogenoemde deuterocanonieke boeken, met of zonder grotere leesletter en met of zonder kunstwerken. De uitgevers willen duidelijk verschillende doelgroepen bereiken, niet alleen de kerkganger, maar ook de kunstliefhebber, en niet alleen diegene voor wie de Bijbel een bijzondere waarde heeft, maar ook diegene die cultureel of literair geïnteresseerd is.

Bijzonder aardig in de literaire uitgave is de vermelding van alternatieve lezingen. Zo staat er als alternatieve lezing bij ‘van deze tempel zal alleen een puinhoop overblijven’: ‘deze tempel zal hoog zijn’. Ook opvallend, zeker in 2021: bij ‘uw broers’ staat als alternatieve lezing ‘uw broers en zussen’. Het kan verkeren.

Tot slot nog een jeugdherinnering die met het Bijbelboek Job te maken heeft. Een van onze kippen broedde op meer dan twintig eieren, uit die eieren kwamen meer dan twintig kuikens en van die twintig kuikens bleven er vier over. Die kregen als vanzelf de namen Elifaz, Bildad, Sofar en Elihu, de namen van de vier mannen rond de beproefde Job. Gelukkig zijn in deze nieuwe vertaling de vier namen ongewijzigd.

Leonieke 187

Anna over Hier komen wij vandaan

‘In de badkuip dreven mijn herinneringen als vreemde brokstukken. Ik roerde erdoorheen; al die plekken vol gebutste wezens, opvanghuizen voor vrouwen zoals wij, die nergens anders terechtkonden. Zwervelingen met vettig haar en doffe tanden, blauwe plekken op hun armen en groezelige nagelriemen. We hielden ons daar schuil tot het moment dat iemand te veel vragen begon te stellen. Dan vertrokken we vlug naar een volgend tehuis in een volgende stad.’

Hier komen wij vandaan is de bijzondere debuutroman van Leonieke Baerwaldt, waarin ze zich liet inspireren door sprookjes van Grimm (Van de visser en zijn vrouw) en Andersen (De kleine zeemeermin).

Ingenieus verweeft ze vier verschillende verhalen: een moeder en een dochter met een zwervend bestaan, een echtpaar dat een nieuw leven probeert op te bouwen op een stukje land vlak bij een giftige fabriek, een fabrieksarbeider met een vissenobsessie, en een kleine zeemeermin die naar boven wil, naar de mensen, naar de sterren.

De mensen over wie ze schrijft hebben het niet makkelijk, maar ondanks alle tegenslag die ze ervaren blijven ze hopen op iets beters, en blijven ze doorgaan. Zoals het echtpaar op het land, dat zich iedere dag weer voorneemt om vandaag toch echt te beginnen met de bouw van hun huis, en de moeder die, in een poging onderdak te vinden voor haar dochter, telkens weer een andere foute man kiest.

Lange tijd heb je als lezer geen idee hoe de vier verhalen zich tot elkaar verhouden, áls ze zich al tot elkaar verhouden. Maar gaandeweg vallen de puzzelstukjes in elkaar en blijven de eigenaardige personages en de subtiele, dromerige en precieze stijl, nog lang naklinken.

mogelijk 189

Herman over Een mogelijk begin van veel

Het eerste gesprek (mei 2013) is met Delphine Lecompte, het laatste (juni 2021) met Eva Gerlach. Na acht jaar liggen er 29 diepte-gesprekken, niet over de mens achter de dichters, maar over het ontstaan van hun poëzie.

De titel komt van K. Schippers, die aantekeningen op kleine briefjes maakt, rubriceert en bewaart. ‘Vind je het goed als ik iets te vroeg kom?’, ‘Man vindt bladmuziek uit zijn jeugd’. En die aantekeningen kunnen maar zo, jaren later, een gedicht worden en zo is iedere notitie ‘Een mogelijk begin van veel’.

Antjie Krog moet elk jaar een nieuwe dichter ontdekken, anders wordt ze depressief.  Ze weet ‘Technisch gezien zeggen we allemaal hetzelfde, maar hoe zeg jij het?’

Maarten van der Graaff zegt het zo:
‘Poëzie is geen uitdrukking van je unieke individualiteit, het is iets wat jou passeert. Er komt iets van buiten en dat gaat door je heen. Dat is geen goddelijke inspiratie, het is de druk van de wereld die in taal, beeld, geluid als een wind door je heen trekt.’

In alle gesprekken met Hester van Hasselt zie je dat de dichters niet veel anders doen dan hun werkelijkheid ervaren en – daar zijn het dichters voor – niet anders kunnen dan daarover dichten, elke dichter op eigen wijze.

Als je bij alle dichters gelezen hebt over het ontstaan van hun gedichten kijk je met andere ogen naar hun werk. Ook krijg je, toch, bij iedere dichter een indringender beeld van de mens achter die dichter, zeker in combinatie met de open portretten van Bianca Sistermans.

Een mogelijk begin van veel – 29 dichters aan het werk is heerlijk leesvoer als je van gedichten en van mensen houdt.

vertaald uit het Engels door Anne-Marie Vervelde

Ine over Copsford

‘De meesten van ons ervaren, denk ik, vroeg of laat in hun leven, een verlangen naar alleen-zijn, naar een eigen blokhut, buitenhuisje of kasteel, weg van de massa (…) Sommigen overkomt die hunkering maar één keer in hun leven, anderen voelen haar altijd.’

In de jaren twintig van de vorige eeuw zegt journalist Walter J.C. Murray (1900-1985) zijn ‘naargeestige driehoogachter’ in Londen op en trekt in een onbewoonbaar verklaard huisje op het platteland van Sussex, mijlenver van alles en iedereen. Hoe het hem in Copsford vergaat, is de kern van dit onopgesmukte en vrolijk meanderende verhaal, dat meteen thuishoorde in mijn rijtje favoriete natuurboeken.

Kruiden zoeken en verkopen, eten (meestal brood met boter) wanneer hij zin heeft, in de natuur struinen met hond Floss, vlinders observeren, en af en toe een afspraakje met een muzieklerares uit het nabijgelegen dorp – zo ziet Walter Murray’s dag eruit. Alles wat hij ziet, ruikt en proeft, beschrijft hij met een diepe liefde en waardering voor het leven op het platteland.

Maar het buitenleven kent ook andere kanten. Het huis is vies en vervallen en laat zich nauwelijks temmen. Aanvankelijk doet Murray nog moeite er iets van te maken; hij voert een (zeer komisch beschreven) strijd met de ratten, die het huis al jaren domineren, hij haalt een bed en een stoel uit het dorp, hij spijkert karton voor de gapende kozijnen. Maar een thuis wil het niet worden.

En als na een jaar de winter genadeloos toeslaat, het dak blijkt te lekken, alles koud en nat wordt, zijn kruiden beschimmelen en het geld bijna op is, gooit hij de handdoek in de ring. ‘Op wat papieren na was er niets in te pakken. Dus na een miezerige kop koude melk en wat zompig brood floot ik Floss en samen liepen we Copsford uit.’

vertaald uit het Hongaars door Laszlo Szekely

Tatjana over De nacht voor de scheiding

De Hongaarse schrijver Sándor Márai (1900-1989) kreeg pas na zijn dood internationale bekendheid. Bij de Wereldbibliotheek verscheen een aantal van zijn grote romans, waaronder De nacht voor de scheiding uit 1935.

De titel is een goede afspiegeling van het verhaal, waarin rechter Kristóf Kömives in de nacht voordat hij de scheiding moet uitspreken tussen zijn oude schoolvriend Imre Greiner en zijn vrouw Anna, bezocht wordt door Greiner.

De kracht van deze roman ligt niet in de plot, maar in de bijzondere manier waarop de schrijver ons kennis laat maken met de gedachten en gevoelens van zijn hoofdpersonen. Bij Márai geen uitgebreide karakterbeschrijvingen: aan de hand van het verloop van een enkele dag leren we Kömives kennen als zoon, rechter en echtgenoot. Márai neemt hiervoor uitgebreid de tijd (wel een half boek), maar nergens is het saai of langdradig. Integendeel, het zet aan tot denken.

Aan het eind van deze dag wacht Greiner op Kömives. Greiner doet een schokkende bekentenis, waarna hij de rechter met klem vraagt zijn verhaal aan te horen. Wat volgt is een bespiegeling van een mislukt huwelijk in een burgerlijk milieu, waarin het verstand en het ophouden van de schijn belangrijker zijn geworden dan gevoelens, met alle desastreuze gevolgen van dien.

vertaald uit het Engels door De Vertaalzusjes

Tess over De bronzen stad

Soms heb je als lezer behoefte aan een boek dat gewoon leuk is: De bronzen stad van S.A. Chakraborty is zo’n boek. Samen met het hoofdpersonage Nahri leer je de wereld van de djinns kennen en word je meegesleept in een avontuur vol wendingen.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Nahri en Ali. Nahri bevindt zich in de mensenwereld in Caïro, Ali in de stad van de djinn: Daevabad. De bronzen stad vertelt hoe deze en andere personages in elkaars leven verwikkeld raken.

Nahri komt terecht tussen de twee tegenpartijen in een burgeroorlog: haar geliefde staat aan de ene kant, haar dierbare vriend aan de andere. En onderwijl leert ze stukje voor stukje haar eigen familiegeschiedenis kennen, die veel ingewikkelder blijkt dan ze ooit voor ogen had gehouden.

Hoewel het boek langzaam op gang komt, verveelt het geen moment. De tweede helft leest gewoonweg als een trein en heeft een daverend einde (waar blijft deel twee?!).

Heerlijk dus voor de momenten dat je je wilt storten in het leven van magische wezens en hun problemen om daarna een beetje gedesoriënteerd weer in je eigen leven te stappen.

Inschrijven nieuwsbrief