Slider

Nieuwsarchief

Eerdere favorieten

vertaald uit het Amerikaans door Marijke Versluys

Tatjana over Opnieuw Olive

Reikhalzend keken we in de boekhandel uit naar het vervolg van Olive Kitteridge (2008) van Elizabeth Strout. In Opnieuw Olive (weer prachtig vertaald) volgen we wederom het leven van Olive Kitteridge en maken we kennis met andere inwoners van het plaatsje Crosby in Maine.

Eigenlijk had ik geen enkele twijfel of het vervolg wel net zo goed zou zijn, want voor mij is Elizabeth Strout een schrijver van de buitencategorie. Of het nou de diepgang in een beschrijving van een alledaags moment is, de terloopsheid in een dialoog over doodgaan, de beeldende beschrijving van het februarilicht, Strout kan het allemaal. En zo subtiel en daarom des te krachtiger.

Ik kan alleen maar een klein voorproefje geven:

‘Olive begreep werkelijk niet hoe het kwam dat ze met het klimmen der jaren harder was gaan oordelen over haar man. Maar ze kon er niets tegen doen, alsof de slingerende muur die tijdens hun lange huwelijk tussen hen in gestaan had – een muur die hen had gescheiden maar die ook onverwachte openingen had geboden: bemoste, warme plekken waar de zon tussen hen in schitterde door een onverwacht lachje van verstandhouding – hoog en hard was geworden en in de scheuren geen bloemen toonde maar harde ijzel.’

krant

Welmoet over ‘Ik doe krant’

Als een AMA ( alleenstaande minderjarige asielzoeker) achttien jaar wordt, ontvangt hij de volgende brief: ‘U dient het land te verlaten’. Afzender: de Nederlandse rechtstaat.’ Op een dag staat een jonge asielzoeker aan de deur van het kantoortje van Françoise Kist en vraagt haar: ‘Kan u me helpen?’ Françoise heeft als zestiger net afscheid genomen van haar uitgeverij en besluit impulsief in te gaan op zijn vraag. Daarmee opent ze de deur voor jonge vreemdelingen die geen vreemdeling meer heten: nieuwkomers, statushouders, nieuwe Nederlanders.

In haar zoektocht naar oplossingen voor Boucabar en Ouri uit Guinee, Abdikadir uit Somalië, Sobir uit Afghanistan, Osama uit Soedan, Carolina uit Bolivia en vele anderen gaat ze ver. Ze zamelt geld in, trekt langs ambtelijke instanties, zorgt voor een tandarts, en zet zelfs een bedrijf voor internationale handel naar Guinee op.

Met humor, compassie en nuchterheid beschrijft ze de wereld van de uitgeprocedeerden. Doel is: helpen bij de terugkeer naar- en opbouwen van een bestaan in het land van herkomst. Helaas, terug in het land van herkomst storten opgebouwde bedrijven als een kaartenhuis in elkaar. Dat kan cynisch maken of boos. Ook Françoise wordt overvallen door twijfel. Wat heeft haar bemoeienis opgeleverd? Helaas zijn er geen simpele antwoorden op de vraag: helpen of niet. Culturen verschillen, maar zijn niet goed of slecht. Nederland is een land van wetten en regels, en rijk. Afrika is een land van gastvrijheid en vriendschappen boven regels, en vaak arm.

Françoise besluit haar boek met de woorden: ieder mens moet gezien en gehoord kunnen worden. Heel gewoon. Dat heeft ze voor mij gedaan met dit boek.

Sara over De pruimenpluk

In De pruimenpluk van Dimitri Verhulst lezen we hoe hoofdpersoon Mattis, moe van de mens, in afzondering leeft in een klein dorpje met welgeteld 23 inwoners. Als groot fan van de diepvriesmaaltijd kan Mattis het zich permitteren zo min mogelijk zijn huis te verlaten voor burgerlijke wantoestanden als het struinen door tl-verlichte supermarktketens. Zijn huis is gelegen aan een meer waarover op een dag een vrouw aan komt varen in een kano. Deze vrouw verbreekt Mattis’ eenzaamheid, maar zorgt ervoor dat zich een nieuw probleem voordoet: hoe kan Mattis ooit concurreren met Elma’s overleden echtgenoot voor wie haar liefde nooit bekoelen zal?

Verhulst stelt nooit teleur als het aankomt op magisch mooie woordspelingen, eigenaardige personages en verrassende wendingen. Ook in dit boek slaagt hij er weer in de tragiek van het leven op schitterende wijze onder woorden te brengen. Hij doet dit zodanig, dat er geen duisternis over het verhaal heen valt, maar juist een aangename lichtheid, die acceptatie van de nutteloosheid en nietigheid van het bestaan oproept. Door Verhulst zijn zotte humor en woordkunstenarij was het een absoluut genoegen dit boek te lezen.

Herman over Verzamelde gedichten

Heb je last van de zorgen van alle tijden rond liefde en dood, lees dan Wigman; geen liefdesleed of Wigman dichtte erger, geen doodsangst of Wigman schreef zwarter. Bijvoorbeeld in de regel: Straks lig ik daar en wordt mijn haar gekamd.

Gelukkig word je niet van de gedichten van Menno Wigman. Denk maar aan zijn beroemde regel: Waarom houdt men steeds korter van elkaar? Hij leefde trouwens ook ongelukkig kort. Hij overleed vorig jaar op de leeftijd van 51 jaar.

Gelukkig word je er niet van, maar literatuur máákt ook niet gelukkig, aldus Adriaan van Dis in zijn feestrede voor onze boekhandel. Literatuur kan je wel losscheuren van je nietszeggend comfortabele rosé met ochtendkrant, en literatuur kan je weerbaar maken. Dit laatste nu doen de gedichten van Menno Wigman.

Het ritme is eenvoudig, de woorden zijn eenvoudig en als je ooit zelf een beetje ritme aan wat woorden hebt proberen te geven, dan weet je hoe ontzettend moeilijk dat is en hoe weinig mensen dichterlijke Jip en Janneke-taal kunnen schrijven. Wigman kon het.

Zoals F. Starik (ook al dood) het zei bij de gedichten die Wigman voor eenzame doden maakte: ‘Ook die laatste jaren, dat hij gebukt ging onder een snel verslechterende gezondheid, dat hij nauwelijks nog schreef, vond hij altijd de ruimte om een gedicht voor een eenzame dode te schrijven. Dat ging steevast gepaard met een hoop aarzelingen, zuchten en tegenzin, maar hij schreef altijd een gedicht om in te lijsten, met van die gebeeldhouwde zinnen, die lezen alsof ze er altijd al waren, alsof ze niet eerst hoefden worden opgeschreven.’

En zo is het maar net: zinnen die lezen alsof ze er altijd al waren. Nu het toch herfst is de eerste drie regels van het gedicht Mala Sombra (uit de bundel Zwart als kaviaar):

November. Roken en de dag doorkomen,
niemand die je mist. Het jaar wordt oud
en ruikt naar doorgeroest verdriet.

De Verzamelde gedichten zijn bezorgd door Neeltje Maria Min en Rob Schouten en zijn prachtig uitgegeven bij Prometheus. We mogen er best eventjes heel gelukkig van worden.

vertaald uit het Engels door Nico Groen

Jacinthe over De Tuinjungle

‘Verbeter de wereld, begin in je tuin,’ luidt de optimistische boodschap van de Britse bioloog en natuurschrijver Dave Goulson in De tuinjungle. Als lamgeslagen milieubeschermer besluit hij moed te putten uit de kleinschalige overwinningen die hij op zijn eigen lapje grond in Sussex behaalt.

Belangrijk is wel hoe dat tuinieren wordt aangepakt, zo laat Goulson in zijn boek zien. Wie van een gladgeschoren gazon en borders vol platgespoten exoten houdt, zal niet veel bijdragen aan de biodiversiteit. Maar ook uit meer onverwachte hoek dreigt gevaar. De argeloos aangeschafte lavendel blijkt soms ineens een sluipmoordenaar; zelfs planten die in grote tuincentra als ‘bijvriendelijk’ worden verkocht, zitten vol met insecticiden.

Toch is De tuinjungle mede door Goulsons gevoel voor humor vooral een vrolijk en inspirerend boek. Anekdotes over ondergewaardeerde oor- en regenwormen, spectaculaire motten en doortastende metsel- en zandbijen worden afgewisseld met handige tips voor een zo natuurlijk mogelijke (moes)tuin – alles begint met de juiste planten! Achterin is dan ook een lijst te vinden van soorten die bij bestuivers en vogels favoriet zijn. Kortom, het ideale boek voor wie zich tijdens de donkere wintermaanden wil voorbereiden op een gonzend nieuw tuinseizoen.

Oliver over Lichtjaren

Een foto uit 1931. Tegen een achtergrond van gobelins, verguld meubilair en spiegels wijst de Franse minister van Buitenlandse Zaken Aristide Briand een groepje andere heren in rok op de aanwezigheid van de fotograaf, en daarmee op die van ons. In de mengeling van geamuseerde verrassing en verontruste ergernis op zijn gezicht zien we onze eigen zorgen over privacy weerspiegeld: fotografie als inbreuk op ons privéleven.

Lichtjaren, het boek van Hans Rooseboom waarin de beschreven plaat figureert, is geen gewone geschiedenis van de fotografie. In plaats van een chronologische beschrijving van namen en data te geven, heeft de conservator fotografie van het Rijksmuseum ervoor gekozen zijn onderwerp thematisch te verkennen. Het resultaat is een prachtig geïllustreerd, maar vooral ook prikkelend werk over de verschillende vormen die de fotografie sinds haar obscure geboorte in 1839 heeft aangenomen: die van vastlegging van de waarheid en die van manipulatie van die werkelijkheid, die van nieuwe en verbeterde vorm van de schilderkunst en die van verwerpelijke pornografie, die van unieke afdruk en die van het plaatje op ieders telefoon.

vertaald uit het Duits door Annemarie Vlaming

Tatjana over Nieuwjaar

In eerste instantie lijkt Nieuwjaar, de nieuwste roman van Juli Zeh, het relaas van een modern geëmancipeerd gezin, waarin nu eens een keer de man worstelt met de balans tussen gezin, werk en tijd voor zichzelf. Maar gaandeweg ontwikkelt het verhaal zich toch anders. In het eerste deel maken we kennis met hoofdpersoon Henning. Hij brengt samen met zijn vrouw en twee jonge kinderen de kerstvakantie door op Lanzarote. Op nieuwjaarsdag besluit hij naar het bergdorpje Femés te fietsen, tegen de wind in en zonder water en proviand.

Tijdens deze zware klim neemt Henning zijn ogenschijnlijk perfecte leven onder de loep. Fijnzinnig vertelt Zeh Hennings gevoel, dat veel ouders zullen herkennen. Hoe hij aan de ene kant zielsveel van zijn vrouw en kinderen houdt, maar aan de andere kant de beklemming voelt van het gezinsleven. En zich daar dan weer schuldig over voelt, want hij heeft het toch goed voor elkaar! Ook heeft Henning al een tijd last van onverklaarbare paniekaanvallen die hij ‘HET’ noemt.

Wanneer hij volledig uitgeput in het dorpje aankomt dringt er zich een herinnering aan hem op, dat hij hier al eens is geweest. Wat volgt is een sublieme beschrijving van de gedachten van de kleine Henning over een gebeurtenis daarboven op die berg.

vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge

Jacinthe over De ontdekkingsreiziger

In haar eind vorig jaar verschenen Why you should read children’s books, even though you are so old and wise schetst de Britse auteur Katherine Rundell waar een goed kinderboek aan moet voldoen: een juiste mix van hoop, hunkering, verwondering en spanning. Verwacht bij haar geen puberleed in een Vinex-wijk. ‘Je moet je altijd kleden alsof je naar de jungle gaat. Je weet nooit wanneer je op een avontuur stuit,’ staat in De ontdekkingsreiziger, waarmee Rundell zowel de Costa Book Award als de Waterstones Children’s Book Prize won. En dat blijkt: als het vliegtuigje met Fred en drie andere kinderen boven het Braziliaanse regenwoud neerstort, besluiten zij niet hulpeloos af te wachten, maar op een vlot de rivier af te zakken.

‘Mensen zijn op een vlot de Atlantische Oceaan overgestoken’, zei Fred. ‘Dat waren volwassenen.’ ‘Er staat nergens dat alleen volwassenen vlotten kunnen maken,’ zei Fred geïrriteerd. ‘Je hebt er geen vergunning voor nodig.’

Dat is het begin van een spannende expeditie vol ontberingen, waarbij en passant een heleboel nuttigs te leren valt: eet nooit insecten die zo groot zijn dat ze niet in je neus passen. Een fijn klassiek en avontuurlijk kinderboek (10-12 jaar).

Welmoet over Alles voor Vincent

Een meisje van gegoede huize, eind 19e eeuw, op zoek naar the inner most self vol zelfkritiek, zoekend naar houvast en zuiverheid. Het levenspad van dit keurige meisje naar de zelfbewuste doortastende vrouw die de naam van Vincent van Gogh in de markt heeft gezet, volgen we geboeid in dit kloeke werk van Hans Luijten, senior onderzoeker bij het Van Gogh Museum.

In 1889 trouwt Jo Bonger met Theo van Gogh maar al in 1991 sterft haar man, kort na het overlijden van zijn broer Vincent, en blijft zij in Parijs achter met haar zoontje. Ze erft een enorme collectie werken van Vincent en de brieven die de kunstenaar aan zijn broer Theo schreef. Terug in Nederland stelt ze zich ten doel de naam van Vincent en de waardering voor zijn kunstwerken te vestigen en de strijd die hij in zijn leven heeft gevoerd bekend te maken.

Het boek leidt ons door een leger kunsthandelaren, kunstenaars en Tachtigers die behulpzaam waren, maar soms ook enorm tegenwerkten bij de verspreiding van zijn werk. Jo’s onvermoeibare activiteiten: contacten leggen en onderhouden, schilderijen uitlenen en – verkopen, de uitgave van Vincent’s brieven bezorgen; alles om de waardering voor Vincent te vergroten uit naam van haar geliefde man Theo.

Het is haar verdienste geweest dat iedereen Vincent van Gogh kent en dat we weten hoe hij in het leven stond. Hans Luijten heeft een prachtig boek over haar leven, haar tijd, de kunstwereld en de kunsthandel, geschreven. Ik zal bij een volgend bezoek aan het Van Gogh Museum met andere ogen naar zijn werk kijken. Zonder haar waren de schilderijen er misschien niet meer geweest!

Herman over Uit het leven van een hond

Juist in zogenaamde kwaliteitsboekhandels hoor je nog wel eens lieden zeggen dat ze al tijden gestopt zijn met het lezen van Nederlandse boeken. Speciaal voor hen schreef Sander Kollaard Uit het leven van een hond, over Henk van Doorn, 56 jaar, eigenaar van hond Schurk, maar vooral een gewone man met een tomeloze levenslust.

Kollaard zit als schrijver zowel ín het hoofd van Henk van Doorn als daarbuiten waardoor je de man echt meemaakt. Hij schrijft verzorgd, zonder effectbejag en met een fijn ritme. Zo blijf je vanzelf doorlezen, ook al heeft het verhaal geen echte plot – Kollaard beschrijft 24 uur uit het leven van een man met een hond.

Bij alle gebeurtenissen van die 24 uur, ook als gewone man Henk zich ronduit schofterig gedraagt, voel je zijn levenslust. In dit Nederlandse boek krijgt die levenslust extra reliëf afgezet tegen hond Schurk, ooit ontembaar kwispelend, maar nu bijna aan zijn eind. Sander Kollaard schreef het heerlijk op: zeg maar ja tegen het leven!

Of, zoals Lodewijk Verduin het in De Groene zei: er is geen andere Nederlandse schrijver die het leven zo kan laten zinderen, schitteren en tintelen als Sander Kollaard.

vertaald uit het Duits door M. Verdaasdonk, Ingrid Wildschut en Jan Sietsma

Oliver over Ik voel me in de hele wereld thuis

‘Mens zijn is vóór alles de hoofdzaak. En dat betekent: vastberaden en helder en vrolijk zijn.’ Dat schreef de Poolse pacifist Rosa Luxemburg in 1917 vanuit de Berlijnse vrouwengevangenis aan de Barnimstrasse, waar ze als ‘landverrader’ was opgesloten.

Wie Luxemburgs brieven leest, maakt kennis met een ongelofelijk inspirerende vrouw. Steeds benadrukt ze het belang van lezen, verwonderen, en daarbij vooral proberen ‘een goed mens te zijn’, ondanks alle tegenslagen. Henriëtte Roland Holst, die haar in 1904 had ontmoet, kende haar als ‘een buitengewoon bekoorlijk wezen’, en vond haar brieven behoren ‘tot de mooiste van de wereldliteratuur’. Ik kan niet anders dan haar in dat laatste gelijk geven.

Rosa Luxemburg werd op 15 januari 1919, kort na haar vrijlating uit de gevangenis, vermoord om haar overtuigingen. In een brief aan een vriendin had ze jaren daarvoor geschreven dat er op haar grafsteen niets anders mocht komen te staan dan de roep van de koolmees: ‘tsitsi bé tsitsi bé’. ‘Dat is de eerste zachte beroering van de aankomende lente – ondanks sneeuw en vorst en eenzaamheid, geloven wij – de koolmees en ik – aan de komende lente.’

Met een nawoord van Joke J. Hermsen

vertaald uit het Amerikaans door Peter Bergsma

Jacinthe over Ten oosten van Eden

‘De wereld staat onder een reusachtige spanning, een spanning die op een breekpunt afstevent, en mensen zijn ongelukkig en verward. In zo’n tijd lijkt het me logisch en goed mezelf de volgende vragen te stellen: waar geloof ik in? Waar moet ik voor vechten en waar moet ik tegen vechten?’ Dit schreef Nobelprijswinnaar Steinbeck in zijn inmiddels klassieke roman Ten oosten van Eden uit 1952.

Begin dit jaar verscheen bij uitgeverij Van Oorschot een fonkelnieuwe vertaling van het boek door Peter Bergsma, die het een van zijn jeugdliefdes noemt. Wie de lotgevallen van de families Hamilton en Trask leest, kan onmogelijk zelf buiten schot blijven; de met meesterlijk psychologisch inzicht beschreven ‘misvormde ziel’ Cathy, de om de liefde van hun vader wedijverende broers Aron en Cal, en de goedhartige Sam dwingen de lezer steeds weer zijn eigen gedrag onder de loep te nemen.

‘Het komt mij voor dat als u of ik moet kiezen tussen twee denk- of handelwijzen, we moeten bedenken dat we sterfelijk zijn en moeten proberen zo te leven dat onze dood de wereld geen plezier zal doen.’ Het was de afgelopen weken goed toeven in de oude Salinasvallei, al was het maar vanwege Steinbecks prachtige beschrijvingen van zijn geboortegrond – een personage op zich.

Welmoet over Beethoven – een biografie

Beethoven: ik heb het altijd moeilijk gevonden zijn muziek te begrijpen. Wat kan ik dan beter doen dan lezen over zijn werk en persoon, en dan luisteren naar zijn muziek?

De (herziene) biografie van Jan Caeyers is een uitgelezen kans om je te verdiepen in het leven, de persoonlijke groei en de compositorische ontwikkeling van Ludwig van Beethoven.

Het boek biedt een levendig beeld van zijn jeugd, de moeilijke omstandigheden waarin hij opgroeide en de maatschappelijke context van zijn tijd. Konden zijn beroemde voorgangers Mozart en Haydn nog onder de financieel gerieflijke bescherming van het Oostenrijkse hof leven, Beethoven heeft zijn hele leven moeten knokken om rond te komen. In de biografie wordt uitvoerig de ontstaansgeschiedenis van Beethovens werken verweven met de vele kleurrijke anekdotes die over de grote componist de ronde doen. Hilarisch zijn de verhalen die Caeyers vertelt over de ingewikkelde en soms dubieuze contracten die Beethoven sloot met zijn opdrachtgevers en de wijze waarop hij opdrachten niet, of veel te laat, nakwam.

Beethoven blijkt niet alleen de man van de heftige geluidsuitbarstingen in de Grosse Fuge, maar ook de ongelukkige man die de Appassionata-sonate voor zijn onbereikbare geliefde Josephine schreef én de zachtaardige man van de gevoelige Cavatina uit het dertiende strijkkwartet. Hij was natuurlijk de dove, in zichzelf gekeerde en egocentrische man, maar ook de vrolijke drinker in de kroeg. Nooit eendimensionaal, maar altijd gelaagd en die complexiteit vind je terug in zijn muziek. Zoals pianist Hannes Minnaar in een interview zegt: ‘dodelijk vermoeiend om te spelen.’

Caeyers heeft me in zijn biografie geleerd: luister, volg je gevoel, laat het begrijpen maar achterwege. Als je je daaraan kunt overgeven, ga je houden van Beethoven en van zijn muziek.

zakboekje

Herman over Epictetus’ Zakboekje

Toepasselijker boek dan Over standvastigheid bij algemene rampspoed van de humanist Justus Lipsius uit 1584 is in deze tijden nauwelijks denkbaar. Al in de zestiende eeuw wees Lipsius erop dat reizen naar vreemde landen nergens goed voor is. De vertaling (van Piet Schrijvers) dateert uit 1983 en is helaas niet meer in druk.
Voor deze nieuwsbrief tip ik daarom het Zakboekje van Epictetus, vertaald door Hein L. van Dolen en Charles Hupperts. Deze Griekse ex-slaaf uit de Griekse oudheid legde in dit boek kort zijn filosofie van de positieve instelling uit. Het inspireerde bijvoorbeeld de christelijke stoïcijn Lipsius, maar ook nu nog vind je bruikbare overwegingen als:

‘Niet de dingen zelf maken de mensen van streek, maar hun denkbeelden erover.’
‘Het is een brevet van onvermogen dat iemand al zijn tijd besteed aan lichamelijke behoeften, bijvoorbeeld veel sporttraining, veel eten en drinken, graag en lang op het toilet zitten, en veel seks. Al deze dingen moet men terloops doen; de geest moet alle aandacht krijgen.’

En daarmee kunnen we in deze tijd weer even vooruit.

En als het Zakboekje naar meer smaakt, dan is er de nieuwe prachtuitgave van Epictetus’ werk door Athenaeum: Vrij en onkwetsbaar – verzameld werk. Vertaling: Gerard Boter en Rob Brouwer.

ikmoet

Ine over Ik moet u echt iets zeggen

Van Mensje van Keulen is de legendarische uitspraak: ‘Schrijven is kut, niet-schrijven is kutter.’ Toch spat in al haar boeken het vertelplezier van de pagina. Als middelbare scholier was ik al diep onder de indruk van haar werk en dat is nooit meer overgegaan.

Ik moet u echt iets zeggen is haar nieuwste bundel met meesterlijke verhalen over mensen, hun façades en wat er gebeurt als die opeens wegvallen. Van Keulen: ‘Elk verhaal speelt zich binnen 24 uur af. Wat er binnen die beperkte tijd met de personages gebeurt, omvat zoveel van hun levens. Er is ze iets overkomen, er is een confrontatie, er gebeurt iets waarmee ik hun levens soms openrijt.’

Wie meent dat de Nederlandse literatuur niets te bieden heeft, leze ‘Meneer Harry’, een briljante monoloog van een oude man die op zijn rommelige leven terugkijkt. Alleen dat verhaal al verdient een prijs.

vertaald uit het Engels door Anne Jongeling en Carla Hazewindus

Sara over De mooiste tijd van ons leven

Voor de mij-krijgt-u-voorlopig-niet-van-deze-stoel-vakantievierder is deze debuutroman van Claire Lombardo ideaal leesvoer; met deze pil van 661 bladzijdes verzekert u zich van uren sedentair tijdverdrijf.

De mooiste tijd van ons leven gaat over David, Marilyn en de vier dochters die ze samen krijgen. Alle puberleed, ouderlijke ergernissen en volwassenheidskwalen die deze levens met zich meebrengen worden uitvoerig beschreven. Ook de onderlinge verhoudingen tussen de gezinsleden (inclusief een groot geheim tussen twee van de vier zussen) komen aan bod.

Het boek is, ondanks de lengte, beslist niet langdradig, omdat Lombardo met veel vaart schrijft en passages uit het verleden afwisselt met het heden.

De mooiste tijd van ons leven is vooral lekker vakantievoer; fijn ongecompliceerd, soms aan de dramatische kant (uiteraard in de meest positieve zin van het woord – denk hierbij aan een foute ‘Rom-Com’ als Mamma Mia! en u begrijpt wat ik bedoel: hysterisch, maar toch vermakelijk) en met een fijnbesnaarde, warme ondertoon.

vertaald uit het Russisch door Arthur Langevelt

Tatjana over Wolgakinderen

De Russische titel van Wolgakinderen is ‘Дети мои’ (Deti moi) dat letterlijk vertaald ’Kinderen mijn’ betekent. Zo verwelkomde keizerin Catharina II de Duitse boeren die per schip in Kronstadt aankwamen om op haar uitnodiging een leven in Rusland op te bouwen. Deze Duitse kolonisten stichten tussen 1764 en 1773 105 kolonies aan de Beneden-Wolga en over één van deze kolonisten gaat dit epische verhaal.

Zijn naam is Jakob Ivanovitsj Bach en hij is Schulmeister in het dorpje Gnadenthal aan de Wolga, diep in het Russische binnenland. Zijn levensverhaal beslaat de jaren van 1918 tot 1938, een periode onder Stalin van repressie en honger. Hoewel de dictator nooit bij naam wordt genoemd duikt hij af en toe op in het verhaal en krijgt de lezer een huiveringwekkend kijkje in zijn innerlijk leven. Op deze manier schetst Guzel Jachina de waanzin van die tijd, die je hierdoor veel sterker beleeft dan wanneer ze zich tot de historische feiten had beperkt.

Jachina houdt van metaforen. En waar ze bij andere schrijvers vaak gekunsteld overkomen, zijn ze bij Jachina beeldend en zintuiglijk. Je ziet en hoort het kraken van ijsschotsen in de smeltende Wolga. Je voelt en ruikt de steppe in de verzengende zomerzon. Zo weet ze het kluizenaarsleven van Bach om te vormen tot een magisch realistisch sprookje. En hierbij gaat ook alle lof uit naar Arthur Langeveld, die er een prachtige vertaling van maakte.

vertaald uit het Estisch door Ronald Jonkers

Welmoet over De gek van de Tsaar

Een gevaarlijke gek of een bevlogen held, dat is de vraag waar het in deze historische roman van Jaan Kross om draait. De gek van de Tsaar vertelt het verhaal van de adellijke Timotheus von Bock en zijn uit de boerenstand afkomstige vrouw Eeva. In het negentiende-eeuwse Estland belooft Timo aan tsaar Alexander ‘altijd en in alles de zuivere waarheid te zeggen…’. Hij ontwerpt een nieuwe grondwet, stuurt deze naar de tsaar en weet dat hij daarmee zijn doodvonnis velt. In een prachtige passage plaatst Kross tsaar Alexander en Timotheus tegenover elkaar; Alexander kiest voor de macht, Timotheus voor vrijheid van denken.

Na negen jaar wordt Timo vrijgelaten onder het mom van zijn ‘gekte’. De verteller van het boek volgt Timo en Eeva in de jaren die volgen, waarin hun liefde voor elkaar en hun overtuigingen opnieuw zwaar op de proef gesteld worden.

De gek van de Tsaar is een meeslepend boek over liefde, trouw, idealen en de vernietigende kracht van de macht; thema’s ook van deze tijd.

vertaald uit het Amerikaans door Esther Ottens

Jacinthe over Het boek van Jongen

Geiten, wolven, een ridder te paard, een haan die onder de rokken van een non vandaan fladdert, een galjoen en de vele torens van Rome; de houtsnede-achtige illustraties op het omslag van Het boek van Jongen beloven veel goeds. De Amerikaanse Catherine Gilbert Murdock – in Nederland nog onbekend – won met dit middeleeuwse avontuur de Newberry Honor (vergelijkbaar met de Zilveren Griffel).

In het door de pest geteisterde Frankrijk van 1350 slijt een trouwhartige, argeloze jongen (‘Niet “een” jongen. “Jongen”. Zo heet ik.’) zijn dagen als gebochelde geitenhoeder tot hij de knecht wordt van Secundus; een mysterieuze pelgrim die bezig is aan een voettocht naar Rome. Samen moeten zij zeven heilige voorwerpen (rib, tand, duim, scheen, stof, hoofd, graf) zien te verzamelen die Secundus toegang zullen verschaffen tot het paradijs. Jongen zegt toe in de hoop in Rome van zijn bochel te worden genezen. Maar waarom stinkt Secundus zo naar zwavel? En nog raadselachtiger; waarom eet Jongen niet? Hoe komt het dat hij met dieren kan praten? ‘Laat jezelf nooit zien’, is de enige les die zijn opvoeder pater Petrus hem heeft meegegeven. Gaandeweg komt hij erachter dat de bochel misschien niet zijn grootste probleem is. Een barok verhaal over goed en kwaad, zowel lief als woest en mooi eenvoudig opgeschreven. Vanaf 10 jaar.

vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Kitty Pouwels

Oliver over Op de klippen

In Op de klippen voert Jane Gardam je binnen in de burgerlijke wereld van een Engels badplaatsje in de jaren dertig. Dat decor wordt bevolkt door een kleurrijke cast. De kreukloze vader, de naïeve moeder en het volkse dienstmeisje: ze blijken gaandeweg stuk voor stuk menselijker dan Gardam je aanvankelijk wilde doen geloven.

Het is de vroegwijze achtjarige Margaret Marsh die het onwetende middelpunt vormt van de stormachtige verwikkelingen waarin deze volwassenen zich al snel verliezen. Dit perspectief maakt dat je als lezer indirect wel te weten komt, wat het kind zelf nog niet kan begrijpen. Ontroering en spanning zijn het gevolg, maar ook regelmatig hilarische scènes. De thema’s van Op de klippen kennen we uit Gardams andere romans: de toevallige beslissing die een leven voor altijd verandert, en hoe de redding soms toch mogelijk blijkt.

Of u nou de hele Old Filth-trilogie heeft gelezen, of juist net kennismaakt met de taalmagiër die Jane Gardam heet: deze roman zal een eyeopener zijn.

Inschrijven nieuwsbrief