Banner trap

Nieuwsarchief

Eerdere tips van uw boekhandel

boumans _194

Ine over Je mag wel bang zijn, maar niet laf van Toni Boumans

Sjoerd Bakker, geboren in 1915 in een streng gereformeerd gezin, merkte al op zijn zestiende dat hij homoseksueel was. Hij sprak er met zijn vader over, hij streed er tegen en hij stelde zich onder doktersbehandeling. Dat verklaarde hij in 1943 voor de Duitse rechtbank, die hem vanwege zijn verzetswerk ter dood veroordeelde.
In een notendop is dit Toni Boumans’ meeslepende familiegeschiedenis Je mag wel bang zijn, maar niet laf. Hierin vertelt ze het verhaal van de ondernemende familie Bakker uit het Friese Buitenpost. Boumans verdiepte zich in de levens van de negen kinderen en schreef een prachtig portret van het gereformeerde gezinsleven, de onderlinge solidariteit, de worsteling van vier broers met hun homoseksualiteit, de Amsterdamse mode- en kunstenaarswereld, de oorlog, het verzet en de trauma’s.

Elke familiegeschiedenis heeft, als het goed is, iets kenmerkends. Bij de familie Bakker is dat levenslust. Het zijn mensen aan wie je je graag wilt laven. Mij hebben ze in één klap van mijn vooroordelen over streng gereformeerden bevrijd.

Het begon met Sjoerd Bakker, schrijft Boumans in haar proloog. De man die samen met Frieda Belinfante en Willem Arondéus (over wie Boumans eerder een boek en een film maakte) in het kunstenaarsverzet zat. Sjoerd, couturier, naaide de politie-uniformen voor de verzetsgroep die in 1943 een overval pleegde op het Amsterdamse bevolkingsregister. Jarenlang was deze bescheiden man, ook wel de kleermaker van het verzet genoemd, min of meer anoniem gebleven; hij verdiende een biografie.

Maar toen Boumans zich in zijn familieleden begon te verdiepen, bleek achter Sjoerds verhaal een groter verhaal schuil te gaan. ‘Een verhaal over een familie met homoseksuele broers, opgevoed in een streng gereformeerd milieu in Friesland, broers die, net als Sjoerd, in de oorlog de kant kozen van het verzet.’

Een energieke familie, warm, hecht, sterk en standvastig, met een diep vertrouwen in God. Oudste zoon Popke was de enige die de kerk zou verlaten. Als de kinderen, vijf jongens en vier meisjes, bijeen waren, was er altijd veel lawaai. Huilen deden ze niet, ze maakten graag grappen, rookten als ketters en waren onvoorwaardelijk solidair met elkaar.

Al vroeg werd het gezin geconfronteerd met groot leed: moeder Trijntje overleed in het kraambed en vader Miente bleef achter met negen kinderen. Die werden allemaal op verschillende plekken in het land ondergebracht. Bijzonder is hoe vader contact hield met al zijn kinderen. De jongens namen hem in vertrouwen over hun latente homoseksuele gevoelens en de diepgelovige Miente liet hen niet in de steek maar probeerde ze te helpen. Hij was een wijze vader die zijn kinderen serieus nam.

Boumans vertelt het verhaal van de familie Bakker in drie delen, simpel getiteld: ‘voor de oorlog’, ‘de oorlog’ en ‘na de oorlog’. In het eerste deel maken we kennis met de familie en zien we hoe het winkeltje in garen, banden, knopen en veters van grootmoeder Dieuwke uitgroeit tot het latere mode-imperium P.S. Bakker. Alle broers Bakker vinden uiteindelijk hun weg naar Amsterdam. Boumans volgt hun sporen in het joodse modehuis Hirsch en cie, het kunstenaarsverzet, de illegale pers van oom Paul Bakker, de uitgeverij van neef Bert Bakker, een onderduikadres in Den Haag, kamp Amersfoort en de schietpartij op de Dam op 7 mei 1945. Ze laat zien hoe vanzelfsprekend moedig zijn voor hen was en hoe hun geloof daar de basis van was.

Het zijn de vele prachtige details die het verhaal zo aangrijpend maken. Boumans, eerder geprezen om haar biografie van celliste en dirigente Frieda Belinfante, moet een enorme hoeveelheid materiaal doorgenomen hebben om haar personages zo tot leven te kunnen brengen. De ontroerende brieven van de kinderen aan hun vader, het stukje roze overhemd van Sjoerd dat na de oorlog in de Bloemendaalse duinen werd gevonden, het verhaal van zus Baukje over wat er aan zijn executie vooraf ging: ‘Hij heeft ons allemaal getroost en zei: “Ik wil dat vader voor ons allemaal nog een keer uit de Bijbel leest, Romeinen 8: In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars.”’

Alleen de naoorlogse periode komt er een beetje bekaaid af. Het drama van broer Dirk – hij pleegde zelfmoord – was misschien beter uit de verf gekomen als daar meer ruimte voor was geweest. Bij hem was de levenslust helaas op. Ik had daar graag iets meer over gelezen. Maar aan de kracht van dit indrukwekkende boek doet dit niets af.

Ine Soepnel studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, werkte jarenlang in de uitgeverij en is sinds 1 februari 2015 boekhandelaar in de stad waarin ze al sinds 1985 woont.

Welmoet over Verwachting van Anna Hope

Je kunt soms zó’n zin hebben in een boek dat je in één ruk wilt uitlezen – toegankelijk maar niet eendimensionaal, goed geschreven en niet sentimenteel. Corona, rellende meutes, de wankelende rechtstaat, allemaal belangrijk om over te lezen maar het gewone leven legt ook andere accenten. Anna Hope schrijft daarover in haar boek Verwachting. Laat je niet op het verkeerde been zetten door het zoetige omslag met drie jonge, kauwgombel blazende vrouwen. Dit is geen feelgood chicklit maar een fijn, helder geschreven verhaal over drie vriendinnen die zich bij het ouder worden geconfronteerd zien met de realiteit van het leven. Een genuanceerde en gelaagde roman waarin het goed toeven is.

Als twintigers wonen Hannah, Cate en Lisa samen in een oud huis in Londen; het leven wacht, ‘ze hebben nog tijd om te worden wie ze later willen zijn’. In flash backs lezen we over de totaal verschillende gezinnen van herkomst en de invloed daarvan op hun leven, over hun innige vriendschap én verborgen concurrentiestrijd. Waren ze ervan overtuigd dat ze elkaar altijd zouden steunen, de werkelijkheid is soms bitter; als het er op aan komt zijn ze er niet voor elkaar omdat ze te druk zijn met hun eigen problemen.

En dan zijn ze eind dertig: Hannah worstelt met haar kinderwens en de zoveelste niet aangeslagen ivf-behandeling, Cate heeft wel een kind maar ook een postnatale depressie, en Lisa lukt het maar niet om door te breken als actrice. Wat hebben ze elkaar in hun gang naar volwassenheid te bieden? Hoe kunnen ze leren dankbaar te zijn voor de kleine dingen, genoeg te hebben aan zichzelf? Daar gaat het in dit boek over en nee, het is niet een typisch vrouwenboek met een goede afloop. De kracht van dit boek is dat de drie vrouwen hun eigen leven leren leiden, ontdaan van de vroegere romantiek en als sterke persoonlijkheden met al hun plussen en minnen tevoorschijn komen.

Ine over De muziek van de herfst van Konstantin Paustowski

Vraag een willekeurige liefhebber wat hij zo geweldig aan Paustovski vindt, en je krijgt deze antwoorden: die magnifieke natuurbeschrijvingen, die magische zinnen, die onuitputtelijke levenslust.

Konstantin Paustovski (1892-1968) beschouwde zichzelf als een romanticus met een sterke voorkeur voor het ‘ruwe’ leven. Liefst schreef hij over eenvoudige mensen: ambachtslieden, herders, boswachters en dorpskinderen. In hun soms moeizame bestaan zag hij altijd lichtpuntjes.

Afgelopen voorjaar verscheen als voorproefje Wilde rozen en nu is er dan eindelijk het hoofdwerk: meer dan vijftig, voor het overgrote deel niet eerder in het Nederlands verschenen verhalen, vertaald door Wim Hartog. Als er één boek is waarmee je als dolende ziel de donkere wintermaanden kunt doorkomen, dan is het De muziek van de herfst. Alleen die titel maakt al gelukkig.

Wie is in hemelsnaam Paustovski, vroeg ik me licht vertwijfeld af. Het was 2016, ik was nog maar een jaar boekhandelaar, en Goudzand was net verschenen. De ene na de andere klant liep met een gelukzalige blik en het boek onder de arm de winkel uit. Ik moest die onbekende Rus lezen, begon in Verhaal van een leven en was na het eerste hoofdstuk verkocht. Sindsdien verkeer ook ik in die gemoedstoestand: zodra ik twee alinea’s van hem heb gelezen, denk ik: waarom zou ik al die andere boeken nog lezen? Ik wil alleen nog maar Paustovski.

In De muziek van de herfst stijgen schrijver én vertaler weer tot grote hoogten. Speciaal voor deze nieuwsbrief mocht ik grasduinen in het manuscript; het boek was op dat moment nog volop in productie. Ik las vier verhalen, alle verschillend van situatie en personages, en alle met die onmiskenbare Paustovski-toon: warm, empatisch, vol geuren en kleuren. Tijdloze verhalen met de typische Paustovski-boodschap: het leven is vol bekoring, en ons bestaan als mens heeft zin.

Met zijn vieren vertelt over vier stadse vrienden die de zomer doorbrengen in een afgelegen boshut. ‘Onverwachts, als een wonder, openbaarden zich in onze vermoeide, gesloten zielen diepe inzichten, bloemrijke verhalen, geruste overtuigingen, in stille lijdzaamheid gedragen leed.’

De bries is een prachtig liefdesverhaal over een jonge marinier die bij de belegering van Sebastopol gewond raakt en daarbij een dierbaar sigarettendoosje verliest. ‘Weet u, de liefde is als een bries. Deze waait overdag van zee naar de kust en ’s nachts van de kust naar zee.’

Een nacht in oktober gaat over twee mannen die in een herfstnacht in 1945 op een eiland vast komen te zitten, terwijl het water om hen heen stijgt. ‘Hoe verder wij kwamen, des te minder spraken wij met elkaar, en al snel zeiden wij helemaal niets meer. Boven de uitlopers van de rivier, de zwarte hooioppers en het dichte struikgewas hing een duistere nacht waarvan het zwijgen zich ook aan ons meedeelde.’

Het verhaal Afscheid van de zomer las ik als een fraaie metafoor voor Paustovski’s levenslust. Het beschrijft de komst van de eerste sneeuw en de eerste winterse dag. Paustovski schreef het in 1940 en het begint zo:

Het was eind november, de treurigste tijd op het platteland. De kat lag de hele dag opgerold in een oude fauteuil te slapen en schokschouderde af en toe in zijn droom als het donkere water tegen de ruiten kletste.
De wegen waren ondergespoeld. Over de rivier joeg gelig schuim voort dat aan opgeklopt eiwit deed denken. De laatste vogels hadden zich onder de nokbalk van de huizen verscholen en al meer dan een week kwam niemand ons opzoeken, noch opa Mitri noch Vanja Maljavin, noch de houtvester.

Over de oorlog wordt met geen woord gerept. Het verhaal eindigt zo:

De winter begon te heersen over de aarde, maar wij wisten dat je onder de poreuze sneeuw, als je die met je handen omwoelde, nog verse bosbloemen kon vinden, wisten dat in de kachels altijd vuur zou knisteren, dat de mezen met ons bleven overwinteren, en de winter kwam ons even prachtig voor als de zomer.

Aan Menno Hartman, uitgever bij Van Oorschot, vroeg ik wat zijn favoriete verhaal was. Over het titelverhaal De muziek van de herfst zegt hij:

‘Het grote wonder van Paustovski laat zich in dit verhaal in kort bestek lezen. Begin achteraan en constateer dat Paustovski het schreef in 1918. De Witten bestrijden de Roden na de revolutie van oktober 1917, het land is in rep en roer. Paustovski is niet blind of doof voor wat er in de wereld gebeurt, maar kiest ook altijd voor de schoonheid van het leven en zijn omgeving. Dit korte verhaal is een intense herfstimpressie waaraan iedere zin geurig is, elk woord dauwdruppels draagt en iedere zinswending toont hoe het herfstlicht valt. Superieur schrijven in onzalige tijden. De winter breekt aan, schrijft Paustovski, makkelijk zal het niet worden, maar er is altijd aanleiding goed om je heen te kijken.’

Hier heb ik niets meer aan toe te voegen. Lees en bewonder.

speelt 187

Welmoet over Het leven speelt met mij van David Grossman

‘Rafaël was vijftien toen zijn moeder doodging en hem verloste uit haar lijden.’ Met deze zin opent David Grossman zijn nieuwe roman, Het leven speelt met mij, en werpt ons onmiddellijk in het aangrijpende familieverhaal. Grossman beschrijft als geen ander voor welke keuzes de mens in het leven kan komen te staan. Hij vertelt over families die worstelen met hun trauma’s en hun zoektocht naar verzoening met wat hen is aangedaan. Ik hou van zijn toon en stijl en ik bewonder zijn oprechte nieuwsgierigheid – zonder oordeel – naar wat de mens drijft. Grossman durft te schrijven over liefde die alles overwint en daar is moed voor nodig.

Oma Vera viert in de kibboets, te midden van haar aangetrouwde familie, haar negentigste verjaardag. Van meet af aan is duidelijk dat we te doen hebben met een sterke vrouw die het leven in de hand lijkt te hebben. Dochter Nina en kleindochter Gili zijn ook aanwezig op het feest, maar met de nodige reserves. Aan alles is voelbaar dat onder de schijnbare opgewektheid van het samenzijn de donkere poel van het verleden schuilgaat. Rafaël, stiefzoon van Vera, overtuigt de drie vrouwen om samen af te reizen naar voormalig Joegoslavië om daar het verhaal van hun geschiedenis aan elkaar te vertellen. Zowel Nina als Gili zijn op jonge leeftijd door hun moeder in de steek gelaten en willen genoegdoening. In Joegoslavië aangekomen lezen we over de verschrikkingen van het Tito-regime en komen we bij het pijnlijke thema van het boek: kies je voor de liefde en de ideologie of voor je dochter? Vera, de vrouw die grip op haar leven dacht te hebben, kan uiteindelijk alleen nog maar verzuchten: ‘het leven speelt met mij.’

In zijn nawoord bedankt David Grossman Eva Panić Nahir, naar wie het personage van Vera is gemodelleerd. Ik bekeek de documentaire die over haar leven is gemaakt en kan hem u zeer aanbevelen. Zowel boek als documentaire zijn hartverscheurend ‒ om nooit meer te vergeten.

Inschrijven nieuwsbrief