Banner trap

Nieuwsarchief

Eerdere tips van uw boekhandel

Tatjana over De verborgen dochter van Elena Ferrante


De verborgen dochter van Elena Ferrante (vertaald door Els van der Pluijm) is maar weer eens het bewijs dat een boek niet dik hoeft te zijn om steengoed te zijn. In compacte zinnen, waarin veel ongezegd blijft (maar des te meer gevoeld wordt), ontvouwt zich het verhaal van hoofdpersoon Leda. Het is onlangs prachtig verfilmd, maar ik raad iedereen aan (vooral ook) het boek te lezen; Leda’s gedachten geven het verhaal extra diepte.

Het verhaal speelt zich af aan de Italiaanse zuidkust, waar Leda, docent Engelse letterkunde, zich tijdens de zomerperiode voorbereidt op het komende academische jaar. Ze gaat dagelijks naar het strand, waar ze geconfronteerd wordt met een grote en luidruchtige Napolitaanse familie, eenzelfde soort familie als waaruit ze zelf op jonge leeftijd heeft weten te ontsnappen. Leda is met name geïntrigeerd door Nina en haar dochtertje Elena, en grijpt uiteindelijk op een bijzondere manier in hun leven in.

Aan de hand van de alledaagse gebeurtenissen die zich voordoen tijdens haar verblijf leren we Leda kennen. Net als in de flashbacks zien we haar worstelen met het moederschap, met aan de ene kant een grenzeloze liefde voor haar twee dochters, die ze op jonge leeftijd kreeg, en aan de andere kant het gevoel zichzelf kwijt te raken. Fijngevoelig en tegelijkertijd schaamteloos legt Ferrante Leda’s gedachten bloot, die zich hierbij zo nu en dan rechtstreeks tot de lezer richt:

‘Wat had ik ten slotte voor vreselijks gedaan? Jaren geleden was ik een meisje geweest dat zich verloren had gevoeld, jazeker. Alle hoop uit mijn jeugd leek al vervlogen, het was alsof ik achterwaarts tuimelde, terug naar mijn moeder, mijn grootmoeder, de hele keten zwijgende of verongelijkte vrouwen van wie ik afstamde. Gemiste kansen. (…) Het was alsof ik in mijn eigen hoofd zat opgesloten, zonder de kans om mezelf te bewijzen, en ik was wanhopig.’

Nog altijd is niet bekend wie er achter het pseudoniem Elena Ferrante schuilgaat, de auteur van onder andere het Napolitaanse vierluik De geniale vriendin. In interviews stelt Ferrante dat het pseudoniem haar de creatieve ruimte geeft om vrijuit te kunnen schrijven. Bovendien kunnen haar boeken zo op eigen benen staan, zonder de hinderlijke uitleg van de schrijver. Nu ik De verborgen dochter heb gelezen, zou het mij verbazen als Ferrante geen vrouw is:

‘Mijn smeulende ambities werden nog steeds gevoed door mijn jonge lichaam, door mijn verbeeldingskracht die plan na plan bedacht, maar ik besefte dat mijn creatieve drang steeds definitiever werd afgeknepen door de dagelijkse gang van zaken op de universiteit en door de onontkoombare aanpassingen die een mogelijke carrière vereiste.’

vertaald uit het Engels door Erik Bindervoet en uit het Russisch door Robbert-Jan Henkes

Jacinthe over Een duik in een vijver in de regen van George Saunders

Wie Een duik in een vijver in de regen van George Saunders op de plank ziet staan, zal zich vermoedelijk afvragen wat dit boek te bieden heeft. Die raadselachtige, een tikje ingewikkelde titel en dan die ambitieuze ondertitel: Waarin vier Russen een masterclass geven over schrijven, lezen en het leven. Maar Saunders maakt deze belofte meer dan waar: een blijmoediger boek over literatuur bestaat niet. Ik werd er tijdens de laatste donkere weken van het afgelopen jaar in ieder geval erg gelukkig van.

Saunders won talloze prijzen voor zijn surrealistische korte verhalen en zijn eerste roman, Lincoln in de bardo, werd in 2017 onderscheiden met de Man Booker Prize. Al meer dan twintig jaar geeft hij les aan een van de meest prestigieuze schrijfopleidingen in de VS. De Russen uit de ondertitel, Tsjechov, Tolstoj, Toergenjev en Gogol, behoren tot zijn favoriete auteurs. Aan de hand van zeven lievelingsverhalen probeert Saunders in dit boek de magie van deze grote schrijvers te doorgronden. Voor wie deze Russen nog niet kent is dit boek een geweldige eerste kennismaking die hongerig maakt naar meer, maar ook voor doorgewinterde liefhebbers gaan de verhalen leven als nooit tevoren.

‘Godallejezus,’ verzucht Ivan Ivanytsj in het wonderlijke verhaal Stekelbessen van Tsjechov, maar dan van puur genot wanneer hij na een lange wandeling een duik neemt in het koele water van de vijver waarnaar de titel van dit boek verwijst. Deze masterclass is dan ook vooral een ode aan de levenslust. Verwacht bij Saunders geen grote theorieën of gewichtigdoenerij; termen als ‘thema’, ‘plot’, ‘karakterontwikkeling’ en ‘structuur’ leiden vooral af van waar het echt om gaat. Met een aanstekelijk enthousiasme en zonder te vervallen in gortdroge analyses ontleedt Saunders de verhalen en laat hij ons zien hoe subliem ze zijn opgebouwd.

Het openingsverhaal De kar, over de hartverscheurend eenzame dorpsonderwijzeres Marja Vasiliëvna, laat hij ons zelfs pagina voor pagina lezen. Na ieder fragment vraagt hij: ‘Wat verwacht je nu van dit verhaal? Hoe en wanneer begon Marja jou te raken?’ Ineens zien we duidelijk hoe Tsjechov het verhaal naar een hoger plan tilt, door meedogenloos efficiënt iedere hoop op een oplossing voor Marja’s situatie in rook op te laten gaan. Wij willen wat zij wil: dat ze niet zo eenzaam is. De schoonheid van het verhaal ligt vooral in de verandering die zich in ons hoofd voltrekt: ‘Tsjechov heeft ons zo dicht bij Marja gehouden […] heeft de manier waarop haar geest werkt zo goed beschreven dat het af en toe leek alsof hij onze eigen geest beschreef.’

Saunders schrijft beeldend (een gedicht is ‘een machientje dat bonusbetekenis overbrengt’) en doorspekt zijn beschouwingen met anekdotes uit zijn (schrijvers)leven. Het onvolprezen vertaalduo Robbert-Jan Henkes (uit het Russisch) en Erik Bindervoet (uit het Engels) verzorgde de gloednieuwe vertaling. Her en der geven zij inkijkjes in zowel hun eigen als andermans vertaaloverwegingen, wat het boek zeker ook voor vertalers interessant maakt. Maar de meeste indruk maken de verhalen zelf. De kans is groot dat je na het lezen van dit boek niet alleen de oude Russen, maar ook andere literatuur en misschien zelfs je eigen leven met een nieuwe blik bekijkt.

Anna over Geen tijd verliezen van Jolande Withuis

In haar tijd was Jeanne Bieruma Oosting een grote naam in de Nederlandse kunstenaarswereld. Maar vandaag de dag zal de naam Oosting misschien niet bij iedereen nog bekend zijn. Ook ik had tot voor kort nog nooit van haar gehoord, en dat terwijl er werk van haar in mijn ouderlijk huis bleek te hangen. De geweldige biografie van Jolande Withuis – Geen tijd verliezen. Jeanne Bieruma Oosting 1898-1994 – bracht daar verandering in.

Haar boek is veel meer dan een biografie van een fascinerende vrouw. Het is een tijdsbeeld van bijna de gehele twintigste eeuw; van het kunstenaarsleven in Parijs in het interbellum; van het laatste restje adel in Nederland, met hun op Downton Abbey lijkende buitenhuizen en gebruiken; van het opkomende feminisme – en alle vooroordelen waar vrouwen toen, en helaas ook nu nog, mee te maken kregen.

Jeanne Bieruma Oosting werd aan het einde van de negentiende eeuw geboren in het gezin Bieruma Oosting-van Harinxma thoe Slooten. Ze groeide op in de wereld van de adel en bracht haar jeugd vlak bij Zutphen door, op kasteel De Cloese te Lochem. Al van jongs af aan wist ze dat het vaste pad voor vrouwen in die tijd – zo snel mogelijk trouwen en kinderen krijgen – niet aan haar was besteed. In plaats daarvan wilde ze schilderen en ambieerde ze een carrière als kunstenares. Haar ouders vonden dat maar niets, en vooral haar vader werkte haar actief tegen. Pas op haar 31ste durfde ze zich los te maken van haar ouders.
Ze liet Nederland achter zich en stortte zich in het turbulente Parijse kunstenaarsleven van het interbellum. Ze volgde er lessen bij Mariette Lydis en Bill Hayter, ontwikkelde nieuwe technieken, waaronder de grafiek waar ze later beroemd mee zou worden, en sloot zich aan bij vrouwenkunstenaarsbeweging FAM, de Société des Femmes Artistes Modernes. Pas tijdens de oorlog zou ze weer terugkeren naar Nederland, en vestigde ze zich in Amsterdam – later zou daar een buitenhuis in Almen (Het Elger) bij komen.

Oosting werd gedreven door een enorme werklust. Niet voor niets was haar motto ‘geen tijd verliezen’. Ze was altijd druk, en wenste daarbij niet gestoord te worden. Ze mocht alleen voor 8 uur ’s ochtends gebeld worden of anders na het avondeten, maar absoluut niet onder werktijd. Het verbaast daarom niets dat ze op latere leeftijd bevriend raakte met Ida Gerhardt, die er een vergelijkbaar arbeidsethos op nahield. De biografie staat verder vol heerlijke anekdotes over deze sterke vrouw en verhaalt aan de hand van talloze brieven over de bijzondere vriendschappen en relaties die Oosting onderhield met naast Gerhardt onder anderen Marie Anne Tellegen, Lucie van Dam van Isselt, Charlotte van Pallandt en Adriaan Roland Holst.

Hopelijk zorgt Geen tijd verliezen voor de herontdekking van deze bijzondere vrouw, want dat verdient ze zonder meer.

vertaald uit het Duits door Ria van Hengel

Ine over De wand van Marlen Haushofer

De Oostenrijkse Marlen Haushofer (1920-1970) schreef De wand in de jaren zestig. Ze had toen al meerdere boeken op haar naam staan en werd gewaardeerd. Maar na haar overlijden dreigde ze vergeten te raken. Tegenwoordig wordt ze beschouwd als een van de belangrijkste schrijvers van Oostenrijk, met De wand als hoogtepunt in haar oeuvre.

In deze weergaloze roman vertelt een vrouw hoe ze geheel onverwacht op zichzelf is teruggeworpen in de ruige natuur. Er is niemand om mee te praten. Er is niemand die voor haar kan zorgen. Het enige gezelschap dat ze heeft zijn een hond, een koe en een kat. Aanvankelijk lijkt het leven overzichtelijk en tamelijk ongecompliceerd. Er is nog voldoende eten. De koe staat in de boswei, hond Luchs is in haar buurt, de poes slaapt op haar bed. Ze leert zichzelf hout zagen en ontdekt dat ze dat een prettig karwei vindt. Maar als er geen groente en fruit meer is, moet ze brandnetels eten en kauwt ze op sparrentoppen. Ze heeft een allesoverheersende behoefte aan zoetigheid, wordt mager en hoekig, haar gezicht zit vol kleine rimpels, haar handen zijn bedekt met blaren en eelt. Ze realiseert zich dat ze in haar oude leven niets heeft geleerd wat ze nu kan gebruiken.

Langzaam leert ze zich aanpassen aan het bos. ‘Je kunt jarenlang in nerveuze haast in de stad leven, het verwoest weliswaar je zenuwen maar je kunt het lang volhouden. Maar geen mens kan langer dan een paar maanden in nerveuze haast bergen beklimmen, aardappels poten, houthakken of maaien.’

Langzaam verandert ze ook in een andere persoon. Soms heeft ze een bijna mystieke ervaring. ‘Het was bijna onmogelijk om in de zoemende stilte van de wei onder de grote hemel een apart op zichzelf staand ik te blijven, een klein, blind, eigenzinnig leven dat zich niet in de gemeenschap wilde voegen. Eens was het mijn trots geweest dat ik zo’n leven was, maar op de alm kwam het me opeens heel armzalig en belachelijk voor, een opgeblazen niets.’

De wand is een superieure vertelling, hoe de mens kan leren zijn lot te aanvaarden. Angst, eenzaamheid, natuurgeweld, fysieke uitputting, en het allerergste: het verlies van dierbare dieren ˗ alles gaat zoals het gaat.

Hoe zou het mij vergaan, moederziel alleen in het bos, is een vraag die nog lange tijd in je hoofd blijft na smeulen. Om te huilen zo mooi, dit boek, en om nooit meer te vergeten.

Herman over Willem die Madoc maakte van Nico Dros

In deze nieuwsbrief treft u nooit voorspellingen aan, maar nu maak ik een uitzondering: Willem die Madoc maakte van Nico Dros wordt dé zomerhit van 2021. Het boek zal overal gelezen worden, op de camping en op het strand, thuis in de keuken en in de tuin, in het vliegtuig en in de trein, op de zeilboot en de veerboot, voor de tent, in de tent, op het terras en op het gras.

Als u wat over de schrijver wilt weten, kijk op zijn website. De informatie over hemzelf telt minder dan 100 woorden (Texel 1956; verhalen, roman, essays en historische werken; studie geschiedenis; historisch onderzoek; docent Schrijversvakschool), maar de geciteerde recensies over zijn 11 eerdere boeken zeggen genoeg. Bijzonder is dat Nico Dros naast zeer lovende (‘wel romantisch, niet sentimenteel’, ‘authentieke stijl, perfect aangepast aan de inhoud’, ‘paalvast proza’, ‘bijzonder gul met plastische, bewust archaïsche uitdrukkingen’, ‘Dros kent het hart als zijn broekzak en blaast zijn hoofdpersonen warm kloppend leven in’) ook ronduit negatieve kwalificaties heeft opgenomen, met als meest opmerkelijke, over zijn debuutroman Noorderburen: ‘een romannetje uit de Bouquetreeks.’

Willem die Madoc maakte begint in 2015. Dan ontdekt een Vlaamse mediëvist een verzamelhandschrift uit de dertiende eeuw. Hij raakt ervan overtuigd dat dit eigenhandig werd geschreven door Willem, dichter van het fameuze Van den Vos Reynaerde en het mysterieuze boek Madoc. En het levensverhaal van deze Willem schreeuwde erom geschreven te worden. Het wordt het levensverhaal van een drenkeling.

Na een storm in het jaar 1196 halen kustvissers een kleuter uit de branding. Die blijkt de enige overlevende van een schipbreuk te zijn. De jongen, vermoedelijk een koningskind, brengt zijn jeugdjaren door in een klooster nabij Brugge. Dat ontvlucht hij om zijn familie terug te vinden. Onder de naam Madoc leidt hij een leven als ridder en vecht hij duels op leven en dood uit, een leven waarin liefde evengoed een hoofdrol speelt. Jarenlang is hij de rechterhand van de legendarische graaf Hincmar. In Parijs ontpopt hij zich tot agnost, vrijdenker en schrijver. Maar als de Inquisitie actief wordt krijgen de ketterjagers ook Madoc in het vizier.

Ik verdween geheel in dit boek. Lezend dacht ik nergens anders aan en niet lezend dacht ik aan het boek. Waarom precies kan ik niet zeggen. Misschien omdat de Middeleeuwen per definitie intrigerend zijn, misschien door de prachtige woorden en zinnen, misschien vanwege de mengeling van een spannend verhaal met rijke gedachten, maar echt de vinger kreeg ik er niet achter. Tot ik het interview met de schrijver in de VPRO-gids las. Hij zei het zo: ‘Het moet onderhoudend zijn en de lezer moet er poëtisch geloof aan kunnen hechten. Meer kun je niet als schrijver.’

En beter dan poëtisch geloof kun je als lezer niet wensen. Dank Nico Dros.

Inschrijven nieuwsbrief