Slider

Nieuwsarchief

Eerdere leesclubs

De leesclub van vijf mensen met een fascinatie voor filosofie

vlnr: Fred Daane, Peter van der Boom, Otteline van Panthaleon van Eck en Gertrude Klinkhamer. Erik Besaris ontbreekt op de foto.


Eens in de zes weken discussiëren ze over een boek dat rakelings langs hun eigen leven scheert. ‘Tamelijk chaotisch’, noemen ze zichzelf, en juist dat vinden ze zo fijn.

‘We zitten net in een verhitte discussie,’ zegt Gertrude, als ze me verwelkomt in haar appartement aan de Zaadmarkt in Zutphen. De filosofie-leesclub heeft vanavond samen pasta gegeten en is begonnen aan de bespreking van Material Matters, het alternatief voor onze roofbouwmaatschappij, van Thomas Rau en Sabine Oberhuber. In dit boek pleiten de auteurs ervoor om de aarde niet uit te putten en om zoveel mogelijk te hergebruiken. ‘Ik vind het boek goed, maar ook moralistisch,’ zegt Peter, ‘en daarover ging onze verhitte discussie.’

De oprichter van de filosofie-leesclub is Erik Besaris, die destijds – vier jaar geleden – bij Van Someren & Ten Bosch werkte. In de boekwinkel ontmoette hij zijn leesvrienden: Peter van der Boom, adviseur akoestiek en milieu, die steeds bij Erik boeken voor zijn filosofiestudie kwam kopen. En Otteline van Panthaleon van Eck, psycholoog en stadsdichter van Zutphen, die al jaren droomde van een filosofie-leesclub. En toen kwam Fred Daane erbij, gepensioneerd bankier, striptekenaar en zelfbenoemd bemoeial, en het afgelopen jaar Gertrude Klinkhamer, die een boek schreef over mooi oud zijn en mooi oud worden.

Eens in de zes weken eten ze samen – altijd pasta – en discussiëren ze aansluitend over een boek. ‘Wij zijn een volstrekt chaotische club,’ zegt Fred. ‘Het is verboden om iemand aan te wijzen die het voorbereidt. We hebben geen structuur voor de bespreking.’
‘Soms praten we op een manier dat ik me afvraag of het nog wel over het boek gaat,’ zucht Otteline, ‘we dwalen vaak af.’
‘We beginnen gewoon te praten en vertrouwen erop dat we vanzelf op de goede thema’s komen,’ vult Peter aan.

‘De keuze voor een boek verloopt soepel,’ zegt Fred. ‘Er ligt altijd wel een stapeltje boeken en dan kiezen we er unaniem eentje uit.’ Het boek dat het meeste indruk op hen heeft gemaakt is Leven en lot van Vasili Grossman, een epos over leven onder het tirannieke bewind van Stalin. Maar ook De domesticatie van het noodlot van Jos de Mul, sprak hen aan, evenals Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. En niet te vergeten In aanwezigheid van Schopenhauer, van Michel Houellebecq.

Wat hebben ze aan hun leesclub? ‘Je gaat een boek anders zien dan wanneer je het in je eentje leest,’ vindt Peter. En Otteline: ‘De leesclub zet je aan het denken, vooral omdat de thema’s die we bespreken rakelings langs ons eigen leven scheren. Ik herinner me de indrukwekkende bespreking van Peter Sloterdijks Je moet je leven veranderen. We spraken over keuzes die je moet maken in je leven waarbij je altijd verliest, zoals je partner verlaten of een baan opgeven.’ Ze kijkt de kring rond en lacht. ‘Maar bovenal is deze leesclub me ontzettend dierbaar.’

 

De leesladies


De Leesladies (Brummen-Zutphen) vierden in 2015 hun tweede lustrum met een heuse schrijfworkshop. De eerste opdracht (‘beschrijf wat er op tafel staat’) legde al snel de verschillen bloot: de een zag een fruitschaal, de ander een banaan, een derde een appel, enzovoorts. Niet alleen in hun manier van kijken, ook in hun leesgewoonte verschillen de vrouwen.

Ook de  tweede opdracht (‘maak een gedicht met de beginregel: Ik vond het prachtig, mijn partner vond het stom’) gaf een variëteit aan poëtische brouwsels. Die variëteit hoeft niet te verwonderen want Ilse, Isabel, Jacqueline, Marjon, Mireille en Yvette (gemiddeld 51 jaar, zelfstandige vrouwen, jurist in de energie, groepsleerkracht, coach, boerin, apotheker, adviseur in inkoop of in communicatie) hebben ofwel geen partner, ofwel een verse roze-wolk partner ofwel een ga-alsjeblieft-weg partner, en alles daartussenin.

Het de volgende keer te bespreken boek wordt telkens min of meer democratisch gekozen en op de avond dat ik mocht toekijken bespraken de Leesladies De bijenhouder van Aleppo van Christi Lefteri. En de avond kon niet beter gekozen, want juist op die dag begon de Operatie Vredesbron. Ook zonder die actualiteit hakte de roman erin. De auteur was er duidelijk in geslaagd de ellende van vluchtelingen zo op te schrijven dat het effect op deze lezers maximaal was. Per saldo kreeg de roman vier van de vijf te vergeven bollen. Geen vijf want daarvoor was het middenstuk toch een beetje te saai, aldus de ladies. Breed gewaardeerd werd het door de schrijver zichtbaar maken van het vermogen om ondanks alle ellende ‘de moed erin te houden’.

Zo te zien en mee te maken, hadden de Leesladies zelf, in elk geval gemiddeld gesproken, niet al te veel moeite om de moed erin te houden; de schaterlach was nooit ver weg in de keuken van de gastlady van de avond.

Ook bij deze leesclub zijn het de individuele verschillen in leesbeleving en leesinbreng die de club haar meerwaarde geven. Ik geef een korte staalkaart. Vanwege de Algemene Verordening Gegevensbescherming (in de wandeling: de privacy-verordening) doe ik dat zonder naamsvermelding.

Lady 1 leest grondig en gedetailleerd en wordt bloedchagrijnig als ze niet meer kan volgen hoe het precies zit. Haar voorkeur gaat uit naar geromantiseerde of liever gezegd literaire non-fictie.

Lady 2 leest snel en veel en luistert in lange autoritten langzaam en veel. Ze durft met lezen te stoppen als een boek haar niet zint, en vraagt dan aan de anderen: ‘Kwam jij er wel doorheen?’ Haar voorkeur gaat uit naar boeken over oorlog en geschiedenis en op de leesavonden maakt ze het besproken boek levendig door bijbehorende muziekjes en dergelijke in te brengen.

Lady 3 houdt het meest van boeken waardoor ze hard kan nadenken over de personen en hun thema’s. En dat doet ze niet alleen; haar halve familie zit in leesclubs en hun ideeën neemt ze mee. Open eindes zijn aan Lady 3 niet besteed: dan blijf je maar te veel doordenken.

Lady 4 houdt van boeken die net even anders zijn. Plezier beleeft ze aan onderhoudende vrouwen. Haar lievelingsboeken zijn bij voorkeur duidelijk en inhoudelijk, maar met een fris geluid. En een goed boek laat volgens Lady 4 de kracht van dappere mensen zien.

Lady 5 houdt de andere ladies bij de les. Niet alleen denkt ze heel diep na over het te lezen boek, maar vervolgens brengt ze ook de nodige vragen in de groep, zodat er goed over het boek gepraat kan worden. Terugkerende vragen zijn: ‘Wat heeft de schrijver bedoeld en wat vonden jullie van de kaft?’

Lady 6 geniet op dit moment vooral van haar verse roze-wolk partner en van haar leesvriendinnen. Het boekenlezen schiet er wat bij in. De leesvriendinnen genieten ondertussen van Lady 6 omdat ze altijd heel goede vragen stelt en daarbij ook nog heel goed kan luisteren.

Al met al werd het me ook nu weer duidelijk: Lang Leve de Leesclub!

Herman Krans

De leesclub van…

Peter, Josine, Yvonne, Ageeth, Bob en Wim (vlnr)


De leesclub zonder naam of Leesclub 2.0

Eigenlijk heeft deze leesclub geen naam, maar na enig aandringen is het toch Leesclub 2.0, in kleine kring bekend om haar spijs-boek-combinaties. Bij Het oude land at de leesclub zuurkool met braadworst, bij Hillbilly Elegy hamburgers en De tolk van Java werd besproken onder het spreekwoordelijke genot van een Indische maaltijd. Leesclub 2.0 weet dat een leesclubboek meer moet zijn dan letters op papier, meer moet zijn dan het product van een al dan niet bijzondere schrijver.

Bij de leesclub van Ageeth, Bob, Josine, Peter, Wim en Yvonne staat niet de mens achter de schrijver, maar de mens achter de lezer centraal. ‘We hebben het niet over elkaars leven maar we leren elkaar toch goed kennen.’

De leesclub bestaat al tientallen boeken en de samenstelling is bewust divers. Hoe meer verschillende stemmen hoe beter. Democratisch is Leesclub 2.0 daarbij niet want meestal drukt dezelfde persoon het volgende boek erdoor.

Een terugkerend thema bij Leesclub 2.0 is, zoals ze het zelf een beetje duur formuleren: ‘Het accepteren van de non-duiding.’ Niet: wat betekent het boek nu precies?, maar: Wat vind je van het boek, wat bracht het jou? Daarover doorpratend blijkt al snel dat ook in deze leesclub iedereen op eigen wijze boeken leest en waardeert.

Het moet in ieder geval grappig zijn zegt het leesclublid met de gulste lach. Opvallend veel leden noemen het doormijmerpotentieel. Hoe lang na lezing blijf je nog met het boek rondlopen?

Een boek is pas mooi, vindt het gastmens van vanavond, als het een nieuw inzicht oplevert en een ander lid van deze club kan eigenlijk niet zonder onoplosbare dilemma’s in te lezen boeken. Die horen bij het leven en dus ook bij boeken. Weer een ander kan niet zonder zingend ritme: ‘Ik stop met voorlezen aan mijn kinderen als het ritme niet deugt.’

Het oudste lid van Leesclub 2.0 zegt het voor zichzelf, maar eigenlijk voor iedere lezer: ‘Het boek moet rijmen met een deel van mijn eigen leven, zielsverwantschap hoop je te vinden.’

Alle zes, Ageeth, Bob, Josine, Peter, Wim en Yvonne waarderen boeken om andere redenen, en allemaal blijven ze dromen van de roman of de schrijver die maximaal rijmt met hun eigen leven. Bij een van hen kwam die droom jaren geleden al uit: met het werk van James Joyce voelt hij een grote zielsverwantschap en zoals dat gaat: waar het hart vol van is, stroomt de mond van over en daarom leest hij op iedere leesclubavond een hoofdstuk uit Ulysses voor. En dat doet hij, zeggen de anderen, zo verschrikkelijk mooi dat de stilte eromheen haast devoot wordt.

Dit laatste bracht uw interviewer van dienst op de gedachte dat leesclubs fantastisch zijn omdat je – onbedoeld en misschien zelfs onbewust – iets wezenlijks van jezelf met anderen deelt zonder dat je het over jezelf hebt. Kortom: leve het boek en leve de leesclub!

Herman Krans

De leesclub

Yvonne


Deze keer heeft Herman een telefonisch interview met Yvonne van der Houwen, een van de meisjes van leesclub De leesclub. Een leesclubavond bijwonen zit er even niet in, een groepsfoto ook niet, maar een nieuwsbrief zonder leesclub is geen nieuwsbrief.

De leesclub bestaat liefst veertig jaar en komt dus uit de tijd dat de enkele aanduiding de leesclub voldoende onderscheidend was. Eigennamen als Boze tongen, ROHBA (Recht Op Het Boek Af), De lees-ladies, Leesgezelschap de boekenruiters, UELG (Uitgebreid Emper Leesgenootschap) hadden de dames niet nodig om blij te zijn met hun club.

De leesclub bestaat nu uit vier vrouwen, Bea, Marcelien, Minie en Yvonne, die elkaar al zo’n veertig jaar in leesclubverband kennen. Tijdens de avonden krijgen de vrouwen met regelmaat de slappe lach en ook verder is het gevoel van veertig jaar geleden nooit ver weg als ze bij elkaar zijn: dan worden ze weer de meisjes die ze waren.

De avonden beginnen steevast met wijn en eten. De gastvrouw van de avond kookt en een ander heeft de serieuze leiding over de avond. Tot en met het voorgerecht gaat het niet over het boek, maar over het familiale welbevinden van eenieder. Na het voorgerecht stelt de leidsvrouwe van de avond concrete vragen als:

wat vind je van de titel?

waarom is het boek belangrijk?

wat vind je irritant aan het boek?

Aan de hand van die vragen kunnen de dames de diepte in, waarbij ze niet schromen elkaar tot op alineaniveau te bevragen. Een enkeling heeft zelfs een schriftje bij zich met aantekeningen over het boek van de avond.

Tijdens en na het hoofdgerecht gaat het boekgesprek verder. Soms wordt het laat mét het boek en een andere keer wordt het laat zónder het boek. Heel af en toe gaat er iets mis, zoals die keer dat een van de leesdames er na tien minuten achterkwam dat ze – heel aandachtig met de leesclub in het achterhoofd – het verkeerde boek gelezen had.

Uw interviewer was vooral nieuwsgierig naar de veertig jaar die de leesclub al bestaat. Hoe veranderen over zo’n periode de avonden en hoe voorkom je de sleur? Over dat laatste is Yvonne kort en duidelijk: het zijn juist de boeken die ons uit de sleur houden. En veertig jaar gedeeld verleden geeft een heel bijzondere vriendschap. Niet voor niets luidt het spreekwoord: je maakt geen nieuwe oude vrienden.

Die veertig jaar betekent ondertussen ook dat je je erbij neerlegt als iemand je niet begrijpt, ook als je werkelijk niet begrijpt waarom je niet begrepen wordt. En als een van de vier dames eventjes uit haar nek aan het praten is, dan accepteren de anderen dat na veertig jaar makkelijker dan na veertig dagen.

Voor alle leesclubs die de veertig jaar nog niet gehaald hebben en voor alle leesclubs die nu even niet bij elkaar kunnen komen, heeft Yvonne nog een eenvoudig advies: blijf bij elkaar en lees door.

Herman Krans

Sinds 1987 is Herman Krans advocaat in Zutphen. Hij houdt zijn hele leven al van boeken (‘Wat is er leuker dan boeken?’) en werkt met groot genoegen op vrijdagavond en zaterdag in de winkel van zijn vrouw Ine.

UELG

vlnr.: Peter, Gert, Paul, Herman, Bob (zittend), Jan-Fred


Deze keer, vanwege u weet wel, een verslag van mijn eigen leesclub, het Uitgebreid Emper Leesgenootschap UELG.

Bob, Gert, Jan-Fred, Paul, Peter en Herman komen gemiddeld eens per zes weken bij elkaar om een boek te bespreken dat om de beurt door een van ons wordt voorgesteld.

We waarderen de relatieve dwang die er uitgaat van het voor de volgende bijeenkomst moeten lezen van een boek. Voor één van ons was dat zelfs reden om zich bij de leesclub aan te sluiten; zo haalt hij zijn middelbare schooltijd in toen de leesdwang voor de lijst zó groot was dat hij helemaal niet las.

Net als bij iedere leesclub lezen ook wij een boek anders wanneer het voor de leesclub is en net als bij iedere leesclub is ook bij ons de leeshouding van ieder anders. De één kijkt meer naar psychologische aspecten, de ander wil veel informatie over de schrijver of over de inhoud van het boek (“wie is toch die figuur die op pagina zoveel genoemd wordt, wat weet ik verder over de tijd waarin het boek kennelijk speelt”). Sommigen vinden het leuk om zich te voeden met zoveel mogelijk recensies en anderen lezen het liefst blanco.

Maar alle zes lezen we hetzelfde boek. De voorsteller heeft slechts rekening te houden met twee voorwaarden. Het moet een roman zijn; die voorwaarde is tamelijk hard. En de voorsteller moet het boek zelf gelezen hebben; die voorwaarde is keihard.

Of je het boek mooi, inspirerend of prachtig hebt gevonden is niet belangrijk; als je het maar gelezen hebt.

Zo kwam het dat de laatste keer het boek Kamers, antikamers van Niña Weijers werd voorgesteld, niet omdat het mooi gevonden was of inspirerend, maar omdat de voorsteller er helemaal niets mee kon. Sterker nog: hij vond het een onmogelijk boek en had eigenlijk nog nooit zo’n rampboek gelezen. En hij was natuurlijk nieuwsgierig of wij dat ook vonden.

Vervolgens kregen we het gebruikelijke rondje en daar overheersten de klachten: waar is het plot, waar is het verhaal, ik kan er wel duizend kleine verhalen uit halen, en niet een daarvan is duidelijk, wat bedoelt ze, wat een name-dropping.

Maar het idiote was dat toch niet één van ons het boek met tegenzin had gelezen. Sterker nog: de mooie zinnen werden geprezen en iedereen vond het boek plezierig of zelfs heel plezierig te lezen en er was niemand die bij lezing een begin van slaapneigingen had gekregen.

En vervolgens hebben we meer dan een uur gezocht naar thema’s achter de prettig leesbare woorden.

Het woord “parataxis” (door één van ons ergens over het boek opgepikt) leverde aardige opmerkingen op over onbewuste en springerige processen in menselijke relaties, maar steeg volgens de meesten van ons toch te ver uit boven aardappel, vlees en groente.

Via de gedachte dat losse flarden van verhalen één groot verhaal zouden kunnen opleveren maar dat in dit boek toch niet doen, kwamen we op drie min of meer voor ons Uitgebreid Emper Leesgenootschap te vatten thema’s:

wij mensen rommelen maar wat aan;

intens en in vrijheid leven kan alleen langs een randje en kan niet als je weet hoe de dingen eindigen;

relaties zijn ingewikkelder dan we al dachten.

En zo bracht gelukkig ook deze leesclubavond een leesclubavond. Je gaat er net even anders vandaan dan dat je er kwam. Of in de woorden van één van ons: door deze avond bleef ik na het lezen van Kamers, antikamers toch niet in leegte achter.

Herman Krans


 

De leesclub van Luitgard, Laetitia, Magda, Marianne, Renske, Stanneke en Suzanna


De leesclub van Luitgard, Laetitia, Magda, Marianne, Renske, Stanneke (niet op de foto) en Suzanna bestaat sinds 2007. Ze zien elkaar om de zes weken en lezen alles wat op hun weg komt, van Jan Brokken en David Grossman tot Stefan Zweig en Hella Haase. Er is niet één boek waarover ze allemaal even enthousiast waren; de meningen lopen vaak nogal uiteen. Maar het leuke is juist dat iemand soms zegt: ‘Nu ik jullie heb gehoord, ga ik het boek tóch uitlezen.’ Het eerstvolgende boek dat ze gaan lezen, is Dit is mijn hof van Chris de Stoop.

De leesclub van Annewiets Stavast en Eyleen van Osch


In haar huis tegen de stadsmuur, waarvandaan je zo een van de oude torens binnenloopt, vertelt Annewiets Stavast samen met mede-clublid Eyleen van Osch met graagte en plezier over hun leesclub.

De leesclub bestaat nu elf jaar. Hij is ontstaan doordat iemand die net in Zutphen was komen wonen, haar eigen naam zag naast een deurbel. Ze belde aan, uit nieuwsgierigheid of daar misschien een ver familielid woonde. Dat was niet het geval, maar het contact leidde wel tot het idee een leesclub te vormen.

De club telt zeven leden, allemaal vrouwen, en komt eens per twee maanden bijeen, steeds bij een ander thuis. Enkelen maken ook nog deel uit van een andere leesclub.

Om de beurt kiest iemand een boek om te bespreken. Vrijwel altijd gaat het om fictie. Zij bereidt de avond grondig voor, inclusief cv van de auteur, eerder werk en dergelijke. Een gezamenlijke manier van kijken naar de boeken is nooit ontstaan en de waardering loopt vaak sterk uiteen. Iedereen geeft het boek een cijfer en het is niets bijzonders als de een een 5 geeft en de ander een 9.

Toppers, die iedereen heel mooi vond, waren in de afgelopen jaren: De onzichtbare jongen van J. Bernlef en Stoner van John Williams.

De leesclub van Agnes van Brussel en Welmoet Glaubitz


In de vorige nieuwsbrief zagen we hoe een leesclub was ontstaan toen een nieuwe inwoner van Zutphen haar eigen naam zag naast een deurbel en op goed geluk maar eens aanbelde. Maar het kan ook gebeuren dat iemand haar oude Renault 4 verkoopt. Daaruit vloeide, dertig jaar geleden, de leesclub van Agnes van Brussel en Welmoet Glaubitz voort. Na aanvullingen en wisselingen bestaat het gezelschap al zo’n vijftien jaar uit Agnes, Welmoet, Ria Janssen, Mieke van Nieuwstad, Ans Schutz en Marie-Thérèse Snelders. Een bibliotheekdirectrice, een OK-assistente, een advocate, een juriste/journaliste en twee psychologen, dat staat garant voor interessante en heel verschillende manieren van kijken. Dit is een leesclub die je ook wel een vriendinnenclub mag noemen, een club die nog wel eens om tien uur ’s avonds bedenkt dat ze, o ja, ook nog een boek te bespreken hadden. Wat niet wegneemt dat ze, met hun in principe maandelijkse frequentie, een indrukwekkende hoeveelheid boeken hebben gelezen, overwegend fictie en heel internationaal, met misschien een licht accent op Italiaans, Spaans, Portugees en Latijns-Amerikaans.

De keuze van de boeken vindt collectief plaats, aan het eind van de avond. Er is niet iemand die de bespreking speciaal voorbereidt. In die bespreking is er, niet verbazend, altijd veel aandacht voor de psychologie van de romanfiguren, maar ook voor het verhaal, voor de manier van schrijven. Je leert bij het lezen kernzinnen aan te wijzen, je leert te letten op openingszinnen, op de betekenis van hoofdstuktitels.

Het valt nog niet mee om uit de veelheid van gelezen boeken twee favorieten te noemen. Uiteindelijk valt de keuze op Ian McEwan, De kinderwet, en Sana Valiulina, Didar en Faroek.

De leesclub van Peter van der Boom en Lex Bouman


In 2004 ontdekten twee heren die wel eens bij elkaar over de vloer kwamen dat ze nogal veel dezelfde boeken in de kast hadden staan. Dat was het begin van een leesclub die, opvallend genoeg, alleen uit mannen bestaat. Niet dat dat een principe is: de groep zou best vrouwelijke aanvulling willen. Wél een uitgangspunt is dat er alleen non-fictie gelezen wordt. Peter van der Boom, Lex Bouman, Peter de Haan en Pieter Hilhorst spreken van de ‘Non-fictieleesgroep’ en gaan zelfs de afkorting NFL niet uit de weg. Wat lezen een natuurkundige, een scheikundige, een hoge ambtenaar en een gepensioneerde directeur van een papierfabriek? In het algemeen stevige kost op het gebied van geschiedenis, politiek en bestuur. Vanaf het eerste boek dat ze lazen (The Wealth and Poverty of Nations van David Landes) tot wat er nu op het menu staat (boeken over Turkije en Syrië) houdt de groep een logboek bij, met aantekeningen over de inhoud en over de discussie. Een fors document over inmiddels zo’n vijfenvijftig boeken. Deze groep zou zichzelf niet een vriendengroep noemen, ze komen niet bij elkaar om hun levens te bespreken, maar het eigenaardige is: juist deze non-fictieboeken geven vaak aanleiding tot intense en vertrouwelijke gesprekken over ieders persoonlijke achtergronden en ervaringen en opvattingen. Heel veel indruk maakte Het kwaad van Rüdiger Safranski: het kwaad dat de hele kosmos doortrekt en dat voortvloeit uit de vrije wil. Als tweede favoriete boek noemt de Nonfictieleesgroep graag Robert Kaplan, Oostwaarts. Reizen door de Balkan, het Midden-Oosten en de Kaukasus.

De leesclub van Nescio

Nescio met Adriaan van Dis en Bas Steman


Een leesclub die bestaat uit zes vijftien-, zestienjarige jongens, leerlingen 4 vwo, dat moet wel iets bijzonders zijn. En dat is het ook. Jip Steman en Wouter van Wensveen zijn erg enthousiast over wat ze er leren van Jips vader Bas Steman. Nescio bestaat nu één schooljaar, ze hebben zes boeken gelezen, aangedragen door Bas. Maar dat gaat veranderen: binnenkort gaan ze zelf boeken uitkiezen en bijeenkomsten voorbereiden. Jip en Wouter, en Daan Kesseler, Alan Meijer, Sem de Muinck Keizer en Timo Wahl, zijn druk bezig met ‘coming of age’, volwassen worden, en daar zijn de boeken tot nu toe ook op afgestemd (hoewel ook Karel ende Elegast op het menu heeft gestaan). Bas leert de jongens zien wat de auteur eigenlijk doet, onder het motto: er valt in een boek geen mus van het dak zonder dat het een betekenis heeft. En ze ontdekken het nu zelf: dat glas rode wijn heeft te maken met het communisme van de hoofdpersoon; dat woord ijspegel dat vijftig bladzijden eerder ook werd genoemd verwijst naar een kil karakter. Zo wordt lezen fascinerend. Ze leren op zoek te gaan naar thema’s, naar hoofdpersonen en sleutelfiguren, naar historische context. En als dan ook nog Adriaan van Dis zelf komt vertellen hoe het lezen van één gedicht ooit zijn leven veranderde, dan gaat literatuur wel voor je leven. Of dat mensen Van Dis aanspreken omdat ze bij allerlei gebeurtenissen in zijn Ik kom terug zelf aanwezig zijn geweest, terwijl die gebeurtenissen compleet verzonnen zijn: geweldig.

De zes boeken die ze hebben gelezen vinden ze allemaal erg goed. Ze willen graag Wij noemen, de ‘expliciete roman’ van Elvis Peeters over een pubergroepje. En De aankomst, de wielerroman van Bas Steman.

Nescio blijft bestaan tot het eindexamen van de jongens, over twee jaar. Daar willen ze natuurlijk graag een mooi cijfer halen. Maar er is niets schools aan de leesclub. Iedere bijeenkomst begint met zelf koken, want dat is gezellig en je hoort het ook gewoon te leren, heeft Bas ze voorgehouden: de leuke meisjes letten daar op.

De pop up-leesclub van Mathieu Joppe en Martijn Mondria


Het begon met Mark Zuckerberg, de baas van Facebook, die begin 2015 bekend maakte dat hij een leesclub ging oprichten, met elke twee weken een boek op de agenda. Hij noemde zijn project ‘A Year of Books’. Toen Martijn Mondria (28) uit Kampen dat las, dacht hij: dat wil ik ook! Hij had nog veel te weinig échte literatuur gelezen, vond hij. Met zijn vriend Mathieu Joppe (32) uit Zutphen begon hij een leesclub. Elke twee weken een boek bleek al snel te hoog gegrepen voor de druk bezette mannen, de een bedrijfskundige, de ander econoom, maar een boek per maand moest lukken.

Ze begonnen met het opstellen van een leeslijst. Martijn vond op internet een overzicht met 100 belangwekkende boeken uit de wereldliteratuur en maakte daaruit een selectie. Mathieu, een veellezer, voegde er ‘relevante en actuele’ titels aan toe. Daarna bedachten ze de overige spelregels. Allereerst dat bij elke boekbespreking wisselende gasten zouden mogen aanschuiven: de pop-upleesclub was geboren. Zorgvuldig lezen en bespreken vonden ze belangrijker dan snel de lijst afwerken. Over De broers Karamazov van Dostojevski bijvoorbeeld raakten ze maar niet uitgepraat, ze kwamen er drie keer voor bij elkaar. De laatste spelregel was dat voor elke bespreking een bij het boek passende locatie moest worden gezocht. Voor De broers Karamazov kozen ze een eeuwenoude herberg in Vollenhove; Martijns vader en opa waren er als gastlezers bij.

Het samen lezen was zó inspirerend dat Mathieu en Martijn er ook op hun werk – ze zijn allebei consultant en reizen door het hele land – over vertelden. En de vonk sloeg over: sommige opdrachtgevers gingen enthousiast meelezen en schoven ook aan.

Het mooiste en meest indrukwekkende boek dat ze tot dusver hebben besproken, is – we zagen het al aankomen – De broers Karamazov. Het behandelt alle grote levensvragen: is er een god, wat is de mens, wat is goed en kwaad? Een boek dat je leven verandert, zeggen ze.

Binnenkort beginnen ze aan Tolstoj; ze hebben er zin in, er valt nog heel veel moois te ontdekken.

De leeslijst van Mathieu Joppe en Martijn Mondria

Michel Houellebecq: Onderworpen
Ernest Hemingway: En de zon gaat op
Donna Tartt: De verborgen geschiedenis
Charles Dickens: David Copperfield
Tom Lanoye: Gelukkige slaven
Dostojevski: De broers Karamazov
Michael Jacobs: The factory of light
Thomas More: Utopia
Machiavelli: De heerser
Leo Tolstoj: Oorlog en vrede
Thomas Rosenboom: Gewassen vlees
Jane Austen: Trots en vooroordeel

De Zutphen-Deventer leesclub


Eén keer ging het mis. Ze zouden Casino van Marja Brouwers lezen en een van de clubgenotes zou de bespreking voorbereiden. Maar na 20 pagina’s haakte zij al af, ze vond het een vreselijk boek. Het werd van de leeslijst afgevoerd. Ook schrijfster Santa Montefiore was geen succes. ‘Veel te zoetsappig voor ons.’

In de Zutphen-Deventer leesclub moet het wel ergens over gaan. De besprekingen worden grondig voorbereid, er worden recensies gelezen en de achtergrond van de auteur wordt uitgeplozen. ‘De vraag: wat vond je ervan, wordt bij ons eigenlijk nooit gesteld’, zegt Mint. Het gaat om het boek en niet om privéontboezemingen van de leden. De tien vrouwen, van wie de meeste 60+ en gepensioneerd zijn, waren of zijn bijna allemaal werkzaam in het onderwijs of in de zorg. Alleen beeldhouwster Maïté Duval heeft een andere achtergrond.

Ze lezen niet zomaar een boek, maar volgen een jaarthema, liefst een waar ze flink hun tanden in kunnen zetten. Spanje bijvoorbeeld, waarbij ze de geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog tot op de bodem uitzochten. Of religie, vrouwen over vrouwen, emigranten, of herontdekte klassiekers. Dit jaar lezen ze Duitse romans, waaronder Misschien Esther van Katja Petrowskaja. Een belangrijke vraag is: waarom schrijft deze Russin in het Duits?

De leesclub bestaat sinds 2003 en ze hebben met elkaar al veel meegemaakt. Twee leden zijn overleden, onder wie een van de oprichtsters. Nieuwe deelnemers kwamen en gingen. De onderlinge chemie blijkt een belangrijke factor: soms klikt het niet en dat kan het voortbestaan van de leesclub in gevaar brengen. De huidige tien vormen een hecht gezelschap. Ze zijn het lang niet altijd eens maar dat geeft niet, je leert altijd van elkaar.

Het mooiste boek dat ze gelezen hebben? Ach, het zijn er zoveel. Maar over één boek waren ze echt allemaal enthousiast: De haas met de amberkleurige ogen van Edmund de Waal. Dat is zo rijk van inhoud; het gaat over religie, geschiedenis, steden en landen en bovenal over hoe een oorlog generaties lang kan doorwerken in een familie.

De poëzieleesclub van Christiaan, Ian, Margarethe en Mieke


De poëzieleesclub van Christiaan, Ian, Margarethe en Mieke bestaat sinds 2007. Ze komen eens in de 2 à 3 maanden bijeen en bespreken dan een dichtbundel. Vast onderdeel is het aan elkaar voorlezen van een lievelingsgedicht. Het mooie aan poëzie vinden ze dat je in het microformaat de hele wereld kunt ontdekken. Ze bespraken Nijhoff, Bloem, Vasalis, Pessoa en T.S. Eliot. En nu staan Rilke’s Elegieën van Duino op het programma. Telkens lezen ze één gedicht in het Nederlands en leggen daar het originele Duits en een Engelse vertaling naast. Zo kom je tot het inzicht dat vertalingen soms heel erg uiteenlopen. En dat geeft weer aanleiding tot diepere gesprekken.

Leesclub De welwillenden


Acht jaar geleden, op een borrel bij Bob de Waal in de tuin, raakte een groepje mensen intensief in gesprek over het boek van Jonathan Littell, De welwillenden. Daarin doet een SS’er minutieus verslag van zijn gruwelijke oorlogsmisdaden. Nog diezelfde avond maakte het groepje een afspraak om verder over het boek te kunnen praten.

lnmiddels heeft de leesclub 52 titels doorgenomen en staat De welwillenden nog altijd boven aan het lijstje indrukwekkendste boeken. Vooral het perspectief van de vijand vonden ze behoorlijk verpletterend. Maar er waren meer boeken die indruk maakten: De Jiddische politiebond van Michael Chabon, Congo van David Van Reybrouck, La Superba van Ilja Leonard Pfeiffer en Duitse les van Siegfried Lenz.

De leesclub bestaat uit John Arnold (uitgever), Michiel Blans (internist), Antoine Paris (uitgever), Bram Sizoo (psychiater), Bob de Waal (gezagvoerder) en Ubel van der Werff (raadsheer). Allemaal mannen, was dat een bewuste keuze? Ubel van der Werff: ‘We begonnen met twee vrouwen en vier mannen, maar een van de vrouwen vertrok uit Zutphen en de ander vond het toch wel een erg mannenclubje.’ Bulderlachend: ‘We hebben een sterke voorkeur voor oorlog, seks en treinen.’

De club leest vooral fictie en als ze een boek bespreken gaat het niet alleen over het verhaal, maar ook over thema, motieven, stijl etc. Wat ze ook graag doen is elkaar mooie passages voorlezen. Een van de leden, John, is neerlandicus. Ubel: ‘Hij zegt dingen als: “De hoofdpersoon komt niet helemaal tot ontwikkeling.” John is ook degene die regelmatig de Russen inbrengt, maar die worden vaak weer afgeschoten, “want veel te dik.”’

De mannen komen ongeveer één keer in de twee maanden bijeen.. Na twee uur praten zijn ze vaak wel klaar. Ubel: ‘De meeste tijd kost het prikken van een nieuwe datum. Bob noemt de leesclub dan ook graag: de welwillenden, maar nietkunnenden.’ Het eerstvolgende boek dat ze gaan bespreken, is De valse dageraad van Jan van Aken.

Leesclub ‘Vrij metselen’


Leesclub ‘Vrij metselen’ bestaat uit zeven mannen, allemaal vrijmetselaar, uit Zutphen: Teun (consultant, trainer), Jeroen (rechter), David (docent klassieke talen), Matthijs (trainer), René (trainer), Ronald (eigenaar reclamebureau, mediator) en Fred (consultant en moderator). Ze hebben elkaar in de loge ontmoet en zo is een vriendenclub ontstaan, die regelmatig bijeenkomt ‘om de wereld door te nemen’. En daaruit is twee jaar geleden weer een leesclub ontstaan.

Een van de kernwaarden van de vrijmetselarij is het streven om een beter mens te worden. Daarbij helpt het om je in anderen te verdiepen. En dan is een boek een uitstekend hulpmiddel. Je schuurt aan elkaars denkbeelden door over een boek te praten, zeker als dat voor iemand een ‘levensveranderend’ boek is. Soms is dat ‘schuren’ best hard werken, sommige leden zijn spiritueel, anderen juist concreet. Dat was bijvoorbeeld het geval met ‘Ik’ is een deur, door Teun ingebracht als ‘een lightread over Indische filosofie’. Als je niet hetzelfde begrippenkader hanteert, is het lastig om elkaar te begrijpen. In hoeverre zijn bijvoorbeeld chakra’s en aura’s wel of geen zinvolle begrippen. Sommigen van hen hebben daar niks mee, voor anderen is dat nu juist de essentie. Dat geeft leuke en spannende gesprekken.

Meestal zien ze elkaar eens in de twee maanden bij een van de leden thuis. Ze beginnen met koffie en eindigen rond middernacht met wijn. Ze lezen alleen non-fictie, geen romans. Het gesprek verloopt meanderend, het ene onderwerp lokt het andere uit. Twee jaar geleden zijn ze begonnen met Marcel Mörings Mendel. Daarna lazen ze onder meer De lama der vijf wijsheden van Alexandra David-Neel, Het lucifereffect van Philip G. Zimbardo en La religion dans la démocratie van Marcel Gauchet. Het meest onder de indruk waren ze van Het einde van de rode mens, door Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsj.

Het eerstvolgende boek dat ze gaan bespreken is Een kleine geschiedenis van de Grote Oorlog, 1914-1918 van Koen Koch.

‘De leesclub haalt je uit je eigen bubbel.’


‘De leesclub is voor mij een stok achter de deur om te lezen,’ zegt Sabine, bij wie we te gast zijn. De groep die op deze winteravond rond de open haard zit, bestaat uit negen energieke en nieuwsgierige vrouwen uit Gorssel en omgeving: Florentine (hulpverlener), Sabine (communicatietrainer), Dorine (beeldend kunstenaar), Mieke (onderwijzeres), Annemarie (stiliste), Beverly (docent), Jenneke (zelfstandig ondernemer, Mathilde (fysiotherapeut) en Hannalise (verpleegkundige). Ze bespreken Een onberispelijke man van Jane Gardam. Degene bij wie de club bijeenkomt mag steeds een boek uitkiezen. Dat zorgt voor diversiteit en afwisseling.

‘Het leuke van zo’n boekenclub is dat je boeken leest die je anders nooit zou openslaan,’ vindt Hannalise. ‘Je ontdekt zo interessante schrijvers.’ Doordat ze verschillende achtergronden en meningen hebben, horen de vrouwen bovendien nieuwe opvattingen. ‘Daardoor kom je uit je eigen bubbel,’ vult Beverly aan. Sommigen hadden bijvoorbeeld nooit uit eigen beweging Murakami gelezen. Die hebben ze dankzij de leesclub ontdekt.

Wat ze zoal gelezen hebben in al die jaren? Ik kom terug van Adriaan van Dis, Het smelt van Lize Spit, De stamhouder van Alexander Münninghoff, Kom hier dat ik u kus van Griet Op de Beek. Muidhond van Inge Schilperoord. In het huis van de dichter van Jan Brokken. Boven is het stil van Gerbrand Bakker, Moeders zondag van Graham Swift. O ja, en natuurlijk De kinderwet van Ian McEwan. En nog veel meer: Elena Ferrante, Tommy Wieringa, Annejet van der Zijl, Franca Treur, Jhumpa Lahiri. De lijst van schrijvers is lang.

Omdat ze zo enthousiast en spraakzaam zijn is het soms wel moeilijk om structuur aan te brengen in de avonden. Soms proberen ze een boek te bespreken aan de hand van structurerende vragen zoals: met welke persoon in de roman identificeer je je? Of: welke verschillende perspectieven hanteert de schrijver? ‘Dat helpt wel,’ vindt Jenneke, ‘dan haal je toch meer uit een boek dan wanneer je het wat willekeuriger aanpakt.’

Voor het vroege voorjaar staat Ochtend in Jenin van Susan Abulhawa op de agenda.

‘De boekenclub verbreedt mijn horizon.’

vlnr: Jurr, Rien, Marinus, Jan Willem, Jos, Lennard en Gert Jan


‘We komen om de twee maanden bij elkaar’, vertelt Jan Willem, voormalig huisarts. De gastheer van de avond bepaalt welk boek we lezen en die bereidt het ook voor. Zeven mannen, allen boven de vijfenzestig. Vroeger waren ze advocaat, notaris, huisarts of neerlandicus, en draafden ze van werk naar gezin en sportclub en terug. Nu zijn we ‘drukke oude mannen’, lacht Jan Willem.

Aanvankelijk verliep de avond vrij intuïtief: wie het had voorbereid, vertelde iets over de schrijver en over het thema, maar sinds Jos, neerlandicus, bij de club is, zit er meer structuur in de bespreking. ‘Nu gaat het ook over de stijl van de roman en de opbouw. Als je het een goed boek vindt, weet je nu waaróm je het goed vindt.’

Enkele mannen die elkaar kenden van het sporten, richtten in 1986 de club op, vanwege de gezelligheid. En die sociale functie heeft het nog steeds: het eerste halfuur praten ze bij, om daarna serieus aan de boekbespreking te beginnen.

De Deventer Boekenclub heeft precies bijgehouden welke boeken ze hebben gelezen. In al die jaren zijn het er zo’n kleine tweehonderd. Ze begonnen destijds met Karel van het Reve, Elsschot en Kundera, met Flaubert en Nabokov en Marquez. In de jaren negentig lazen ze onder anderen Donna Tartt, Leon de Winter en Paul Auster. En recent Griet Op de Beeck en Alfred Birney. Deze maand hebben ze Verwante stemmen gelezen, van Vikram Seth, een liefdesgeschiedenis over een violist, lid van een strijkkwartet, en een pianiste, een oude vlam die hij na jaren opnieuw tegenkomt.

Door de leesclub komt Jan Willem in aanraking met boeken die hij zelf anders niet had gelezen: ‘De boekenclub is voor mij een stimulans om te lezen en het verbreedt mijn horizon.’ En doordat de mannen elkaar goed kennen, gaat de discussie de diepte in.

‘We hebben geleerd om naar elkaar te luisteren.’

vlnr: Monique, Brenda, Elma, Eveline en Bianca. Marlies ontbreekt op de foto.


Ze hebben veel gemeenschappelijk: alle zes energieke vrouwen en alle zes import in Zutphen. En natuurlijk houden ze enorm van lezen. Maar ze verschillen ook: bijvoorbeeld in de manier waarop ze zich identificeren met de hoofdpersoon of in hun waardering voor een boek.

Op tafel ligt Het achtste leven van Nino Haratischwili, een Tolstojesk familie-epos over acht levens van een Georgische familie, een dikke roman die de volgende keer op de agenda staat van deze Zutphense leesclub. Monique, Marlies, Brenda, Elma, Eveline en Bianca komen elke zes weken bij elkaar om over een roman, gedicht of non-fictieboek te discussiëren. Ze bestaan inmiddels elf jaar, al is de samenstelling in de loop der tijd veranderd.

Waarom een leesclub? ‘Omdat je boeken leest die je anders nooit zou lezen,’ zegt Brenda. En Monique: ‘Omdat je tot nieuwe inzichten komt.’ Hun professionele achtergrond is divers: neuroloog, eigenaar van een reisorganisatie, P&O-adviseur, medewerker binnendienst en vertaler, presentator, docent. De meerwaarde van een leesclub is dat je een boek vanuit verschillende perspectieven bekijkt, vindt Elma. ‘Toen we Unterleuten van Juli Zeh lazen, een boek met een open einde, bleek dat we er allemaal iets anders hadden uitgehaald.’ En soms ook verandert een boek je blik op de wereld en het leven, zoals God als misvatting van Richard Dawkins.

Favoriet fragment

De keuze voor een boek maken ze gezamenlijk. Ze laten zich daarbij inspireren door recensies of door actuele gebeurtenissen. Zo hebben ze de autobiografie van Obama gelezen toen hij president werd. Vervolgens bereiden ze met z’n tweeën de avond voor – dat is soms nog leuker dan de bespreking zelf –, met aandacht voor de biografie van de auteur, de thema’s, de taal en de schrijfstijl. Ze houden van de gelaagdheid die eigen is aan goede romans en waardoor je als lezer aan het werk wordt gezet. Soms ook kijken ze een film erbij, formuleren ze een stelling, kiezen ze een favoriet fragment. En aan het einde van de bespreking geven ze altijd een rapportcijfer.

‘In het begin kletsten we altijd door elkaar heen,’ zegt Elma, ‘maar we hebben inmiddels geleerd om naar elkaar te luisteren.‘ Ze zijn het niet altijd met elkaar eens, integendeel. Wat de een bijvoorbeeld ‘emotionele porno’ noemt, zoals Een klein leven van Hanya Yanagihara – vindt de ander een heerlijk vakantieboek.

Ze hebben misschien wel tachtig boeken besproken in de leesclub. Welke zijn favoriet? Nu roepen ze wel door elkaar heen. Hier komt de top 3: Honderd jaar eenzaamheid van Marquez. Tonio van A. F. TH. En Grijze zielen van Philippe Claudel.

‘Dit boek gaat over onszelf’

Achter, van links naar rechts : Heleen, Cecile, Marieke, Marinus. Voor: Jan Willem en Jan.


Aan de keukentafel van Heleen in de Papenstraat in Deventer vertellen drie mannen en drie vrouwen enthousiast waarom het meesterwerk van Marcel Proust, het boek waar hij meer dan tien jaar aan werkte, zo’n indruk op hen heeft gemaakt. Op zoek naar de verloren tijd gaat over onszelf, zegt Cecile. Het mag dan een eeuw geleden zijn geschreven, ze ontdekte er zoveel in: de vergankelijkheid, de herinneringen, maar ook de gedragingen van mensen.

‘Als je zo oud bent als wij,’ zegt Marinus, ‘dan heb je ontzettend veel mensen ontmoet. Je hebt ermee gewerkt, ze geobserveerd, tevreden gehouden, netjes behandeld. En dan zie je in het werk van Proust de patronen: hoe mensen zich sociaal gedragen, hun schijnheiligheid, hun jaloezie.’

‘Ik herkende Proust in de patiënten in mijn spreekkamer,’ zegt Jan Willem, de oprichter van de leesclub. ‘Ik zag hoe mensen in de loop der jaren van karakter veranderden, hoe hun ervaringen en hun sociale omstandigheden hen tekenden.’

De Proust-leesclub is een divers gezelschap, ze hebben een achtergrond in de culturele wereld van Deventer, in de zorg en de rechterlijke macht. Die diversiteit maakt de leesclub juist interessant,’ zegt Marieke. ‘Ik ben soms verbaasd dat iemand uit deze groep met zo’n andere blik naar hetzelfde boek kan kijken en een totaal andere opvatting heeft.’ De besprekingen krijgen diepgang doordat ze persoonlijk durven te zijn; in de beslotenheid van de leesclub geven ze zich gemakkelijk bloot. ‘Je haalt er met een groep meer uit dan in je eentje,’ vindt Jan Willem. ‘En dan die humor van Proust, heerlijk.’

Ze zijn ook ambitieus. Het sprak hun wel aan om zo’n 12-delig boek aan te pakken; ze hebben er tweeënhalf jaar over gedaan. En soms haalden ze er andere dingen bij: van de ideeën van Freud tot een You-Tubefilmpje of een workshop over Proust. En als iemand soms moeite had om vol te houden, dan sleepten de anderen hem of haar er wel doorheen. Ze zouden best alle delen nog eens willen lezen en bespreken.

En toen kozen ze een nieuw project: De man zonder eigenschappen van Robert Musil, maar daar hielden ze al snel mee op. ‘Een koud boek,’ vindt Heleen. En Cecile: ‘Ik kreeg het er niet warm van.’

Nu ligt Henry James op tafel: Portrait of a lady. Ze hebben er zin in.

Leesclubservice


Zoekt u nieuwe leesclubleden, wilt u een leesclub oprichten, bent u geïnteresseerd in een Schwob-leesclub, wilt u onze hulp bij het kiezen van een geschikt boek, wilt u een schrijver op bezoek of hebt u andere leesclubvragen: kom dan vooral naar de winkel en bespreek uw ideeën met ons. Wij helpen u graag verder.

Artreaders

vlnr: Marijke Stellaart, Yvon Wagenaar, Marijke van Kampen


‘Wat zou jij meenemen als je huis in brand stond?,’ vraagt Yvon. Ze ging erover nadenken toen ze Belangrijke voorwerpen en persoonlijke bezittingen uit de collectie van Lenore Doolan en Harold Morris, inclusief boeken, kleding en sieraden las. Een boek met een lange titel, inderdaad, dat over een fictieve verzameling spullen gaat, elk met een eigen verhaal. Als zij opeens haar huis uit moest rennen zou Yvon haar plankje met boeken over vrouwenemancipatie meenemen. Door het lezen van dit boek realiseerde ze zich wat spullen voor je kunnen betekenen. Wat voor een ander waardeloos is, kan voor jou van onschatbare waarde zijn.

Eens in de maand ontmoeten ze elkaar om 12:30 uur in het Genietcafé aan de Oude Bornhof in Zutphen en combineren hun bijeenkomst met een lunch. Yvon Wagenaar, kunstliefhebber, Marijke van Kampen, ontwerper en kunstenaar, en Marijke Stellaart, verpleegkundige. De vierde vrouw, Hetty, is helaas overleden, ze missen haar zeer.

Anderhalf jaar geleden bedachten Yvon en Marijke de leesclub. Ze hadden de behoefte om de boeken die ze lazen vanuit verschillende invalshoeken te bespreken. Dat geeft meer inzicht dan wanneer je de informatie in je eentje verwerkt. En dat ze het niet altijd met elkaar eens zijn, brengt alleen maar verdieping en nuance in het thema.
Ze bereiden de bespreking niet speciaal voor: steeds als ze bij elkaar komen vinden ze aanknopingspunten met hun eigen leven, zoals bij hun eerste gezamenlijke boek Big Magic, de kunst van creatief leven van Elisabeth Gilbert. Het onderwerp raakte hen meteen: wat betekent het om als creatief mens te leven in een wereld die vooral cognitieve vaardigheden waardeert? Marijke van Kampen herkende haar eigen ongedurigheid in het boek. Om te kunnen leven moet je geld verdienen en dat lukt je als kunstenaar niet altijd. Wat weerhoudt je ervan om kunst te maken?, was een van de vragen die ze naar aanleiding van Gilberts boek bespraken.

Van de biografie van Lucebert door Wim Hazeu hebben ze gesmuld, al ergerden Marijke Stellaart en Yvon zich aan de persoon Lucebert. ‘We vonden hem egocentrisch,’ zegt Yvon. ‘Ik niet hoor,’ zegt Marijke van Kampen, ik vond hem vooral erg troostrijk, ik herkende mijn eigen verlangens. Lucebert wilde maar één ding: lekker in zijn atelier ronddabberen.

Andere boeken die ze lazen zijn: Draad. Het delicate leven van John Craske, door Julia Blackburn, en Kandinsky en het opbloeien van de vrije geest door Lucas van den Berg. Hun volgende boek is De kunst van de rivaliteit van Sebastiaan Smee. Het gaat over vier vriendschappen van kunstenaars: Manet en Degas, Picasso en Matisse, De Kooning en Pollock, en ten slotte Freud en Bacon.

Wie denkt dat ze alleen maar lezen en praten, heeft het mis. Zo hebben ze met z’n allen een paar tekenoefeningen gedaan die Kandinsky beschrijft, om zo het werk van de kunstenaar beter te begrijpen.

Artreaders is op zoek naar nieuwe leden. Zin om mee te doen? Je kunt ze vinden op instagram. Of mail naar Marijke van Kampen.

‘Ik vind het goed om ook wel eens een boek te lezen dat je zelf niet zou kiezen.’

Van links naar rechts: Natasja, Tobias, Carolien, Marjolijn, Hein.


Toen ze vorige zomer voor het eerst bij elkaar kwamen, zaten ze nog maar nauwelijks of ze waren al aan het discussiëren over De acht bergen van Paolo Cognetti. De Zutphense leesclub bestaat uit vijf gepassioneerde lezers. Heerlijk vinden ze het, praten over boeken.

Vanavond bespreken ze Zomerlicht en dan komt de nacht, van de IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson. ‘Een meeslepend verhaal,’ zegt Hein, die de avond heeft voorbereid. Hij zal iets over de schrijver vertellen en diens bijzondere schrijfstijl. ‘Het is met zoveel mededogen geschreven. Je leest over indringende belevenissen, en toch ademt het een soort lichtheid in de zware IJslandse sfeer.’
De achtergrond van de drie vrouwen en twee mannen die vanavond voor de vierde keer een boek bespreken, is heel verschillend. Natasja, de gastvrouw en een van de oprichters, is eigenlijk communicatiewetenschapper, maar werkt nu in het wijnbedrijf van haar partner. Carolien, medeoprichter, is logopediste; Marjolijn is psycholoog, Tobias is journalist en schrijver, vorig jaar verscheen zijn boek Levenskracht & Levensvragen, en Hein geeft nog steeds gitaarles, al is hij gepensioneerd.

Ze komen ongeveer elke zes weken bij elkaar en discussiëren dan over het boek dat ze de keer daarvoor samen hebben uitgekozen. ‘Dat vind ik altijd een leuk moment,’ zegt Carolien, ‘de keuze voor een nieuw boek.’ Ze nemen elkaars voorkeuren door, praten erover en komen dan soepel tot een gezamenlijke beslissing. Zo kozen ze De acht bergen van Paolo Cognetti, Mythos van Stephen Fry, en De winter voorbij van Isabel Allende. Tot nu toe steeds fictie, maar ze sluiten niet uit dat ze binnenkort ook een biografie gaan lezen.

‘Ik vind het goed om ook wel eens een boek te lezen dat je zelf niet zou kiezen,’ zegt Tobias. Zo zou hij zelf nooit aan De acht bergen zijn begonnen. Waarom niet? Omdat er een sticker van DWDD op zat, dat stuit hem dan tegen de borst. ‘Een vooroordeel,’ lacht hij.

Er is geen vast stramien voor de behandeling van een boek. Ieder heeft zo zijn eigen manier om een avond voor te bereiden. Marjolijn bijvoorbeeld, vindt het belangrijk om te weten of het boek je heeft geraakt, en hoe dan; ze wil ook graag weten of je het in éen ruk hebt uitgelezen of dat je er wat langer over hebt gedaan.

Gewoontes hebben ze inmiddels ook. De avond begint met thee. Als de wijn op tafel komt gaat het boek weg en bespreken ze andere zaken die hen interesseren. Of die toch ook weer met het boek te maken hebben. Zoals die keer dat ze zich afvroegen hoe de Grieken tegen de goden uit de Griekse oudheid aankijken, vertelt Natasja. Als verhalen op afstand? Of toch dichtbij? ‘Ik had gewild dat ik in Griekenland was opgegroeid,’ grapt Hein. ‘Die goden waren niet zo streng als de onze. Nee, het waren losbollen.’

‘Degene die de avond begeleidt, bepaalt de structuur.’

Van links naar rechts: Karla, Paulijn, Peter, Ine, Loes, Oliver, Frank. Alice ontbrak op deze avond


Omdat hij zo van romans houdt, er graag over praat en ook wel eens door iemand anders geattendeerd wil worden op een mooi boek, besloot Frank Falkmann bijna twee jaar geleden een leesclub op te richten. Op zijn advertentie in de Zutphense koerier reageerden zestig mensen, onder wie vooral dames van middelbare leeftijd met een onderwijsachtergrond. Maar Frank had een meer diverse samenstelling van de leesclub voor ogen. En die kwam er. De leesclub bestaat uit vier mannen: Frank, Ine, Peter en Oliver; en vier vrouwen: Karla, Paulijn, Loes en Alice. In leeftijd variëren ze van dertig tot zeventig, en ook hun achtergrond is divers: managementadviseur, onderwijsdirecteur, locatiemanager, docent Nederlands, jurist, analist, arts en vertaler.

Ze mogen dan verschillende beroepen hebben, in nieuwsgierigheid, levendigheid en belangstelling voor literatuur lijken ze juist op elkaar. Bovendien praten ze graag en dwalen ze ook weleens van de hoofdweg af. Ze keren er ongetwijfeld op terug. Wat geeft het? Een leesclub hoeft geen keurslijf te zijn.

Deze avond komen ze zoals elke twee maanden op vrijdagavond bij elkaar. Eerst dineren ze bij hotel Bakker in Vorden, en daarna staat De acht bergen van Paolo Cognetti op het programma, dat Ine heeft voorbereid. Eerder lazen ze onder andere De heilige Rita van Tommy Wieringa, De avond is ongemak, van Marieke Lucas Rijneveld en Hoe alles moest beginnen van Thomas Verbogt.

‘We hebben geen vaste manier om een boek te bespreken,’ vertelt Frank. ‘Degene die de avond begeleidt, bepaalt de structuur.’ Ze hebben in het begin ook weleens een avond gewijd aan de vraag: wat is je favoriete boek? Bovendien sluiten ze niet uit dat ze ook eens samen naar een boekverfilming, een tentoonstelling of het literatuurmuseum gaan. En toen ze Julian Barnes’ Tumult van de tijd bespraken, over de Russische componist Sjostakovitsj, hebben ze naar diens muziek geluisterd.

Ieder van de groep heeft weer een andere manier om de avond te structureren. Ine bijvoorbeeld stelde de groep een aantal vragen: wat heeft het boek je gebracht? Welke levensles haal je eruit? En zo krijgt de leesclub een persoonlijk tintje, al praten ze niet over hun persoonlijke beslommeringen. Literatuur raakt je. Daar gaan hun gesprekken over. ‘Het is fijn dat er bij de bespreking van het boek luikjes opengaan,’ zegt Ine. En dat we er plezier aan beleven.’

Inschrijven nieuwsbrief