Slider

Nieuwsarchief

Nieuwsarchief

Ine over De muziek van de herfst van Konstantin Paustowski

Vraag een willekeurige liefhebber wat hij zo geweldig aan Paustovski vindt, en je krijgt deze antwoorden: die magnifieke natuurbeschrijvingen, die magische zinnen, die onuitputtelijke levenslust.

Konstantin Paustovski (1892-1968) beschouwde zichzelf als een romanticus met een sterke voorkeur voor het ‘ruwe’ leven. Liefst schreef hij over eenvoudige mensen: ambachtslieden, herders, boswachters en dorpskinderen. In hun soms moeizame bestaan zag hij altijd lichtpuntjes.

Afgelopen voorjaar verscheen als voorproefje Wilde rozen en nu is er dan eindelijk het hoofdwerk: meer dan vijftig, voor het overgrote deel niet eerder in het Nederlands verschenen verhalen, vertaald door Wim Hartog. Als er één boek is waarmee je als dolende ziel de donkere wintermaanden kunt doorkomen, dan is het De muziek van de herfst. Alleen die titel maakt al gelukkig.

Wie is in hemelsnaam Paustovski, vroeg ik me licht vertwijfeld af. Het was 2016, ik was nog maar een jaar boekhandelaar, en Goudzand was net verschenen. De ene na de andere klant liep met een gelukzalige blik en het boek onder de arm de winkel uit. Ik moest die onbekende Rus lezen, begon in Verhaal van een leven en was na het eerste hoofdstuk verkocht. Sindsdien verkeer ook ik in die gemoedstoestand: zodra ik twee alinea’s van hem heb gelezen, denk ik: waarom zou ik al die andere boeken nog lezen? Ik wil alleen nog maar Paustovski.

In De muziek van de herfst stijgen schrijver én vertaler weer tot grote hoogten. Speciaal voor deze nieuwsbrief mocht ik grasduinen in het manuscript; het boek was op dat moment nog volop in productie. Ik las vier verhalen, alle verschillend van situatie en personages, en alle met die onmiskenbare Paustovski-toon: warm, empatisch, vol geuren en kleuren. Tijdloze verhalen met de typische Paustovski-boodschap: het leven is vol bekoring, en ons bestaan als mens heeft zin.

Met zijn vieren vertelt over vier stadse vrienden die de zomer doorbrengen in een afgelegen boshut. ‘Onverwachts, als een wonder, openbaarden zich in onze vermoeide, gesloten zielen diepe inzichten, bloemrijke verhalen, geruste overtuigingen, in stille lijdzaamheid gedragen leed.’

De bries is een prachtig liefdesverhaal over een jonge marinier die bij de belegering van Sebastopol gewond raakt en daarbij een dierbaar sigarettendoosje verliest. ‘Weet u, de liefde is als een bries. Deze waait overdag van zee naar de kust en ’s nachts van de kust naar zee.’

Een nacht in oktober gaat over twee mannen die in een herfstnacht in 1945 op een eiland vast komen te zitten, terwijl het water om hen heen stijgt. ‘Hoe verder wij kwamen, des te minder spraken wij met elkaar, en al snel zeiden wij helemaal niets meer. Boven de uitlopers van de rivier, de zwarte hooioppers en het dichte struikgewas hing een duistere nacht waarvan het zwijgen zich ook aan ons meedeelde.’

Het verhaal Afscheid van de zomer las ik als een fraaie metafoor voor Paustovski’s levenslust. Het beschrijft de komst van de eerste sneeuw en de eerste winterse dag. Paustovski schreef het in 1940 en het begint zo:

Het was eind november, de treurigste tijd op het platteland. De kat lag de hele dag opgerold in een oude fauteuil te slapen en schokschouderde af en toe in zijn droom als het donkere water tegen de ruiten kletste.
De wegen waren ondergespoeld. Over de rivier joeg gelig schuim voort dat aan opgeklopt eiwit deed denken. De laatste vogels hadden zich onder de nokbalk van de huizen verscholen en al meer dan een week kwam niemand ons opzoeken, noch opa Mitri noch Vanja Maljavin, noch de houtvester.

Over de oorlog wordt met geen woord gerept. Het verhaal eindigt zo:

De winter begon te heersen over de aarde, maar wij wisten dat je onder de poreuze sneeuw, als je die met je handen omwoelde, nog verse bosbloemen kon vinden, wisten dat in de kachels altijd vuur zou knisteren, dat de mezen met ons bleven overwinteren, en de winter kwam ons even prachtig voor als de zomer.

Aan Menno Hartman, uitgever bij Van Oorschot, vroeg ik wat zijn favoriete verhaal was. Over het titelverhaal De muziek van de herfst zegt hij:

‘Het grote wonder van Paustovski laat zich in dit verhaal in kort bestek lezen. Begin achteraan en constateer dat Paustovski het schreef in 1918. De Witten bestrijden de Roden na de revolutie van oktober 1917, het land is in rep en roer. Paustovski is niet blind of doof voor wat er in de wereld gebeurt, maar kiest ook altijd voor de schoonheid van het leven en zijn omgeving. Dit korte verhaal is een intense herfstimpressie waaraan iedere zin geurig is, elk woord dauwdruppels draagt en iedere zinswending toont hoe het herfstlicht valt. Superieur schrijven in onzalige tijden. De winter breekt aan, schrijft Paustovski, makkelijk zal het niet worden, maar er is altijd aanleiding goed om je heen te kijken.’

Hier heb ik niets meer aan toe te voegen. Lees en bewonder.

speelt 187

Welmoet over Het leven speelt met mij van David Grossman

‘Rafaël was vijftien toen zijn moeder doodging en hem verloste uit haar lijden.’ Met deze zin opent David Grossman zijn nieuwe roman, Het leven speelt met mij, en werpt ons onmiddellijk in het aangrijpende familieverhaal. Grossman beschrijft als geen ander voor welke keuzes de mens in het leven kan komen te staan. Hij vertelt over families die worstelen met hun trauma’s en hun zoektocht naar verzoening met wat hen is aangedaan. Ik hou van zijn toon en stijl en ik bewonder zijn oprechte nieuwsgierigheid – zonder oordeel – naar wat de mens drijft. Grossman durft te schrijven over liefde die alles overwint en daar is moed voor nodig.

Oma Vera viert in de kibboets, te midden van haar aangetrouwde familie, haar negentigste verjaardag. Van meet af aan is duidelijk dat we te doen hebben met een sterke vrouw die het leven in de hand lijkt te hebben. Dochter Nina en kleindochter Gili zijn ook aanwezig op het feest, maar met de nodige reserves. Aan alles is voelbaar dat onder de schijnbare opgewektheid van het samenzijn de donkere poel van het verleden schuilgaat. Rafaël, stiefzoon van Vera, overtuigt de drie vrouwen om samen af te reizen naar voormalig Joegoslavië om daar het verhaal van hun geschiedenis aan elkaar te vertellen. Zowel Nina als Gili zijn op jonge leeftijd door hun moeder in de steek gelaten en willen genoegdoening. In Joegoslavië aangekomen lezen we over de verschrikkingen van het Tito-regime en komen we bij het pijnlijke thema van het boek: kies je voor de liefde en de ideologie of voor je dochter? Vera, de vrouw die grip op haar leven dacht te hebben, kan uiteindelijk alleen nog maar verzuchten: ‘het leven speelt met mij.’

In zijn nawoord bedankt David Grossman Eva Panić Nahir, naar wie het personage van Vera is gemodelleerd. Ik bekeek de documentaire die over haar leven is gemaakt en kan hem u zeer aanbevelen. Zowel boek als documentaire zijn hartverscheurend ‒ om nooit meer te vergeten.

Herman over Stedevaart van Jan Brokken

Na zijn overlijden vonden de vrienden van Erik Satie in zijn klerenkast vijftien identieke kostuums, mosterdgeel, in één keer voor Satie gemaakt. Twee ervan waren gedragen. Na lezing van zo’n detail luister je toch anders naar Satie’s overbekende Gymnopedies.

In ieder verhaal uit Stedevaart staat wel een detail dat je zo de diepte in trekt. Over de schilder Morandi: ‘De rand van zijn hoed was juist breed genoeg om zijn verlegenheid te verbergen, die als een tic onder zijn licht trillende oogleden lag.’ Net als in Baltische zielen krijgen de beschreven personen maximaal kleur, warmte en diepte.

In elk verhaal van Stedevaart is een specifieke stad – van Middelharnis tot Kyoto en van Yamoussoukro tot Bergamo – het decor voor de levensbeschrijving van een bijzonder mens van vlees en bloed: een musicus, een schilder, een boekbinder, een schrijver, etc.

En wat werd ik weer blij van al die verhalen. Omdat u met mijn blijheid niks kunt, heb ik mij afgevraagd waarom het lezen van Jan Brokken toch zo’n groot genoegen is. Het bekende antwoord, lees de kranten, is: hij is zo’n groot verteller. Maar wat is dat, een groot verteller? En vooral: waarom, waardoor, waarin is juist Jan Brokken zo’n groot verteller?

Bij een groot verteller hang je aan zijn lippen. Je vergeet dat je leest en je zit, of beter nog: je leeft midden in het verhaal.

Waarom hang je aan iemands lippen? Jan Brokken verleidt je met het ritme van zijn zinnen en zijn alinea’s. Het is een rustig ritme met logische accenten waarin zowel de clichés als de moeilijke woorden ontbreken. Een voorbeeld uit het verhaal over architect Frank Gehry en Bilbao. Jan Brokken beschrijft de stad zoals hij die in 1970 bezocht.

Rokende fabriekspijpen. Draaiende kranen. Een oorverdovend kabaal alsof de hele stad uit hoogovens, staalpletterijen en scheepswerven bestond. Dichte smog in het rivierdal. Vervallen villa’s waarvan op het middaguur alle luiken gesloten waren. Zwartgeblakerde flats en bankgebouwen. Een loodzware, vochtige hitte. Vijandige claxonnades.

Maar met alleen vorm, zonder inhoud die de luisteraar boeit, wordt geen verteller groot. Kijkend naar grote vertellers zie je dat de luisteraars van Vondel of Homerus verhalen wilden horen over voorvaderlijke helden en over de machten die steden maakten of vernietigden.

De luisteraars van Jan Brokken lezen liever over mensen uit onze wereld van kunst en cultuur. En al die mensen krijgen in Stedevaart van de schrijver hun eigen, unieke podium. Spannend is het verhaal van Frank Gehry die Bilbao een nieuw gezicht gaf, aangrijpend het verhaal over cellist Boris Raiskin (eenzaamheid is een diepe put) en ontroerend persoonlijk is het verhaal van Brokken zelf over z’n eerste onverwachte zoen; ruw afgeweerd en nooit vergeten.

Lees Stedevaart en zeg ja tegen het leven.

berg 186

Ine over De levende berg van Nan Shepherd

‘Haast heeft in deze heuvels niets te zoeken.’
In de jaren veertig schreef Nan Shepherd een boek over de Cairngorms, een ongerepte bergketen in het noordoosten van Schotland. Ze liet het manuscript in een la liggen en publiceerde het pas in 1977. Het werd onmiddellijk herkend als een van de belangrijkste natuurboeken ooit. Onlangs verscheen De levende berg voor het eerst in Nederlandse vertaling, met een inleiding van Robert Macfarlane, die dit wonderschone boek wel twaalf keer las. Voor mij was het de eerste kennismaking en ik moet zeggen dat ik nooit eerder zóiets bijzonders las. Puur en gestileerd, concreet en mysterieus, lichamelijk en contemplatief – De levende berg is alles tegelijk.

In de beperking toont zich de meester; Shepherd beschrijft alleen wat ze ziet, hoort en ervaart. Het klimmen maakt haar ‘kalm als de stenen’. Er is geen moraal, geen uitgesproken les ‒ er is alleen natuur. ‘Het rivierwater doet niets, absoluut niets, dan zijn wat het is.’ De berg doorgronden, dát is wat ze wil. Louter waarnemen, ongehinderd door gedachten, en leven in de heldere eenvoud van haar zintuigen. De tast, schrijft ze, is het meest intieme zintuig: ‘Ik trek met blote benen dwars door de hoge hei om te voelen hoe nat die is.’ Ze neemt je mee in een wolk: ‘alleen in een witheid’, beschrijft de kleur van water: ‘groen als dat van de winterhemel’, de kwaliteit van het licht: ‘helder zonder scherp te zijn’, de snelle en onvoorspelbare veranderingen in het weer: ‘de gesel van de elementen.’ Ze schrijft over volharding en geduld, over stilte, eenvoud en mysterie. Over planten als rolklaver, tormentil en kleine heidebrem. Over dieren als de arend, het edelhert en de sneeuwhaas. ‘Het verwerende gesteente, de voedende regen, de leven gevende zon, het zaad, de wortel, de vogel – alle zijn één.’ Maar ook: hoe meer je weet, hoe raadselachtiger de berg wordt.

De levende berg, prachtig vertaald door Pauline Slot, is een boek dat je langzaam moet proeven. Het vereist aandacht en concentratie. Maar als je het uit hebt, kijk je nooit meer op dezelfde manier naar water, stenen, licht, lucht, planten, dieren.

patchett tip

Ine over Het Hollandse huis van Ann Patchett

In één ruk heb ik Het Hollandse huis uitgelezen, de nieuwe roman van Ann Patchett, schrijver en boekhandelaar uit Nashville. Een razend knap geschreven en onweerstaanbare pageturner met psychologische diepgang en intrigerende vragen. Wie is belangrijker: je vrouw of je zus? Is een moeder die haar kinderen in de steek laat slechter dan een vader die hetzelfde doet? Kun je het verleden zien zoals het werkelijk was?

In Het Hollandse huis kijkt Danny, gediplomeerd arts, maar in het dagelijks leven makelaar in vastgoed, terug op zijn leven. Danny en zijn zeven jaar oudere zus Maeve zijn op jonge leeftijd door hun moeder verlaten. Waarom ze wegging is een raadsel. Na het plotseling overlijden van hun vader worden Danny en Maeve door hun stiefmoeder op straat gezet en hebben ze alleen elkaar nog. Wat volgt is een prachtige vertelling over familiebanden, een ingewikkelde jeugd en de nasleep daarvan.

Patchetts grote verdienste is dat ze niet-alledaagse gebeurtenissen heel herkenbaar en invoelbaar maakt. Maar haar grootste talent zit voor mij in haar personages, van wie je als lezer onvoorwaardelijk kunt houden. Danny’s warme vertelstem neemt je vanaf de allereerste zin voor hem in en zus Maeve is ook zo’n prettige persoonlijkheid, van wie je alles wilt weten. En dan is er het Hollandse huis, waar ze hun kindertijd doorbrachten en waar hun ouders nog bij elkaar waren, al heeft dat niet heel lang geduurd. Het huis zélf is een personage, van welhaast mythische proporties: het drukt zijn stempel op de levens van al zijn bewoners.

Wat mij betreft hoort Ann Patchett thuis in het rijtje Alice Munro, Elizabeth Strout en Michael Ondaatje; schrijvers die je meenemen in een verhaal, die niets uitleggen en die je met mededogen laten kijken naar hun worstelende personages. Onbegrijpelijk dat Patchett nog niet in Nederland is doorgebroken, maar dat gaat nu vast snel veranderen.

Inschrijven nieuwsbrief