Slider

Nieuwsarchief

Nieuwsarchief

vertaald uit het Engels door Nico Groen

Suzanne over Het ondenkbare denken van Helen Thomson

Na een mislukte suïcidepoging krijgt de 57-jarige Graham een zeldzame hersenziekte: hij denkt dat hij dood is. Hij heeft geen gedachten en geen emoties; zijn reukvermogen en smaak zijn totaal verdwenen. Hij weet dat hij geen hersenen meer heeft, maar kan zijn artsen er niet van overtuigen dat hij dood is en omgekeerd kunnen zij hem er niet van overtuigen dat hij leeft.

Graham heeft het syndroom van Cotard en wordt langzaam weer de oude. Dankzij een combinatie van pillen en normaal herstel van de hersenen zijn de wanen na drie jaar zo goed als verdwenen; heel af en toe voelt hij zich nog een beetje dood.

Dit ongelofelijke verhaal is een van de negen ziektegeschiedenissen die neuroloog en wetenschapsjournalist Helen Thomson beschrijft in Het ondenkbare denken. Sensationele verhalen over de werking van het brein.

Thomson is gefascineerd door ‘die anderhalve kilo zware klont in ons hoofd’ waaraan we alles wat we denken en voelen te danken hebben. De wetenschapsjournalist treedt in de voetsporen van Oliver Sacks, die met zijn fantastische verhalen de wereld liet kennismaken met bizarre afwijkingen van het brein. Net als hij wilde Thomson het leven van mensen met een hersenaandoening beschrijven, maar dan niet met de klinische blik van een neuroloog. ‘Ik wilde met deze mensen praten zoals een vriend dat zou doen, deel uitmaken van hun wereld.’ Ze wilde weten hoe bijzonder hersenen kunnen zijn.

Helen Thomson sprak met allerlei mensen: met Bob, die alles onthoudt, die precies weet wat hij op 11 november 2007 deed, en ook de dag erna, en de dag daarna. En met Sharon, die voortdurend verdwaalt, ook in haar eigen huis. Of met Louise, die een depersonalisatiestoornis heeft en zich voelt als De schreeuw, het schilderij van Edmund Munch.

Met haar fijne journalistieke pen maakt Thomson de tragiek van de stoornissen invoelbaar. Je krijgt compassie voor Bob, die tegelijkertijd bewaker en gevangene van zijn eigen herinneringen is; en bewondering voor Sharon die haar stoornis zelfs voor haar eigen man weet te verzwijgen.

Tussendoor dist Thomson ons smakelijk een berg kennis op over de werking van ons geheugen, leervermogen en persoonlijkheid. Door de verhalen van disfunctionerende hersenen leren we ongemerkt ‘hoe je herinneringen aanmaakt die je nooit meer vergeet, hoe je voorkomt dat je verdwaalt en hoe het voelt om te sterven.’

vertaald uit het Frans door Liesbeth van Nes

Welmoet over De orde van de dag van Éric Vuillard

Éric Vuillard, een Franse auteur, regisseur en scenarioschrijver, heeft in De orde van de dag aan een paar woorden genoeg om de ondergangssfeer op te roepen die voorafging aan de Tweede Wereldoorlog. De schrijver hanteert een vocabulaire afkomstig uit het theater: de voorstelling begint, het gordijn gaat open. Hij vertelt op een persoonlijke manier en uit daarmee zijn verbazing en verontwaardiging over dat alles zo heeft kunnen gebeuren.

In het boek worden twee belangrijke gebeurtenissen behandeld, de ene op 20 februari 1933 en de andere in maart 1938. De eerste is een samenkomst van vierentwintig belangrijke werkgevers die uit opportunistische motieven besluiten het naziregime te financieren, de tweede betreft de annexatie van Oostenrijk, de Anschluss. Wat het verslag van deze gebeurtenissen tot literatuur maakt is de stijl van Vuillard. De poëtische taal en toon zijn doordringend en blijven als filmbeelden op je netvlies staan.

‘De zon is een koude ster. Haar hart, ijsnaalden. Haar licht, meedogenloos. (…) ’s Ochtends vroeg geen enkel geluid, geen zingende vogel, niets. Dan een auto, en nog een, en opeens voetstappen, gestalten die we niet kunnen zien. De voorstelling is begonnen.’ De schrijver vervolgt met het verslag van een bijeenkomst van grootindustriëlen die zich achter Hitler en de zijnen scharen.

Het tweede deel van het boek behandelt de gebeurtenissen rond de Anschluss. Geen glorieuze intocht in Oostenrijk, maar in de modder vastlopende tanks die de grens met Oostenrijk oversteken; de Oostenrijkse bondskanselier Schuschnigg als marionet van Hitler en de ijdele, maar doortrapte Ribbentrop, de intriges en het spel om de macht.

Vuillard beschrijft beklemmend hoe we toen én nu zo weinig mogelijkheden lijken te hebben om het tij te keren. Je voelt dat het misloopt, en kijkt verstijfd toe hoe het drama zich aftekent.

Opgegroeid met de dramatische taal van de Bijbel en als fan van het theater geniet ik van verhalen en metaforen. Maar als kind van deze tijd verlang ik ook naar verhalen met feiten. Vuillard gebruikt beide genres in zijn boek en laat ons weten hoe we dit boek moeten lezen: ‘Een literaire vertelling is niet onschuldig door de manier van vertellen: door het perspectief, de keuze van de woorden, de vergelijkingen en metaforen en door de toon en het ritme.’

De beelden zijn in mijn geheugen gegrift, de boodschap is binnengekomen: kortom, een fantastisch boek. Vuillard is een terechte winnaar van de Prix Goncourt 2017.

Jacinthe over Zeiseman van Martha Heesen

Eerder liet kinderboekenschrijfster Martha Heesen zich in een interview in de Volkskrant nog ontvallen misschien wel met schrijven te willen stoppen, maar toen was daar in de zomeraanbieding van Van Oorschot ineens de aankondiging van Zeiseman, haar eerste roman voor volwassenen. Voor wat dit etiket waard is, want haar jeugdboeken overstijgen moeiteloos iedere leeftijdsaanduiding. Ze schrijft ook helemaal niet speciaal voor kinderen, vertelt ze vaak. ‘Dat een boek lúkt, is voor mij het belangrijkste. En voor wie ze zijn? Weet ik veel! Sommige mensen hebben nu eenmaal een kinderhoofd (…) Als kind genoot ik juist van boeken die ik niet helemaal begreep. (…) En als je een keer een woord niet snapt dan vraag je het maar aan je moeder.’

Zeiseman is het verhaal van de oude Remigius, die zijn dagen in de afzondering van zijn tuin onder een ritselende abeel slijt. Zo nu en dan neemt hij de zeis ter hand om de brandnetels in zijn tuin te lijf te gaan, maar gaandeweg wordt hij steeds meer in beslag genomen door zijn herinneringen. Snel schakelend tussen heden en verleden geeft Heesen in korte hoofdstukken geraffineerd stukje bij beetje zijn geschiedenis prijs; hij is veel kwijtgeraakt (zijn vrouw, een zoon, een vriend). Zo rijst in prachtige taal een beeld op van de verschillende jongens en mannen die hij is geweest: ‘Hij ritselt van droogte, een opgevouwen poppetjesslinger, ze moesten hem maar uithangen, daar aan de drooglijnen boven zijn hoofd, de negatiefklemmen zitten er nog aan, feestelijk uithangen, alle mannen die hij was op een lange, lange rij en geen verschil.’ Gelukkig schuwt Heesen het grote drama en laat zij veel onuitgesproken.

Spannende familiegeschiedenis

Ook in haar jeugdboeken is suggereren haar grote kracht. ‘Martha Heesen brengt ongemerkt in haar kleine verhalen verschillende generaties samen en verkent met veel zin voor nuance en diepgang hun soms pijnlijke, soms ingewikkelde, soms geheimzinnige, maar altijd onverwachte en daardoor spannende familiegeschiedenis,’ aldus de jury van de Theo Thijssenprijs, een driejaarlijkse oeuvreprijs voor kinder- en jeugdliteratuur, die zij in 2015 kreeg uitgereikt. Ik las Biezel en was meteen verkocht. Het boek blijkt exemplarisch voor een groot deel van haar werk; met veel omcirkelende bewegingen schetst Heesen de binnenwereld en het verleden van haar personages; stuk voor stuk dromerige, eenzelvige, maar ook eigenzinnige buitenbeentjes, die de wereld van de hen omringende volwassenen vaak glashelder doorzien. Tegelijkertijd ademt ieder boek een unieke sfeer.

Wat zou het mooi zijn als in het kielzog van Zeiseman ook een aantal van haar niet langer leverbare jeugdboeken opnieuw zouden worden uitgegeven. Voor wie niet bang is om als volwassene zo nu en dan ook eens met een kinderboek op schoot betrapt te worden: begin met Biezel of Bajaar (Gouden Lijst 2012) en je zult betoverd worden.

vertaald uit het Pools door Karol Lesman

Ine over De horizon van Wiesław Myśliwski

Myśliwski (1932) is een groot verteller. ‘Ik schrijf geen boeken, ik praat boeken,’ zegt hij in een interview met NRC Handelsblad. Niemand kan mooier en uitvoeriger schrijven over het verdelen van een geslachte haan (wie krijgt het grootste stuk), het strikken van een rode stropdas of het verlangen naar een hazewindhond.
En je gaat erin mee als lezer. Met overgave. Voor Myśliwski gaat het om de plek waar je bent opgegroeid en de mensen die je vormden. Al die prachtige verhalen, die soms abrupt ophouden of weer in andere herinneringen overgaan, brengen je in een cadans, waarin je alleen maar wilt doorlezen, wilt weten hoe het met die onvergetelijke personages verder gaat.

Toch is De horizon geen plattelandsidylle. En een chronologische opbouw is ver te zoeken. De structuur is analoog aan de werking van het menselijk geheugen: de ene herinnering roept de andere op, er worden grillige sprongen door de tijd gemaakt en dezelfde situaties kunnen in verschillende verhalen opnieuw opduiken, waarbij steeds weer nieuwe details aan het licht komen. Pas gaandeweg begin je te begrijpen wat de jonge Piotr en zijn familie allemaal hebben meegemaakt.

Hoogtepunt van het boek is de zoektocht naar een verloren schoen. Die schoen verliest Piotr als ze van het platteland naar de stad lopen, op weg naar een mogelijke baan voor vader. De tocht die Piotr samen met zijn moeder onderneemt om die vermaledijde schoen terug te vinden is zo meeslepend, dat je telkens hoopt dat ze hem ergens zien liggen, al weet je als lezer al lang dat hij nooit meer is teruggevonden, want dat is in een eerdere herinnering al verteld.

Het verlies van die schoen zal zijn moeder nooit meer loslaten. Zij is niet alleen obsessief, maar ook praatziek en behoorlijk bemoeizuchtig. Toch krijg je sympathie voor haar. Kordaat en onvermoeibaar (‘Loop toch eens wat langzamer’, roept de arme vader telkens) sleept ze haar gezin door moeilijke tijden. Terwijl haar man voortdurend ziek op bed naar het plafond ligt te staren, komt zij met boodschappennetten vol groente thuis. Ze kookt gerstsoep, bietjes en aardappels en noedels met spek en kaas. En ze verzamelt recepten. Als het gezin geëvacueerd wordt, is de koffer vol recepten het belangrijkste wat ze meenemen. Na haar overlijden verbrandt Piotr ze, nadat hij ze allemaal vergeefs heeft doorgenomen, op zoek naar wie zijn moeder was. Myśliwski: ‘Eigenlijk gaan mijn boeken over de onmogelijkheid van de mens zichzelf en de ander te doorgronden.’

vertaald uit het Russisch door Hans Boland

Tatjana over Poesjkin De Canon

Dit najaar verscheen in de Russische bibliotheek van Van Oorschot Poesjkin De canon, samengesteld door Hans Boland, die het hele oeuvre van Poesjkin vertaalde. Deze prachtige bloemlezing geeft goed weer hoe veelzijdig en omvangrijk het werk is van Poesjkin, die in zijn korte leven bijna alle literaire genres beoefende.

Wanneer je zijn naam intypt op de Russische pagina van Wikipedia krijg je 37 pagina’s informatie. En waar in Nederland veelal Tolstoj en Dostojevski worden gelezen, komt men in Rusland superlatieven tekort voor hun literaire held: Alexandr Sergejevitsj Poesjkin (1799-1837): dichter, schrijver en grondlegger van de moderne Russische literatuur. Russische kinderen groeien op met zijn sprookjes en bijna iedere Rus kan een gedicht van hem citeren.

Tijdens mijn studie Russische literatuur kwam ik in aanraking met Poesjkin en sindsdien ben ik fan. Ik houd van zijn stijl: met korte vloeiende zinnen en een minimum aan woorden weet hij een treffende sfeer neer te zetten. Als voorproefje het volgende gedicht:

De laatste bloem bekoort het meest
Meer dan een lentebloesemfeest.
Het lijkt of wij pas dan ervaren
Wat broeit en schrijnt in ons gemoed,
Want soms, al is het weerzien zoet,
Beroert het afscheid dieper snaren.

Prachtig vind ik ook de kleine tragedie Mozart en Salieri, waarmee Poesjkin voortborduurt op het gerucht dat Salieri Mozart vergiftigd zou hebben. In dit compacte stuk van slechts twee scènes legt Poesjkin haarscherp de ziel van Salieri bloot, met name diens jaloezie voor de ‘losbol’ Mozart. Zowel het toneelstuk als de film Amadeuszijn op dit stuk gebaseerd.

Een van zijn latere meesterwerken is Schoppenvrouw uit 1834. Het verhaal gaat over de jonge genie-officier Hermann, die bezeten raakt van het kaartspel. Hij maakt kennis met de oude gravin Fjedotovna, een tirannieke dame, over wie het verhaal de ronde doet dat zij het geheim van de drie kaarten kent, waarmee je altijd wint. Hermann wil dit geheim koste wat het kost bemachtigen… .

Uiteraard ontbreekt in de canon Poesjkins hoofdwerk Evgeni Onegin niet. Deze roman in verzen, waaraan hij acht jaar heeft geschreven, geeft een goed beeld van de Russische maatschappij van weleer. Knap hoe Hans Boland in zijn vertaling het natuurlijke ritme heeft weten te behouden.

Saillant detail is de dood van Poesjkin, die door een duel met Georges d’Anthes om het leven kwam. De laatstgenoemde was geadopteerd door J.D.B.A. baron van Heeckeren ( ja, die uit Gelderland), destijds Nederlands gezant in Rusland. En zo komt Poesjkin toch nog heel dichtbij.

Inschrijven nieuwsbrief