Slider
< terug naar eerder van ad ten bosch

Maart 2017, over Voorstonden en H.C. ten Berge, 1980

Na de verbouwing zou ik zowel met de aannemer als de architect contact houden. Egbert Hoogenberk was naast zijn professie als architect een geoefend cellist, en spoedig smeedden we plannen ‘iets’ op Voorstonden te gaan doen. Egbert kon voor muziek zorgen, en ik voor dichters. Ik vroeg Hans ten Berge, en op zijn advies Rutger Kopland. Dit alles moest plaatshebben in de grote zaal, met publiek op klapstoeltjes. We zochten en kregen publiciteit en verkochten alle kaartjes. Het had iets excentrieks daar op die oude buitenplaats, een soort Parijse salon van twee eeuwen terug. In die tijd was er niet zoals nu een hausse aan festivals, nu zou een bijeenkomst als deze een paar regels in de krant opleveren in plaats van een halve pagina toen, zowel in het Zutphens Dagblad als in De Gelderlander.

Het fraaie huis, de winterse staat van het omringende park, alles op die twintigste januari 1980 droeg bij aan die sfeer uit een voorbije tijd. De aanwezigheid van Ten Berge had iets tegenstrijdigs. Hij is niet bepaald het toonbeeld van de traditionele, klassieke dichter zoals Ida Gerhardt – Ida was aanwezig, samen met Marie van der Zeyde – meer een die voor nieuwe invloeden openstaat, en steeds naar andere vormen en wegen zoekt. Geen Vijftiger, wel een exponent van die beweging, een pleitbezorger voor experimentele poëzie, en in die zin meer een dichter die ingaat tegen de geest van de negentiende eeuw die op Voorstonden heerste. Hij is de oprichter van het tijdschrift Raster waarin hij veel belangrijke buitenlandse dichters in Nederland heeft geïntroduceerd, o.a. Breyten Breytenbach. Naast poëzie en vertalingen publiceerde hij romans en essays en zijn werk zou later bekroond worden met vrijwel alle oeuvreprijzen, tot aan de P.C. Hooftprijs van 2006 aan toe. Zijn poëzie sneed die middag als een poolwind door de oude kamers.

Toen ik goed en wel de winkel had overgenomen was ik met zijn werk in aanraking gekomen. De Bezige Bij bracht de roman De beren van Churchill onder de aandacht. Churchill? Vanwege die beren dacht ik meteen aan de stad in Manitoba waar ik vier jaar eerder in de buurt nog op vrachtwagens reed. De onrust vanuit die periode zat nog in mijn lijf.
‘De schrijver komt in Zutphen wonen,’ deelde de vertegenwoordiger mee. Ik kon niet wachten. Een zekere teleurstelling toen bleek dat hij vele locaties in dat boek niet had bezocht. Het hoge noorden was hem bekend, maar vele buurtschappen waren voor Ten Berge slechts namen uit een atlas. Uiteindelijk deed dat er niet toe, we kwamen de eerste jaren bij elkaar over de vloer, ontmoetingen waaraan pas een eind kwam toen de wederzijdse vrouwen uit onze levens verdwenen. Een beeld zal nog wel een tijdje herinneren aan deze episode, zowaar in brons vervat, al heeft de Griekse literatuur ons geleerd dat poëzie duurzamer is. De beeldhouwster Maïté Duval behoorde met haar echtgenoot, de schilder Thierry Rijkhart de Voogd, tot onze kennissenkring. Haar eerste expositie had plaats in onze boekwinkel en die middag op Voorstonden werden haar beelden getoond. Maïté vroeg op een dag zowel aan Hans’ vrouw Else als aan mijn vriendin te poseren. Van Else inspireerde haar het lijf, van mijn vriendin het hoofd en dit resulteerde in een liggend naakt, Else genaamd, dat te zien is in het oude Bornhof. Ooit stonden Hans en ik voor dat beeld en konden niet anders dan met een glimlach vaststellen dat deze creatie bekend voorkwam, vertrouwd zelfs, maar niet een vrouw was die we ooit hadden gezien.

Inschrijven nieuwsbrief