Banner trap
< terug naar eerdere favorieten

Jacinthe over Iedereen moet ergens zijn

Het eerste gedicht uit Iedereen moet ergens zijn, de nieuwe bundel van Tjitske Jansen, leest als een beginselverklaring: ‘Volgens een automatisch systeem voegt u tekst toe die lijkt op kletsen.’ Deze melding krijgt Tjitske, zo lezen we, als ze in 2014 nietszeggende biografische feiten op haar Wikipedia-pagina vervangt door meer tot de verbeelding sprekende voorvallen en voorkeuren. Een vergelijkbaar voorval beschrijft ze in haar bundel Voor altijd voor het laatst; een uitgever laat weten dat ze talent heeft, maar beoordeelt haar manuscript als ‘los zand.’ Het antwoord van Tjitske: ‘Wat is er mis met los zand?’

Jansen houdt nu eenmaal van het vertellen in flarden. Ze laat veel weg, maar werkt haar observaties tegelijkertijd heel precies uit, waarbij ze de nadruk legt op al die momenten die vaak onderbelicht blijven. Of ze nu een beeld schetst van haar diepe verlangen naar levenslust en frivoliteit in het gespleten Barneveld van haar jeugd, of de grote tweestrijd die in haar woedt wanneer ze als kind na een val van de trap een bonbon krijgt (stoppen met huilen of niet), meer dan een paar zinnen heeft ze niet nodig. Juist dat maakt haar werk zo indringend. Met ieder gedicht vormen zich nieuwe duintjes in je hoofd die niet snel meer verwaaien.

Inschrijven nieuwsbrief