Slider
< terug naar favorieten

Ine over Vogels als huisgenoten van Len Howard

‘Toen ik ’s winters eens drie weken ziek was speelden de mezen elke dag op mijn bed. (…) Ze paradeerden over mij heen, staart uitgespreid, vleugels half slepend, kopje hoog in de lucht. Ze maakten daarbij gekke geluidjes en zagen er zo dwaas uit dat ik mijn lachen niet kon inhouden.’

Len Howard (1894-1973) bestudeerde jarenlang de vogels in haar eigen huis en tuin. Als ze haar armen uitstak, kwamen daar meteen tientallen mezen en roodborstjes op zitten. De vogels voelden zich volkomen op hun gemak bij haar.

Howard was beroepsmusicus – ze speelde altviool in het London Symphony Orchestra – maar werd beroemd door haar kostelijke vogelobservaties. Ze kende alle vogels in haar tuin en gaf ze namen als Kaalkop, Grijsje en Kronkel. Ze fladderden door haar huis, deden een dutje op haar knie, wachtten haar op bij de bushalte en broedden in de vele nestkastjes die ze in de bomen rond haar huis ophing.

Als je Howards onvergetelijke boek leest, kun je maar één conclusie trekken: vogels zijn net zo slim als mensen en ze verdienen aanzienlijk meer respect dan ze doorgaans van ons krijgen. Gruwelijk is dan ook dat vlak na Howards dood de bomen in haar tuin werden gekapt; niets minder dan een terroristische aanslag. Howard moet zich in haar graf hebben omgedraaid.

Ine Soepnel studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, werkte jarenlang in de uitgeverij en is sinds 1 februari 2015 boekhandelaar in de stad waarin ze al sinds 1985 woont.

Inschrijven nieuwsbrief