Banner trap
< terug naar favorieten

Ine over Twee weken weg van R.C. Sherriff

Zoals een generaal zich opmaakt voor een veldtocht, zo stippelt meneer Stevens, kantoorbediende en vader van drie kinderen, zijn vakantie uit. Tot in de allerkleinste details, je krijgt er bijna rillingen van. Hij noemt zijn dichtbeschreven lijsten ‘marsorders’. Elk jaar gaat alles precies eender: de voorbereidingen, de reis, het verblijf in badplaats Bognor. Maar het wonderlijke is dat meneer Stevens en zijn familie de lezer nergens irriteren, wel af en toe verwonderen en vooral ontroeren.

R.C. Sherriff, een herontdekte Engelse schrijver, publiceerde in 1931 The Fortnight in September (Twee weken weg in de frisse vertaling van Inge Kok), een roman waarin niets bijzonders gebeurt, maar die geen seconde verveelt. De personages zijn levensecht en de schrijver zet ze niet als zielige figuren neer, maar als sympathieke mensen, die in hun bijna naïeve opgewektheid toch heel herkenbaar zijn. Sherriff brengt subtiel kleine rimpelingen en barstjes aan en strooit geraffineerd met sprekende details. De scherpe teennagel van meneer Stevens die een versleten laken scheurt, de angst van mevrouw Stevens voor de zee, ‘dat grote, gladde slijmerige oppervlak’, de raad die dochter Mary van een vakantievriendin krijgt: ‘Kijk uit voor mannen die alleen op pad zijn.’

Het is niet voor niets dat ook Kazuo Ishiguro en Mensje van Keulen grote bewonderaars van dit heerlijke boek zijn.

Ine Soepnel studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, werkte jarenlang in de uitgeverij en is sinds 1 februari 2015 boekhandelaar in de stad waarin ze al sinds 1985 woont.

Inschrijven nieuwsbrief