Banner trap
< terug naar eerdere favorieten

Ine over Copsford

‘De meesten van ons ervaren, denk ik, vroeg of laat in hun leven, een verlangen naar alleen-zijn, naar een eigen blokhut, buitenhuisje of kasteel, weg van de massa (…) Sommigen overkomt die hunkering maar één keer in hun leven, anderen voelen haar altijd.’

In de jaren twintig van de vorige eeuw zegt journalist Walter J.C. Murray (1900-1985) zijn ‘naargeestige driehoogachter’ in Londen op en trekt in een onbewoonbaar verklaard huisje op het platteland van Sussex, mijlenver van alles en iedereen. Hoe het hem in Copsford vergaat, is de kern van dit onopgesmukte en vrolijk meanderende verhaal, dat meteen thuishoorde in mijn rijtje favoriete natuurboeken.

Kruiden zoeken en verkopen, eten (meestal brood met boter) wanneer hij zin heeft, in de natuur struinen met hond Floss, vlinders observeren, en af en toe een afspraakje met een muzieklerares uit het nabijgelegen dorp – zo ziet Walter Murray’s dag eruit. Alles wat hij ziet, ruikt en proeft, beschrijft hij met een diepe liefde en waardering voor het leven op het platteland.

Maar het buitenleven kent ook andere kanten. Het huis is vies en vervallen en laat zich nauwelijks temmen. Aanvankelijk doet Murray nog moeite er iets van te maken; hij voert een (zeer komisch beschreven) strijd met de ratten, die het huis al jaren domineren, hij haalt een bed en een stoel uit het dorp, hij spijkert karton voor de gapende kozijnen. Maar een thuis wil het niet worden.

En als na een jaar de winter genadeloos toeslaat, het dak blijkt te lekken, alles koud en nat wordt, zijn kruiden beschimmelen en het geld bijna op is, gooit hij de handdoek in de ring. ‘Op wat papieren na was er niets in te pakken. Dus na een miezerige kop koude melk en wat zompig brood floot ik Floss en samen liepen we Copsford uit.’

Inschrijven nieuwsbrief