Slider
< terug naar eerdere gedichten

Zbigniew Herbert

Zbigniew Herbert (1924-1998) was de grote Poolse dichter die de Nobelprijs niet kreeg, terwijl hij wel vele malen werd genomineerd. Zijn grootste bekendheid kreeg hij met de gedichten waarin hij zijn alter ego Mijnheer Cogito het woord geeft. Maar er is zoveel meer. Zijn indrukwekkend oeuvre oogt op het eerste gezicht eenvoudig, maar Herbert heeft in zijn gedichten vele lagen van weemoed, protest, liefde, ironie, wijsheid en bekommernis verpakt.

Hij werd geboren in Lwow en was actief in het Poolse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar werd na de oorlog samen met de hele Poolse gemeenschap verbannen toen Lwow werd toegewezen aan de Oekraïne. Deze verbanning heeft diepe sporen nagelaten. Herbert was gedurende zijn ballingschap een belangrijk stem van het Poolse verzet tegen het communisme, reisde door heel Europa (hij was een groot liefhebber van de Nederlandse schilderkunst) en verbleef lange tijd in Parijs. Na de val van het communisme kon hij eindelijk naar Polen terugkeren.

Omdat ‘het woord’ zich als thema blijkt aan te dienen in deze rubriek, heb ik gekozen voor een gedicht dat mij altijd weer ontroert, niet alleen om de schitterende vier laatste regels, maar ook om de Herbertiaanse stapeling: terwijl hij niets kan beschrijven, zegt hij alles en toch heeft hij gelijk.

NOOIT OVER JOU

Nooit heb ik de moed te spreken over jou
reusachtige hemel van mijn buurt
noch over jullie daken die de luchtwatervallen tegenhouden
mooie donzige daken het haar van onze huizen
Ik zwijg ook over jullie schoorstenen laboratoria van verdriet
die vergeten door de maan je hals uitrekken
en over jullie ramen open-dicht
in tweeën barstend wanneer we sterven overzee.

Ik kan niet eens het huis beschrijven
dat elke vlucht en elke terugkeer van me kent
hoewel het klein is en mijn gesloten ooglid nooit verlaat
niets kan de lucht weergeven van de groene portière
noch het kraken van de trap waarlangs ik de brandende lamp
naar boven draag
noch de bladeren boven de buitendeur

Ik wilde eigenlijk schrijven over de klink van het hekje
van dit huis
over zijn ruwe greep vriendschappelijk knarsen
al weet ik nog zoveel van deze klink
herhaal ik alleen een wrede banale woordenlitanie

Zoveel gevoelens passen tussen de ene hartslag en de volgende
Zoveel voorwerpen kun je in beide handen vatten

Verbaast u niet dat we de wereld niet kunnen beschrijven
slechts liefdevol de dingen noemen bij hun naam.

Vertaling: Gerard Rasch (Zbignieuw Herbert, Verzamelde gedichten. De Bezige Bij, Amsterdam, 1999.)

Inschrijven nieuwsbrief