Slider
< terug naar eerdere gedichten

Czesław Milosz

Czesław Milosz (1911-2004), dichter, essayist, vertaler, Nobelprijswinnaar, werd voortgedreven door de geschiedenis, geboren in Litouwen verhuisde hij naar Rusland, waar zijn vader ingenieur werd, studeerde in Litouwen, zat in het verzet in Warschau tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd cultureel attaché in New York voor het inmiddels communistische Polen, vroeg asiel aan in Parijs, (waardoor hij dertig jaar uit Polen werd verbannen en zijn werk in Polen niet meer werd gepubliceerd, hoewel het ondergronds van hand tot hand ging), werd hoogleraar in Californië. Hij stierf uiteindelijk in het van het communisme bevrijde Krakau.

Zijn poëzie is vol pijn over de menselijke geschiedenis, die hij in vele vormen van ontwrichting voorbij heeft zien trekken, maar hij blijft dwars daardoorheen de tastbare schoonheid van het leven bezingen. Het woord, dat hij beschouwt als zijn enige vaderland, beweegt zich tussen al die tegenstellingen, zoekt naar verbinding. In het hiernavolgende gedicht heeft hij dat wonderschoon verwoord:

DE ZIN

‘Eenmaal dood zal ik de voering van de wereld zien.
De achterkant, voorbij de vogel, berg, zonsondergang,
de ware betekenis, die om ontcijfering roept.
Wat onverenigbaar was, wordt nu verenigd.
Wat buiten ons begrip viel, zal begrepen worden.’
‘Maar als de wereld nu geen voering heeft?
Als de lijster op de tak geen enkel teken is,
alleen een lijster op een tak, als de dagen en de nachten
elkaar opvolgen en zich niet bekommeren om een zin
en er op aarde niets is buiten deze aarde?’
‘Al zou het zelfs zo zijn, dan nog blijft het woord
dat, eenmaal gewekt door vergankelijke lippen,
zal rennen, rennen als een onvermoeibare koerier,
over interstellaire velden, wentelende melkwegen
en protesteren, roepen, schreeuwen.’

Vertaald door Gerard Rasch.

Inschrijven nieuwsbrief