Banner trap
< terug naar eerdere favorieten

Herman over Een mogelijk begin van veel

Het eerste gesprek (mei 2013) is met Delphine Lecompte, het laatste (juni 2021) met Eva Gerlach. Na acht jaar liggen er 29 diepte-gesprekken, niet over de mens achter de dichters, maar over het ontstaan van hun poëzie.

De titel komt van K. Schippers, die aantekeningen op kleine briefjes maakt, rubriceert en bewaart. ‘Vind je het goed als ik iets te vroeg kom?’, ‘Man vindt bladmuziek uit zijn jeugd’. En die aantekeningen kunnen maar zo, jaren later, een gedicht worden en zo is iedere notitie ‘Een mogelijk begin van veel’.

Antjie Krog moet elk jaar een nieuwe dichter ontdekken, anders wordt ze depressief.  Ze weet ‘Technisch gezien zeggen we allemaal hetzelfde, maar hoe zeg jij het?’

Maarten van der Graaff zegt het zo:
‘Poëzie is geen uitdrukking van je unieke individualiteit, het is iets wat jou passeert. Er komt iets van buiten en dat gaat door je heen. Dat is geen goddelijke inspiratie, het is de druk van de wereld die in taal, beeld, geluid als een wind door je heen trekt.’

In alle gesprekken met Hester van Hasselt zie je dat de dichters niet veel anders doen dan hun werkelijkheid ervaren en – daar zijn het dichters voor – niet anders kunnen dan daarover dichten, elke dichter op eigen wijze.

Als je bij alle dichters gelezen hebt over het ontstaan van hun gedichten kijk je met andere ogen naar hun werk. Ook krijg je, toch, bij iedere dichter een indringender beeld van de mens achter die dichter, zeker in combinatie met de open portretten van Bianca Sistermans.

Een mogelijk begin van veel – 29 dichters aan het werk is heerlijk leesvoer als je van gedichten en van mensen houdt.

Inschrijven nieuwsbrief