Slider
< terug naar eerdere leesclubs

UELG

vlnr.: Peter, Gert, Paul, Herman, Bob (zittend), Jan-Fred


Deze keer, vanwege u weet wel, een verslag van mijn eigen leesclub, het Uitgebreid Emper Leesgenootschap UELG.

Bob, Gert, Jan-Fred, Paul, Peter en Herman komen gemiddeld eens per zes weken bij elkaar om een boek te bespreken dat om de beurt door een van ons wordt voorgesteld.

We waarderen de relatieve dwang die er uitgaat van het voor de volgende bijeenkomst moeten lezen van een boek. Voor één van ons was dat zelfs reden om zich bij de leesclub aan te sluiten; zo haalt hij zijn middelbare schooltijd in toen de leesdwang voor de lijst zó groot was dat hij helemaal niet las.

Net als bij iedere leesclub lezen ook wij een boek anders wanneer het voor de leesclub is en net als bij iedere leesclub is ook bij ons de leeshouding van ieder anders. De één kijkt meer naar psychologische aspecten, de ander wil veel informatie over de schrijver of over de inhoud van het boek (“wie is toch die figuur die op pagina zoveel genoemd wordt, wat weet ik verder over de tijd waarin het boek kennelijk speelt”). Sommigen vinden het leuk om zich te voeden met zoveel mogelijk recensies en anderen lezen het liefst blanco.

Maar alle zes lezen we hetzelfde boek. De voorsteller heeft slechts rekening te houden met twee voorwaarden. Het moet een roman zijn; die voorwaarde is tamelijk hard. En de voorsteller moet het boek zelf gelezen hebben; die voorwaarde is keihard.

Of je het boek mooi, inspirerend of prachtig hebt gevonden is niet belangrijk; als je het maar gelezen hebt.

Zo kwam het dat de laatste keer het boek Kamers, antikamers van Niña Weijers werd voorgesteld, niet omdat het mooi gevonden was of inspirerend, maar omdat de voorsteller er helemaal niets mee kon. Sterker nog: hij vond het een onmogelijk boek en had eigenlijk nog nooit zo’n rampboek gelezen. En hij was natuurlijk nieuwsgierig of wij dat ook vonden.

Vervolgens kregen we het gebruikelijke rondje en daar overheersten de klachten: waar is het plot, waar is het verhaal, ik kan er wel duizend kleine verhalen uit halen, en niet een daarvan is duidelijk, wat bedoelt ze, wat een name-dropping.

Maar het idiote was dat toch niet één van ons het boek met tegenzin had gelezen. Sterker nog: de mooie zinnen werden geprezen en iedereen vond het boek plezierig of zelfs heel plezierig te lezen en er was niemand die bij lezing een begin van slaapneigingen had gekregen.

En vervolgens hebben we meer dan een uur gezocht naar thema’s achter de prettig leesbare woorden.

Het woord “parataxis” (door één van ons ergens over het boek opgepikt) leverde aardige opmerkingen op over onbewuste en springerige processen in menselijke relaties, maar steeg volgens de meesten van ons toch te ver uit boven aardappel, vlees en groente.

Via de gedachte dat losse flarden van verhalen één groot verhaal zouden kunnen opleveren maar dat in dit boek toch niet doen, kwamen we op drie min of meer voor ons Uitgebreid Emper Leesgenootschap te vatten thema’s:

wij mensen rommelen maar wat aan;

intens en in vrijheid leven kan alleen langs een randje en kan niet als je weet hoe de dingen eindigen;

relaties zijn ingewikkelder dan we al dachten.

En zo bracht gelukkig ook deze leesclubavond een leesclubavond. Je gaat er net even anders vandaan dan dat je er kwam. Of in de woorden van één van ons: door deze avond bleef ik na het lezen van Kamers, antikamers toch niet in leegte achter.

Herman Krans


 

Inschrijven nieuwsbrief