Banner trap
< terug naar nieuwsbrief

De leesclub van…

Van links naar rechts: Marijke, Toos, Els en Ria


Leesclub Deventer D1

Wat hebben Deventer, Epse, Zalk en Zutphen gemeen? Uit die plaatsen komen de vier leden van de leesclub Duits (officieel: Deventer D1) van de Stichting Senia. Els, Toos, Marijke en Ria bespreken zo’n zes keer per jaar een Duitstalig boek. Waarom Duits? Het heeft nu eenmaal een woordgebruik, een sfeer, een zinsbouw, die maakt dat wat je leest compacter is, indirecter, suggestiever en, enfin, heerlijk Duits is.

De vier liefhebbers van het Duits kennen elkaar via Senia. Senia helpt lezers bij het vinden of oprichten van een leesclub. Iedere leesclub past in één van de door Senia aangegeven thema’s, variërend van moderne literatuur tot klassieken, van kunstgeschiedenis tot poëzie en van natuur tot filosofie. Omdat de lezers elkaar verder niet kennen is het een beetje afwachten of iedereen hetzelfde in de leesclub zoekt. Zo is er bij deze leesclub Duits iemand vertrokken omdat er te weinig politiek en filosofie aan bod kwam en een ander ging weg omdat veel boeken over bepaalde onderdelen van het Duitse verleden gingen. De gemeenschappelijke noemer blijft ondertussen het stimuleren van boeken lezen in en het oefenen van het Duits, niet alleen door het lezen maar ook door het boek in het Duits te bespreken. Übung macht den Meister.

In leesclub Deventer D1 werd Vom Ende der Einsamkeit van Benedict Wells gelezen. Dat boek bracht de oude discussie ‘nature versus nurture’ de leesclubkamer binnen, gaf ook een duidelijke spiegel op de eigen levens en was zo de basis voor een mooie bijeenkomst. Dat was anders met het boek Raumpatrouille van Matthias Brandt, de zoon van Willy Brandt. Voorspelbaar, niet interessant, jammer van de leestijd.

Gelukkig gebeurt dat niet vaak. Meestal doet het gekozen boek ook bij deze leesclub wat het doen moet; gedachten concreter maken, vanzelfsprekendheden bijstellen, nieuwe invalshoeken geven, de nieuwsgierigheid prikkelen, etc. Minimumvoorwaarde is wel dat de lezer fantasie moet hebben, maar waarom zou je anders lezen? Enthousiast was de leesclub over Die Wand van Marlen Haushofer – toevallig een van de grote favorieten van uw boekhandel. Aansprekend waren niet alleen de spanning en de opbouw daarvan, maar ook de eenzaamheid, het isolement en het mentale proces dat daarbij kan horen. En dan is Die Wand ook nog eens mooi en beeldend geschreven. Wat wil een lezer nog meer?

Het laatst gelezen boek was Sie kam aus Mariupol van Natascha Wodin. Dat boek leverde een goed gesprek op over familieverbanden en meer specifiek: hoe werkt de manier waarop mijn ouders zijn grootgebracht door in de opvoeding die ze mij hebben gegeven. Sie kam aus Mariupol werd zo’n rijk boek gevonden dat het nog een keer besproken gaat worden, en dan samen met het romandebuut van dezelfde schrijfster: Die gläserne Stadt. De glazen stad is een metafoor voor het naoorlogse Duitsland zoals Wodin dat ervaarde:  ‘Es war einmal eine gläserne Stadt. Da war alles aus Glas: die Häuser, die Straßen, sogar die Schuhe an den Füssen der Bewohner. Es war die sauberste Stadt der Welt. Alle liefen mit schneeweißen Tüchern herum und putzten, wischten, polierten den ganzen Tag. Kein Stäubchen, kein Hauch beschmutzten die gläserne Stadt.’

Interview: Herman Krans

Inschrijven nieuwsbrief