Banner trap

Nieuwsarchief

Eerdere favorieten

Anna over het Verzameld werk

Tot voor kort had ik nog nooit iets van Carl Friedman gelezen. Ik kende haar als auteur van twee romans die in mijn middelbareschooltijd veel gelezen werden, vooral vanwege hun geringe omvang. Bij het verschijnen van haar Verzameld werk las ik dan eindelijk die twee beroemde novelles. Het ontroerende Twee koffers vol, over de joodse Chaja die als oppas in Antwerpen werkt, en het aangrijpende, rauwe Tralievader, over een getraumatiseerde vader die in een concentratiekamp heeft gezeten en die nu ‘kamp heeft’.

Naast deze twee novelles, schreef Friedman nog veel meer wat de moeite waard is: korte verhalen, tijdloze columns over haar (schoon)familie, en de (helaas onvoltooide) roman Zwemmers in de nacht, over vertaalster Emma die verliefd wordt op de Russische charmeur Joeri, waaruit blijkt dat Friedman uitstekend in staat was om over meer te schrijven dan alleen het jodendom.

Friedmans stijl is sober, ze formuleert scherp en zorgvuldig, en weet zelfs de meest tragische momenten te verlichten door haar sublieme gevoel voor onderkoelde humor.

Bram over In mijn mand

De bundel In mijn mand van Lieke Marsman was mijn eerste kennismaking met onze Dichter des Vaderlands. Ik was meteen zo enthousiast dat ik ook twee eerdere bundels van haar las: Man met hoed, verzamelde gedichten uit 2005-2017 en De volgende scan duurt vijf minuten, gedichten en essays die ze schreef over en na de periode waarin ze de diagnose kanker kreeg.

Haar ervaring met een onzeker en naderend einde kruipt ook in haar nieuwste bundel en geeft gewicht aan de woorden, ook wanneer de gedichten niet over de dood gaan.
Hoewel je de woede en de angst soms door het papier heen hoort schreeuwen, is de bundel niet zwaar of droevig. Lieke Marsman weet vaak met één humoristische of zoete zin het gedicht weer om te buigen naar iets lichts.

In het titelgedicht ‘In mijn mand’, mijn favoriet, komen alle emoties en gedachtes op een prachtige manier samen.

Deze bundel nodigt uit om opnieuw en opnieuw te lezen:

eerst als tragedie en dan als klucht//

En daarna als elegie//

 

vertaald uit het Afrikaans door Rob van der Veer

Jacinthe over De belofte

Met De belofte schreef de Zuid-Afrikaan Damon Galgut – in Nederland nog relatief onbekend – alweer zijn achtste roman. Vanaf de allereerste pagina’s van deze indringende geschiedenis maakt Galgut ons deelgenoot van de geheimen en het gekissebis tussen de gezinsleden van de familie Swart, ‘een stelletje doodnormale witte Zuid-Afrikanen’.

Op haar sterfbed laat Amor Swarts moeder haar man plechtig beloven dat hun zwarte hulp Salomé als dank voor jarenlange trouwe dienst haar eigen huis krijgt. De vraag of deze belofte zal worden ingelost, zweeft het hele boek als een vloek boven de pagina’s.

Razendknap schakelend tussen verschillende perspectieven laat Galgut zien hoe de positie van de Afrikaner familie vanaf de afschaffing van de apartheid in 1986 steeds meer haarscheurtjes begint te vertonen. Steeds weer wisselt hij tussen een alwetende verteller en verschillende personages, en kiest een enkele keer zelfs voor de invalshoek van een toevallig passerende dakloze of jakhals. Ook de lezer krijgt zo nu en dan een veeg uit de pan: ‘[…] en als Salomés geboortedorp nog niet eerder is genoemd komt dat omdat je er niet naar hebt gevraagd, het interesseerde je niet.’ Toch voelt het verhaal nergens gekunsteld en blijft het door Galguts scherpe ironie lichtvoetig. Keer op keer probeert de stille, bescheiden Amor haar familieleden aan hun belofte te herinneren, maar eenmaal aan zet lijkt zij door de tijd te zijn ingehaald.

Herman over De laatste heer

In De laatste heer – Hoe de bevoorrechte klasse in Nederland plaatsmaakte voor de gewone man beschrijft Astrid Schutte  de geschiedenis van twee mannen, haar vader, de arme pachterszoon Jan Schutte, en Werner Helmich,  niemand minder dan de heer van Baak. Maar zoals de titel al verklapt: het zou de laatste heer van Baak zijn. En de arme tuinderszoon? Die werd bankdirecteur. Ze beschrijft die geschiedenissen met een fijn oog voor details, en telkens tegen de achtergrond van de veranderende maatschappij als geheel.

De veranderingen zijn soms relatief: de grootvader van Werner Helmich wordt in Baak ingehaald met een escorte van 90 of misschien wel 150 ruiters, terwijl Werner het moet doen met een escorte van 10 (twee herauten op schimmels en 8 ruiters op Gelders vossen). De veranderingen zijn vaker fundamenteel: de groei van de kredieten van de (boerenleen-)banken, de ontkerkelijking, het definitieve einde van de onderhorigheid van pachters, schaalvergroting en, hoofdmoot van het boek, natuurlijk de nieuwe mogelijkheid voor de een om hogerop te komen en de onmogelijkheid voor de ander om te blijven teren op oud familiebezit.

Voor mij zat het leesplezier vooral in de lokale geschiedenis en in de persoonlijke verhalen. Van de lokale geschiedenis komt onder meer het tuindersdorp de Hoven voorbij, de tramlijn Zutphen-Emmerik, de plaatselijke bank en de pachtcontracten.

vertaald uit het Engels door Paul van der Lecq

Tatjana over Het proces van Sören Qvist

Het proces van Sören Qvist is de tweede roman van Janet Lewis van een drieluik waarin ze beruchte rechtszaken uit de zeventiende eeuw beschrijft. Van het eerste deel De vrouw van Martin Guerre was ik al onder indruk, en ook deze keer maakt Lewis de verwachtingen waar.

Het verhaal speelt zich af in Jutland, Denemarken, en begint met de komst van een bedelaar bij de parochie in het dorp Aalsö. Hij zegt dat hij Niels Bruus is, de knecht die verondersteld werd eenentwintig jaar geleden na een twist met predikant Sören Qvist te zijn vermoord. Hoewel de predikant volhoudt dat hij het niet heeft gedaan, keert alle bewijslast zich tegen hem.

Naast dat Lewis, door haar prachtige (vaak natuur-) beschrijvingen, iedere gebeurtenis levendig weet neer te zetten, zijn het de dilemma’s die ze schetst die haar verhalen zo indrukwekkend maken. In De vrouw van Martin Guerre werd de vraag gesteld of de waarheid verkozen moet worden boven de liefde. In dit boek geeft ze een beschouwing over hoe geloof zwaarder kan wegen dan de waarheid.

U snapt dat ik reikhalzend uitkijk naar haar derde roman.

brandon 197

Tess over The Final Empire

Als eerste tip voor de winkel leek het me passend om iets aan te raden voor de beginnende fantasylezer. Er zijn heel veel schrijvers die hiervoor in aanmerking komen, maar voor mij is Brandon Sandersons The Final Empire, het eerste boek in de Mistborn-trilogie, de ultieme kennismaking.

Waar veel mensen tegenaan lopen als ze bijvoorbeeld met Tolkien beginnen, is de bloemrijke schrijfstijl. Die van Sanderson, daarentegen, is toegankelijk en recht-toe-recht-aan. Bovendien is de magie in zijn wereld simpel en intrigerend.

En, niet onbelangrijk: het boek heeft een aantrekkelijk plot, ook voor mensen die niet zo van klassieke queeste-fantasy houden. Het vertelt het verhaal van Vin, een wees die leeft op de straten van Luthadel. Luthadel is de vervallen hoofdstad van een wereld waarin de ‘bad guy’ heeft gewonnen. Vin wordt opgepikt door Kelsier en zijn bende om de Lord Ruler (de schurk in kwestie) van zijn troon te stoten. Gaandeweg komt ze erachter wie ze is en wat ze kan.

Deze brute fantasyroman is al met al een mooie introductie tot wat fantasy kan zijn.

Ella over Waarom vrouwen minder verdienen

Gelijkheid tussen mannen en vrouwen is een onderwerp waar ik me al lange tijd mee bezighoud. Vrijwel iedereen is het ermee eens dat beide partijen helemaal gelijkwaardig zijn, en ook zo behandeld moeten worden. Toch zit er nog steeds een groot verschil tussen de salarissen van mannen en vrouwen.

In het boek Waarom vrouwen minder verdienen schrijft econoom Sophie van Gool over de loonkloof. Met goed onderbouwde argumenten neemt ze de lezer mee door een korte geschiedenis, vertelt ze over de loonkloof en geeft ze oplossingen.

Dit boek liet me inzien dat zelfs in Nederland de loonkloof veel groter is dan ik dacht. Ik was regelmatig verbaasd en geschrokken over de genoemde cijfers en onderzoeksresultaten. Ik kwam er bijvoorbeeld achter dat vrouwen jaarlijks maar liefst 38 procent minder verdienen dan mannen. Dit zorgt ervoor dat vrouwen in hun leven gemiddeld 300.000 euro mislopen.

Ook al is dit geen onderwerp om blij van te worden, Sophie van Gool laat de lezer zeker niet moedeloos achter. Ze geeft veel tips, verklaringen en ideeën voor het verbeteren van de situatie. Zoals het invoeren van een basisinkomen en verplicht verlof voor mannen/partners na de bevalling van hun vrouw. Van Gool geeft ook tips waarmee vrouwen zelf wat kunnen veranderen, zo raadt ze iedereen aan om te onderhandelen over je salaris.

Een goed boek voor iedereen die zich wil verdiepen in de weg naar het dichten van de loonkloof.

vertaald uit het Duits door Inge Pieters

Ine over Kroongetuige

‘Hier’, zei ze, ‘dit moet je lezen, deze vrouw heeft onze steun echt nodig.’
Een tijdje later werd ik weer aan mijn mouw getrokken. ‘Zó’n indrukwekkend boek.’
Het leek wel een complot.

Maar ze hadden gelijk. Kroongetuige van de Kazachse Sayragul Sauytbay, een persoonlijk verslag ‘uit de hel van de Chinese concentratiekampen’, is een huiveringwekkend boek, dat je in één ruk uitleest en daarna met ongeloof dichtslaat.

Aanvankelijk leest het als een exotische avonturenroman. Sauytbay wordt geboren in de Chinese provincie Xinjiang, vanouds het land van de Oeigoeren en de Kazachen. Ze groeit op tussen paarden, koeien en kamelen, in een warm nomadengezin waarin veel vrijheid is.
Maar vanaf 2017 gaat de Chinese overheid zich met hen bemoeien. Hun feesten, de inrichting van hun huis, hun kleding – alles moet op Chinese leest. Het touw wordt steeds strakker aangetrokken en in korte tijd ontwikkelt zich een krankzinnig scenario, waarin hun alle vrijheid wordt ontnomen. Sauytbay belandt in een ‘heropvoedingskamp’, hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Na haar wonderbaarlijke ontsnapping – ze woont tegenwoordig in Zweden – heeft ze nog maar één missie: de wereld waarschuwen dat in China vreselijke dingen met de Kazachen en de Oeigoeren gebeuren.

Nee, geen fijn Kerstboek, maar wel noodzakelijk om te lezen. Al is het maar om alles wat ‘made in China’ is, niet meer te willen kopen.

vertaald uit het Engels door Harm Damsma

Lieve over Harlem Shuffle

Colson Whiteheads laatste boek Harlem Shuffle trekt je mee in een wereld van raciale tegenstellingen en conflicten in het Harlem van de jaren vijftig en zestig. Met beeldende taal en humor schrijft Whitehead over Ray Carney, die met zijn gezin in een klein appartement in Harlem woont. Ray is eigenaar van een meubelwinkel, waarin hij met zijn neef Freddy onduidelijke en clandestiene handeltjes drijft. Ondertussen zit Ray klem tussen zijn criminele verleden en zijn burgerlijke dromen. De verleidingen blijken telkens weer dwingender dan hij had gedacht. Als Ray krap bij kas zit en geen andere uitweg ziet, besluit hij deel te nemen aan een overval, die vervolgens volledig uit de hand loopt. Vanaf dat moment spelen afpersers, agenten, pornografen en criminele bendes een onwelkome rol in Rays leven.

Harlem Shuffle is een verhaal over persoonlijke worstelingen en keuzes, geschreven in een verfrissend nuchtere stijl. Het geeft een mooi beeld van de machtsstrijd op verschillende niveaus in een historische periode.

Ik heb het boek met oprecht plezier en interesse gelezen, Whiteheads levendige schrijfstijl zorgt voor een meeslepend verhaal dat je niet loslaat.

vertaald uit het Amerikaans door Dirk-Jan Arensman

Tatjana over De nacht valt altijd

Je kunt mij gerust een groot fan noemen van de Amerikaanse muzikant en songwriter Willy Vlautin, die sinds zijn debuut The motel life in 2006 gelukkig ook schrijver is geworden. Sindsdien heeft hij zes boeken geschreven en deze gaan altijd over mensen aan de onderkant van de Amerikaanse samenleving en hun strijd om iets van hun leven te maken. Zo ook in zijn nieuwste boek De nacht valt altijd, waarin we hoofdpersoon Lynette volgen. In haar zoektocht naar snel geld leren we haar kennen en ontvouwt zich tevens een beeld van haar vroegere leven.

Vlautin vertelt haar verhaal alsof hij haar van een afstandje observeert:

‘Het was tien voor zes toen ze haar derde kop koffie op had en het wegrestaurant verliet. De auto startte bij de zevende poging en ze reed in noordelijke richting naar Columbia Boulevard, het industriële gedeelte van de stad in.’

Juist door deze feitelijke en gedetailleerde beschrijving wordt Lynettes situatie nog meer invoelbaar. En voor haar wanhopige pogingen om het goede te doen, het kopen van een huis voor haar moeder en haar gehandicapte broer Kenny, kun je als lezer niet anders dan begrip opbrengen.

Tess over Under the Whispering Door

Tot vorig jaar had ik nog nooit van TJ Klune gehoord, hoewel hij al vele boeken heeft uitgebracht. Zijn boek The House in the Cerulean Sea werd overladen met lof en won twee literaire prijzen. Klune wordt vooral geprezen om de levensechte manier waarop hij queer-personages en mensen met bijvoorbeeld autisme of ADHD neerzet. Mijn interesse was meteen gewekt.

Het hoofdpersonage in Under the Whispering Door is, interessant genoeg, dood. Wallace Price komt er, na een leven van hard werken en weinig liefde, achter dat de dood niet het einde is.

Tot Wallaces grote verontwaardiging wordt hij op zijn begrafenis, waar behalve de priester slechts vier mensen aanwezig zijn, opgewacht door een Reaper genaamd Mei. Zij neemt hem mee naar het excentrieke theehuis van Hugo, de veerman die hem verder moet helpen.

Klunes stijl is simpel en gevat en hij beschrijft prachtig de ontwikkeling die Wallace en de andere personages doormaken. In dit ontroerende en humoristische verhaal weet TJ Klune de op het eerste gezicht hatelijke Wallace om te toveren tot een onvergetelijk personage.

Herman over de nieuwe Bijbelvertaling

‘Ook in een seculier tijdperk als het onze blijft de Bijbel een boek dat tot de verbeelding spreekt – als religieus en cultureel icoon, als literair monument, en als bestseller.’ Aldus de inleiding op de literaire uitgave van de nieuwe Bijbelvertaling, de NBV21. De vertaling is er in verschillende uitgaven; met of zonder inleidingen, met of zonder literaire opmaak, met of zonder zogenoemde deuterocanonieke boeken, met of zonder grotere leesletter en met of zonder kunstwerken. De uitgevers willen duidelijk verschillende doelgroepen bereiken, niet alleen de kerkganger, maar ook de kunstliefhebber, en niet alleen diegene voor wie de Bijbel een bijzondere waarde heeft, maar ook diegene die cultureel of literair geïnteresseerd is.

Bijzonder aardig in de literaire uitgave is de vermelding van alternatieve lezingen. Zo staat er als alternatieve lezing bij ‘van deze tempel zal alleen een puinhoop overblijven’: ‘deze tempel zal hoog zijn’. Ook opvallend, zeker in 2021: bij ‘uw broers’ staat als alternatieve lezing ‘uw broers en zussen’. Het kan verkeren.

Tot slot nog een jeugdherinnering die met het Bijbelboek Job te maken heeft. Een van onze kippen broedde op meer dan twintig eieren, uit die eieren kwamen meer dan twintig kuikens en van die twintig kuikens bleven er vier over. Die kregen als vanzelf de namen Elifaz, Bildad, Sofar en Elihu, de namen van de vier mannen rond de beproefde Job. Gelukkig zijn in deze nieuwe vertaling de vier namen ongewijzigd.

Leonieke 187

Anna over Hier komen wij vandaan

‘In de badkuip dreven mijn herinneringen als vreemde brokstukken. Ik roerde erdoorheen; al die plekken vol gebutste wezens, opvanghuizen voor vrouwen zoals wij, die nergens anders terechtkonden. Zwervelingen met vettig haar en doffe tanden, blauwe plekken op hun armen en groezelige nagelriemen. We hielden ons daar schuil tot het moment dat iemand te veel vragen begon te stellen. Dan vertrokken we vlug naar een volgend tehuis in een volgende stad.’

Hier komen wij vandaan is de bijzondere debuutroman van Leonieke Baerwaldt, waarin ze zich liet inspireren door sprookjes van Grimm (Van de visser en zijn vrouw) en Andersen (De kleine zeemeermin).

Ingenieus verweeft ze vier verschillende verhalen: een moeder en een dochter met een zwervend bestaan, een echtpaar dat een nieuw leven probeert op te bouwen op een stukje land vlak bij een giftige fabriek, een fabrieksarbeider met een vissenobsessie, en een kleine zeemeermin die naar boven wil, naar de mensen, naar de sterren.

De mensen over wie ze schrijft hebben het niet makkelijk, maar ondanks alle tegenslag die ze ervaren blijven ze hopen op iets beters, en blijven ze doorgaan. Zoals het echtpaar op het land, dat zich iedere dag weer voorneemt om vandaag toch echt te beginnen met de bouw van hun huis, en de moeder die, in een poging onderdak te vinden voor haar dochter, telkens weer een andere foute man kiest.

Lange tijd heb je als lezer geen idee hoe de vier verhalen zich tot elkaar verhouden, áls ze zich al tot elkaar verhouden. Maar gaandeweg vallen de puzzelstukjes in elkaar en blijven de eigenaardige personages en de subtiele, dromerige en precieze stijl, nog lang naklinken.

mogelijk 189

Herman over Een mogelijk begin van veel

Het eerste gesprek (mei 2013) is met Delphine Lecompte, het laatste (juni 2021) met Eva Gerlach. Na acht jaar liggen er 29 diepte-gesprekken, niet over de mens achter de dichters, maar over het ontstaan van hun poëzie.

De titel komt van K. Schippers, die aantekeningen op kleine briefjes maakt, rubriceert en bewaart. ‘Vind je het goed als ik iets te vroeg kom?’, ‘Man vindt bladmuziek uit zijn jeugd’. En die aantekeningen kunnen maar zo, jaren later, een gedicht worden en zo is iedere notitie ‘Een mogelijk begin van veel’.

Antjie Krog moet elk jaar een nieuwe dichter ontdekken, anders wordt ze depressief.  Ze weet ‘Technisch gezien zeggen we allemaal hetzelfde, maar hoe zeg jij het?’

Maarten van der Graaff zegt het zo:
‘Poëzie is geen uitdrukking van je unieke individualiteit, het is iets wat jou passeert. Er komt iets van buiten en dat gaat door je heen. Dat is geen goddelijke inspiratie, het is de druk van de wereld die in taal, beeld, geluid als een wind door je heen trekt.’

In alle gesprekken met Hester van Hasselt zie je dat de dichters niet veel anders doen dan hun werkelijkheid ervaren en – daar zijn het dichters voor – niet anders kunnen dan daarover dichten, elke dichter op eigen wijze.

Als je bij alle dichters gelezen hebt over het ontstaan van hun gedichten kijk je met andere ogen naar hun werk. Ook krijg je, toch, bij iedere dichter een indringender beeld van de mens achter die dichter, zeker in combinatie met de open portretten van Bianca Sistermans.

Een mogelijk begin van veel – 29 dichters aan het werk is heerlijk leesvoer als je van gedichten en van mensen houdt.

vertaald uit het Engels door Anne-Marie Vervelde

Ine over Copsford

‘De meesten van ons ervaren, denk ik, vroeg of laat in hun leven, een verlangen naar alleen-zijn, naar een eigen blokhut, buitenhuisje of kasteel, weg van de massa (…) Sommigen overkomt die hunkering maar één keer in hun leven, anderen voelen haar altijd.’

In de jaren twintig van de vorige eeuw zegt journalist Walter J.C. Murray (1900-1985) zijn ‘naargeestige driehoogachter’ in Londen op en trekt in een onbewoonbaar verklaard huisje op het platteland van Sussex, mijlenver van alles en iedereen. Hoe het hem in Copsford vergaat, is de kern van dit onopgesmukte en vrolijk meanderende verhaal, dat meteen thuishoorde in mijn rijtje favoriete natuurboeken.

Kruiden zoeken en verkopen, eten (meestal brood met boter) wanneer hij zin heeft, in de natuur struinen met hond Floss, vlinders observeren, en af en toe een afspraakje met een muzieklerares uit het nabijgelegen dorp – zo ziet Walter Murray’s dag eruit. Alles wat hij ziet, ruikt en proeft, beschrijft hij met een diepe liefde en waardering voor het leven op het platteland.

Maar het buitenleven kent ook andere kanten. Het huis is vies en vervallen en laat zich nauwelijks temmen. Aanvankelijk doet Murray nog moeite er iets van te maken; hij voert een (zeer komisch beschreven) strijd met de ratten, die het huis al jaren domineren, hij haalt een bed en een stoel uit het dorp, hij spijkert karton voor de gapende kozijnen. Maar een thuis wil het niet worden.

En als na een jaar de winter genadeloos toeslaat, het dak blijkt te lekken, alles koud en nat wordt, zijn kruiden beschimmelen en het geld bijna op is, gooit hij de handdoek in de ring. ‘Op wat papieren na was er niets in te pakken. Dus na een miezerige kop koude melk en wat zompig brood floot ik Floss en samen liepen we Copsford uit.’

vertaald uit het Hongaars door Laszlo Szekely

Tatjana over De nacht voor de scheiding

De Hongaarse schrijver Sándor Márai (1900-1989) kreeg pas na zijn dood internationale bekendheid. Bij de Wereldbibliotheek verscheen een aantal van zijn grote romans, waaronder De nacht voor de scheiding uit 1935.

De titel is een goede afspiegeling van het verhaal, waarin rechter Kristóf Kömives in de nacht voordat hij de scheiding moet uitspreken tussen zijn oude schoolvriend Imre Greiner en zijn vrouw Anna, bezocht wordt door Greiner.

De kracht van deze roman ligt niet in de plot, maar in de bijzondere manier waarop de schrijver ons kennis laat maken met de gedachten en gevoelens van zijn hoofdpersonen. Bij Márai geen uitgebreide karakterbeschrijvingen: aan de hand van het verloop van een enkele dag leren we Kömives kennen als zoon, rechter en echtgenoot. Márai neemt hiervoor uitgebreid de tijd (wel een half boek), maar nergens is het saai of langdradig. Integendeel, het zet aan tot denken.

Aan het eind van deze dag wacht Greiner op Kömives. Greiner doet een schokkende bekentenis, waarna hij de rechter met klem vraagt zijn verhaal aan te horen. Wat volgt is een bespiegeling van een mislukt huwelijk in een burgerlijk milieu, waarin het verstand en het ophouden van de schijn belangrijker zijn geworden dan gevoelens, met alle desastreuze gevolgen van dien.

vertaald uit het Engels door De Vertaalzusjes

Tess over De bronzen stad

Soms heb je als lezer behoefte aan een boek dat gewoon leuk is: De bronzen stad van S.A. Chakraborty is zo’n boek. Samen met het hoofdpersonage Nahri leer je de wereld van de djinns kennen en word je meegesleept in een avontuur vol wendingen.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Nahri en Ali. Nahri bevindt zich in de mensenwereld in Caïro, Ali in de stad van de djinn: Daevabad. De bronzen stad vertelt hoe deze en andere personages in elkaars leven verwikkeld raken.

Nahri komt terecht tussen de twee tegenpartijen in een burgeroorlog: haar geliefde staat aan de ene kant, haar dierbare vriend aan de andere. En onderwijl leert ze stukje voor stukje haar eigen familiegeschiedenis kennen, die veel ingewikkelder blijkt dan ze ooit voor ogen had gehouden.

Hoewel het boek langzaam op gang komt, verveelt het geen moment. De tweede helft leest gewoonweg als een trein en heeft een daverend einde (waar blijft deel twee?!).

Heerlijk dus voor de momenten dat je je wilt storten in het leven van magische wezens en hun problemen om daarna een beetje gedesoriënteerd weer in je eigen leven te stappen.

vertaald uit het Amerikaans door Rosalien van Witsen

Anna over De rozentuin

De rozentuin – een verhalenbundel van de Iers-Amerikaanse Maeve Brennan (1917-1993), vertaald door Rosalien van Witsen – bestaat uit vier delen. Ieder deel speelt zich af op een andere locatie. Zo zijn er de New Yorkse verhalen; de Ierse verhalen, over een toiletjuffrouw die na veertig werkzame jaren tot pensioen wordt gedwongen en over een vrouw die ondanks haar eigen armoede geen enkele bedelaar de deur wijst; en de verhalen op Long Island, met labrador Bluebelle in de hoofdrol. Maar de mooiste verhalen gaan over Herbert’s Retreat, een afgeschermde gemeenschap even buiten New York, waar alleen de welgestelden kunnen wonen. ‘Er zijn bijna geen beperkingen voor het gedrag van kinderen en dieren die bij de gemeenschap horen, maar er gelden ijzeren wetten voor vreemde kinderen en dieren.’

De verhalen over de Retreat draaien allemaal om dezelfde personages. Zo is er Leona, die geobsedeerd is door het uitzicht op de rivier en er werkelijk alles aan doet om dat uitzicht zo mooi mogelijk te maken; haar vriend Charles, die weliswaar niet in de Retreat woont, maar door alle vrouwen daar wordt gezien als ‘hun onfeilbare deskundige op het gebied van de regels van een verfijnde levensstijl en de schimmige en voortdurend veranderende aspecten van een goede smaak’; en Liza, wier leven draait om het indruk maken op en het overtreffen van anderen. Ze worden allen nauwlettend in de gaten gehouden door hun dienstmeisjes, wat de nodige upstairs-downstairs-taferelen oplevert.

De verhalen zijn stuk voor stuk kleine, haarscherpe portretten van het leven in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. De stijl maakt dat je als lezer dicht op de huid van de personages zit en wordt meegenomen in de machtsstrijd tussen dienstmeisje en bazin, tussen man en vrouw, tussen moeder en dochter.

Bram over Een gedicht is ook maar een ding

In Een gedicht is ook maar een ding vertelt Lidewijde Paris vol enthousiasme over de Nederlandstalige poëzie. Het boek bevat meer dan 140 gedichten en bij bijna elk gedicht vertelt Paris iets over de vorm, de klank, de dichter, de context en waarom zij het zo mooi vindt. Vooral in dat laatste schuilt de kracht van dit boek: in contrast met haar eerdere boeken Hoe lees ik? en Hoe lees ik korte verhalen? gaat dit boek nadrukkelijk niet over hoe je poëzie leest. Het tegenovergestelde is eerder waar: poëzie is in eerste instantie iets persoonlijks en je kunt er zoveel uit halen als je zelf wilt. Hoe je een gedicht ook wilt lezen: het gaat om jouw ervaring met dat gedicht.

Dus vertelt Paris bevlogen wat zij uit haar favoriete gedichten haalt en wat de strofen voor haar betekenen. De enorme hoeveelheid aan kennis, context en anekdotes waarmee ze dit doet, zorgt ervoor dat dit boek perfect is voor zowel de beginnende als de ervaren poëzielezer.

K. Schippers, ‘Liefdesgedicht’

Jij hebt de dingen niet nodig
om te kunnen zien

De dingen hebben jou nodig
om gezien te kunnen worden

Herman over ’t Kon minder

Ruim honderd pagina’s verhalen en bijna tweehonderd pagina’s gedichten. Op het buikbandje schrijft de uitgever dat de toon van Willem Wilmink altijd hetzelfde is: ‘melancholiek en toegankelijk. Literatuur voor alle leeftijden, beter kan het niet.’ Dat klopt, en ik voeg er graag aan toe dat Wilmink een gulzige waarnemer van het menselijk bedrijf was. Neem zijn beschrijving van een ontmoeting met de dichter Vasalis op de negentigste verjaardag van Hendrik de Vries:

Ze vertelde dat haar eerste en haar derde dichtbundel goed verkochten, maar haar tweede niet. ‘Maar die is ook zo droevig,’ zei ze, ‘en de mensen hebben zelf al verdriet genoeg.’

Dat laatste is ongetwijfeld waar – verdriet genoeg –, maar met eenvoudige woorden en met een fijne cadans maakt Wilmink verdriet zo universeel dat eigen verdriet, over het bestaan bijvoorbeeld, kleiner wordt, al lezend soms verdwijnt.

Over een echtpaar, zestig jaar getrouwd:

Ze zijn bijna aan het einde 
van dat ene avontuur
dat een nacht had moeten duren,
maar al zestig jaren duurt.
Komt een kleinzoon met zijn meisje
dan krijg oma het benauwd
omdat ook die generatie
weer voor zestig jaren trouwt.

Of, nu ook dicht bij huis ernstig toepasselijk, het slot van Wilminks beroemde gedicht over een goochelaar:

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel?
Hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Gedundrukt werden van oudsher de Bijbel en de Russische Bibliotheek. Sinds 2013 valt de eer ook Nederlandse schrijvers ten deel in de serie Gedundrukt door Van Oorschot. Het is een beetje laat, maar nu was Wilmink gelukkig aan de beurt. Het is niet verboden de uitgave onder handbereik te houden in binnenzak of handtas.

Ine over Late liefde

Greet Schenkeveld trouwde op haar 48ste met de man op wie ze al vanaf de middelbare school verliefd was. Hij was haar leraar Grieks op het gymnasium. Greet werd hoogleraar Nederlandse letterkunde en wachtte 36 jaar op hem.

Late liefde is het verhaal van hun liefde, de lange aanloop, de gelukkige jaren en de zware erna. Maar het is ook het portret van een bescheiden, slimme en soevereine vrouw, die niet voor haar natuurlijke bestemming koos maar haar leven wijdde aan een minstens zo grote liefde: de Nederlandse letteren. Generaties studenten voedde zij op met colleges over Louis Couperus, Frederik van Eeden, Betje Wolff en Aagje Deken. Daarnaast zorgde ze jarenlang voor haar zieke moeder, daarna voor haar vader en ten slotte voor haar zieke man.

Late liefde gaat over liefde en zorg, opoffering en vrijheid, de troost van de poëzie van J.H. Leopold, de neergang van de studie Nederlands en de eenzaamheid van de ouderdom. Prachtig.

Jacinthe over De gouden baard

De gouden baard, het nieuwe prentenboek van auteur en illustrator Klaas Verplancke, bleek met de ontwikkelingen van de afgelopen weken in Rusland en Oekraïne ineens akelig actueel. En dan wil het toeval ook nog eens dat de illustraties van deze fabel over een narcistische koning overwegend geel en blauw zijn.

De koning houdt zó veel van zijn schitterende baard dat hij twee wetten uitvaardigt: de gouden baard mag nooit ofte nimmer geknipt worden en wie een baard (of snor!) laat staan, wordt met een nagelschaartje in duizend stukjes geknipt. Terwijl het volk zich dagelijks scheert – zelfs de sik van de geit, de snorharen van de kat en de stekels van de cactus moeten eraan geloven – groeit de baard van de koning de hele wereld over tot hij door de achterdeur het paleis weer inglijdt. Om de baard op zijn reis te volgen moet het boek een kwartslag gekanteld en uiteindelijk ondersteboven gedraaid worden. Iedere kleuter weet immers dat de aarde rond is, maar de koning weigert dat te geloven en stuurt zijn wachters op de vreemde baard af. Het boek zit vol met dit soort visuele grapjes: het ego van de heerser is zo groot dat hij op geen enkele pagina past. Maar boontje komt om zijn loontje: een schaartje en een grote bezem maken korte metten met de vorst.

Zo weet Verplancke slim en met heerlijk sardonische humor grote thema’s als nepnieuws en het gevaar van ijdele machthebbers voor jonge kinderen (vanaf ongeveer 4 jaar) invoelbaar te maken.

vertaald uit het Engels door Mario Molegraaf

Lieve over Een kleine geschiedenis van Rusland

Een kleine geschiedenis van Rusland is een vlot geschreven boek over, u raadt het al, de geschiedenis van Rusland. Mark Galeotti vertelt over een geschiedenis die eigenlijk steeds weer herschreven is door de eeuwen heen, en laat zien hoe we uit deze verhalen het moderne Rusland beter kunnen begrijpen.

Duidelijk en onderhoudend geschreven, met soms eigen meningen en interpretaties van Galeotti, wordt de geschiedenis van Rusland misschien niet neutraal, maar wel overzichtelijk neergezet. Aan alles merk je dat dit boek geschreven is door iemand die de geschiedenis van Rusland tot in de puntjes kent, en hier met enthousiasme maar ook met een kritische blik over schrijft. Al lezend van Vladimir (rond 1000) tot Vladimir (nu) realiseerde ik me hoe nauw heden en verleden van Rusland eigenlijk met elkaar vervlochten zijn, en hoe belangrijk een beter begrip van de geschiedenis is om de toekomst enigszins te kunnen overzien. Voor wie de situatie tussen Oekraïne en Rusland beter wil begrijpen, is dit boek zeker een aanrader!

Inschrijven nieuwsbrief