Banner trap
< terug naar nieuwsbrief

Afscheid van Monica en Welmoet

Foto: Jacinthe Sykora


Monica’s carrière bij Van Someren & Ten Bosch begon 21 jaar geleden met een paar speciale boutjes die ze nodig had voor de verbouwing van haar huis. ‘Ook toen al kon ik geen boekhandel voorbijlopen zonder even rond te neuzen, dus ik moest natuurlijk ook bij de Turfstraat 19 naar binnen. Dat heb ik vast aan mijn moeder te danken; die gaf mij vroeger vaak een gulden, maar alleen als ik beloofde dat ik met een boek zou thuiskomen. Ik raakte in gesprek met Wil Brouwers, een van de toenmalige werknemers, met wie ik meteen een klik had. Niet veel later kon ik beginnen. Heerlijk vond ik die uren! De winkel was mijn domein, even weg van de beslommeringen en puberende kinderen thuis.’

Ruim drie jaar geleden voegde Welmoet zich op de maandagmiddag bij Monica. ‘Naast mijn liefde voor de psychotherapie ben ik verzot op alles wat met lezen en literatuur te maken heeft. Gelukkig klopte Ine na mijn pensioen al snel bij mij aan. In uren was het een klein baantje, maar wat was ik er vol van! Het was trouwens nog behoorlijk wennen. Je mag dan een hele carrière achter de rug hebben, je begint gewoon weer bij af. Dan stond er een lange rij klanten voor mijn neus en was ik vergeten hoe je ook alweer een boekenbon uitschrijft.’

Monica: ‘De maandagmiddagmeisjes noemden we onszelf gekscherend. Het was een middag met veel vaste klanten. We konden vaak de klok op iemand gelijkzetten en waren bijna bezorgd als diegene eens een paar weekjes oversloeg. Dat zal ik nog het meest missen. Met sommigen bouw je echt een band op. Mensen komen met de meest bijzondere verhalen; mooie, maar ook verdrietige als bijvoorbeeld een geliefde is overleden. Dan is het heel fijn om ze te kunnen helpen en al pratend uit te komen bij het boek dat het best bij de situatie past.’ Welmoet: ‘Wat dat betreft verschilt dit werk niet zo veel van mijn vorige baan. Zodra iemand binnenkomt probeer je te peilen wie je voor je hebt. Ik vond het heerlijk om iemand op weg te helpen die schuchter de drempel over stapte met de vraag: “Ik weet er zelf niets van, maar ik zoek een boek voor mijn moeder en die heeft bijna alles al gelezen.”’ Monica: ‘Ja, en de raadselachtige omschrijvingen die we soms kregen. Een wit boek over de Schotse hooglanden bleek in werkelijkheid een prachtig blauw omslag te hebben en in IJsland te spelen’.

Monica: ‘Naast de klanten ga ik vooral de gezelligheid van dat mooie oude pandje missen. Het was elke dag een feest om al die mooie nieuwe boeken uit te pakken, maar eigenlijk waren alle klusjes fijn om te doen.’ Welmoet: ‘Ja, zelfs dat geworstel met al die dozen oud papier in dat nauwe gangetje achter de winkel met kasten vol voorraad, tasjes, touwtjes, banieren, knabbeltjes voor bij de lezingen en snackjes voor de hond. Magazijn, kantine en kantoor ineen.’ Monica: ‘Ging het gordijn dicht, dan wist je dat daar even een serieus gesprekje gevoerd werd.’ ‘Arbo-technisch is er vast iets op af te dingen,’ zegt Welmoet, ‘maar het heeft ook iets gemoedelijks. Net als het geluid van de trap, het centrale ontmoetingspunt waar klanten, collega’s of auteurs even op neerstrijken voor een praatje. Het is soms net een dorpscafé. En bovenaan die trap de halve verdieping met balustrade waar zo nu en dan het hoofd van boekhoudster Adri opduikt.’

Monica: ‘Die vrolijke sfeer is er altijd geweest. Dan sprintte Hanz Mirck, met wie ik ook lang heb samengewerkt, ineens de trap op om in volle vaart van de leuning te roetsjen. Toch is er ook veel veranderd. De voormalige eigenaar, Jaap Deen, zat vaak boven te werken, terwijl wij ons over de klanten ontfermden. Zodra de dozen gearriveerd waren, werkte hij alles in een moordend tempo weg. In de boeken zaten nog ponskaartjes en op het bureau stond een joekel van een computer. Alleen konden we daarmee niet in de voorraad zoeken, dus je wist nooit zeker of een titel wel in de winkel lag. We waren getraind in het speuren.’ Welmoet: ‘Niet dat de moderne techniek altijd soelaas biedt; hoe vaak ik niet op mijn knieën voor de handvoorraad heb gelegen op zoek naar dat ene exemplaar waarvan ik zeker wist dat het ergens moest zijn.’ Monica: ‘Het hield me soms thuis nog bezig. Dan zat ik ’s nachts ineens rechtop in bed en vroeg ik me af of de kachel wel uit was. En had ik die ene belangrijke bestelling wel gedaan?’

‘Zelfs in mijn slaap liet het werk me niet los,’ zegt Welmoet. ‘Ik droomde een keer over een bekende schrijfster die bij ons in de winkel komt. Ze zat op mijn bed en vertelde mij allerlei geheimen. Ik moest haar helpen zoeken naar een belangrijke bron voor haar boek.
Overdag bleef ik mijn arme familie en vrienden maar bestoken met tips; ken je die schrijver en heb je dat al gelezen? Je denkt op een gegeven moment gewoon in boeken. Nu ik stop, gaat daar natuurlijk onherroepelijk iets van verloren, maar misschien is dat maar goed ook. Ik betrap mezelf nu al af en toe op het ordenen van stapeltjes in andere boekwinkels.’ Monica: ‘En hopelijk krijgen we nu eindelijk de rust om al die boeken waar we nooit aan toekwamen te lezen.’

Interview en foto: Jacinthe Sykora

Inschrijven nieuwsbrief